‘Te Huur’. Het eerste pand na de in de dertiende eeuw gebouwde Kamperbinnenpoort staat leeg. Op het raam hangt een wit A4’tje met de huurprijs: 30.740 euro exclusief btw per jaar. En dat is niet het enige pand zonder huurder. Bijna negen procent van de panden in het centrum van Amersfoort staat leeg. De leegstand is vooral zichtbaar bij de ‘aanloopgebieden van de binnenstad’, vertelt gemeenteambtenaar Mark Keultjes tijdens een wandeling door de binnenstad. Als programmacoördinator Stadshart houdt hij zich bezig met de herinrichting van dit gebied. Zijn rol voelt door de coronacrisis een stuk urgenter. ‘Mensen bestellen steeds meer online, dus je moet als binnenstad aantrekkelijk blijven.’

Voor ondernemers in het midden- en kleinbedrijf (mkb) was het afgelopen anderhalf jaar één grote rollercoaster. Van omzetverliezen van tachtig à negentig procent naar enorme winsten tot weer een stilstand. Hoe gingen ze om met al die veranderingen, had het naast economische gevolgen ook psychologische impact? Welke lessen zijn er tijdens de pandemie te trekken over ondernemerschap? En welke rol kan de lokale overheid spelen in het steunen van de ondernemers? We volgden voor antwoord op die vragen vijftien ondernemers uit Amersfoort, een van de meest gemiddelde Nederlandse steden met bijna 160.000 inwoners.

Het eerste wat Amersfoort gaat aanpakken, is de Kamp, de straat achter de historische entree van Amersfoort, vertelt Keultjes. ‘Dat willen we verbinden met de belangrijkste winkelstraat. Het is nu autoluw en wordt een shared zone van fietsers en voetgangers.’ De Kamperbinnenpoort moet niet langer een scheiding zijn met de omliggende straten maar een opener karakter krijgen. Daarvoor worden de lage muren rond de gracht weggehaald en hekwerk geplaatst zodat het water zichtbaar wordt. Een grotere uitdaging vormt de Hof, het grootste horecaplein van Amersfoort. Over de invulling van het plein met in het midden een fontein is er al jaren discussie tussen de markt en de horeca. ‘Iedereen heeft een mening over deze eeuwenoude waterbron, veel mensen zijn eraan gehecht’, vertelt Keultjes. Volgens hem is er dus vraag naar een plek voor ontmoeting en niet alleen voor consumptie.

Daar denkt de bekendste ondernemer aan het plein, de Grieks-Nederlandse Kostas Georgiadis, heel anders over. ‘Dit moet het mooiste horecaplein worden van Midden-Nederland, kijk dan naar die ruimte. Zet daar verwarmde terrassen neer en het krijgt meteen sfeer.’ Hij is het zat om elke donderdag- en vrijdagavond de stoelen op te stapelen voor de markt van vrijdag en zaterdag. Zijn onlangs verbouwde restaurant Pallas, met een wijnbar met Portugese mozaïektegels, is na een klein half jaar weer dicht. Niet alleen vanwege de onlangs ingestelde avondlockdown, maar ook door de hevige concurrentiestrijd om personeel. ‘Als ze ergens anders meer kunnen verdienen zijn ze weg.’ Kostas’ hoop voor de keuken is gevestigd op Griekenland. ‘We zijn nu een specialistisch restaurant en mogen personeel uit het buitenland halen. Maar dat ga ik pas doen als we weer open kunnen.’

‘Lieve mensen’, zegt Kostas – zijn voornaam is een begrip in de stad – terwijl de persconferentie met de ministers Bruno Bruins (Volksgezondheid) en Arie Slob (Onderwijs) op zondagmiddag 15 maart 2020 nog bezig is. Kostas richt zich tot het handjevol gasten in zijn restaurant. ‘Het spijt me heel erg. We moeten nu sluiten.’ Als verdoofd brengt hij de halfvolle glazen wijn van de tafels terug naar de keuken. De volgende dag gaat hij terug naar zijn gesloten restaurant. ‘Ik kon het niet loslaten.’ De 64-jarige Kostas is een echte horecaman. Het liefst maakt hij met al zijn gasten een praatje. Hij begon in 1972 als ober in een Grieks restaurant in IJsselstein en leerde het vak als gastheer in Utrecht. In Amersfoort nam hij in 1991 het toenmalige restaurant Pallas Athene over. Hij is de langstzittende ondernemer aan de Hof.

In de eerste maand van de lockdown rijdt Kostas oeverloos rondjes in zijn auto. ‘Ik moest eruit, anders werd ik gek. Ik kan niet te lang thuis zitten.’ Hij maakt zich zorgen over zijn nieuwste project, een klein luxe restaurant met verse vis uit Griekenland en dure wijnen, dat hij samen met drie compagnons heeft opgezet. De plannen zijn groots. Ze willen Amersfoort kennis laten maken met de moderne Griekse keuken. ‘De eerste maanden liepen redelijk, maar we zaten nog in de opstartfase’, vertelt hij, ‘hoe dit verder moet, weet ik niet.’

De nieuwe sportschool MV-Gym van de vijftigjarige Mathilde ten Hoor moet dicht voordat ze ook maar een les pilates heeft gegeven. ‘De hele verbouwing kostte vijftienduizend euro, hoe ga ik dit terugverdienen?’ Ten Hoor opende vijftien jaar geleden haar eerste sportschool in Zeist, haar ledenbestand groeide tot zeshonderd mensen waardoor ze steeds meer freelancers kon aannemen voor het verzorgen van de sportlessen. Zelf wilde ze haar energie stoppen in de nieuwe vestiging in Amersfoort. ‘Good vibes only’, schrijft ze begin april 2020 op de Facebook-pagina van haar bedrijf. ‘Mis je het sporten? 1 op 1 training kan nog wel. Uiteraard nemen wij nodige voorzorgsmaatregelen in acht.’

Ten Hoor is niet de enige ondernemer in Amersfoort die vlak voor de corona-uitbraak een zaak opent. Tussen december 2019 en maart 2020 beginnen 66 ondernemers een bedrijf, blijkt uit cijfers van de Kamer van Koophandel. In totaal kent de stad een kleine 3500 bedrijven met tussen de twee en vijftig werknemers. Een van die nieuwe ondernemers is Misha Luyckx. Na maanden voorbereiding opent ze in december, op een braakliggend terrein naast een supermarkt, haar conceptstore Zuid. Een lunchcafé in een wit, houten strandpaviljoen en een winkel met kleding en woonaccessoires. De persconferentie van Bruins en Slob voelt als een klap in het gezicht, vertelt ze. ‘Mijn zoon zat boven te juichen want de school ging dicht en een verdieping lager zat ik huilend op de bank. Mijn droom leek voorbij.’ Luyckx herpakt zich en verkoopt koffie, taart en lunch aan de deur. Op de Instagram-pagina van Zuid schrijft ze: ‘We hopen op een goeie maar gecontroleerde doorloop, want jeetje, wat zijn dit spannende tijden!’

Op het hoofdkantoor in Soest viert modeketen Arthur & Willemijn met een aantal vaste gasten en een luxueuze lunch het begin van de lente: een belangrijk verkoopseizoen voor de kledingbranche. ‘We hielden het coronanieuws wel in de gaten’, vertelt eigenaar Sander van Buiten, ‘maar we waren zo druk met onze nieuwe collectie dat de lockdown ons overviel. We wilden knallen.’ Ondanks de plaatsing van plexiglas en de oproepen via de sociale media dat klanten veilig kunnen winkelen, is er weinig klandizie in de zeven vestigingen – waarvan twee in Amersfoort. Maar online gaat het hard: er komen honderd bestellingen per week binnen. ‘Al tien jaar doen we aan personal shopping, via WhatsApp en videobellen geven we klanten advies en dat betaalt zich nu uit’, zegt Van Buiten.

Zijn oma krijgt echter corona en draagt het virus over aan zijn ouders, de oprichters en naamgevers van het in 1978 gestarte familiebedrijf. Na een korte opname in het ziekenhuis overlijdt Van Buitens oma.

‘Gelukkig konden we als kleinkinderen voor haar waken, we zijn heel close als familie. Maar het was natuurlijk heel triest dat we maar met vier mensen op haar begrafenis mochten zijn.’

In het tweede kwartaal van 2020 kunnen ondernemers naast de now-regeling voor personeelskosten ook een tijdelijke overbruggingsregeling (tozo) en een tegemoetkoming vaste lasten (eerst togs, later veranderd in tvl) aanvragen. De voorwaarden luisteren nauw. Voor de tozo komen alleen zelfstandig ondernemers in aanmerking en bij de tvl moeten bedrijven per kwartaal minimaal dertig procent omzetverlies lijden ten opzichte van het voorgaande jaar en het aandeel vaste lasten van de omzet moet minimaal vierduizend euro zijn. In Amersfoort krijgen ruim elfhonderd bedrijven een now-vergoeding. Begin juni hebben een kleine zeventienhonderd bedrijven een togs-regeling aangevraagd.

Niet alle ondernemers komen in aanmerking voor overheidssteun. De omzetverliezen van de twee sportscholen van Ten Hoor zijn net iets minder dan dertig procent. ‘De regeling is voor mij enorm nadelig’, vertelt ze, ‘omdat ik net een nieuwe locatie ben begonnen zit ik onder het vereiste percentage. Dat is enorm frustrerend.’ Met online work-outs, lessen in het park, een-op-eentrainingen en sinds half mei groepslessen van maximaal negen deelnemers, is haar week voller dan ooit, maar veel levert het niet op.

Ook Marije Breuker komt voor beide steunpakketten niet in aanmerking. Als directeur-eigenaar van reisbureau Motivation Travel heeft ze geen recht op de overbruggingsregeling en haar vaste lasten zijn te laag voor de tegemoetkoming. ‘Wanneer je een bv hebt die is gevestigd op je thuisadres val je tussen wal en schip. Ik krijg geen vergoeding voor mijn vaste lasten terwijl ik wel mijn accountant moet betalen, marketing, de kosten voor mijn website en verzekeringen.’

Jaarlijks organiseerde Breuker zo’n 25 bedrijfsreizen voor soms wel tweehonderd personen per reis. Haar jaaromzet daalde in een klap van één miljoen euro tot nul. ‘Dit bedrijf is mijn kindje, ik heb het in de afgelopen zeventien jaar van de grond af aan opgezet en nu stort alles in elkaar. Het voelt soms alsof ik in een rouwperiode zit.’ Om haar hypotheek te kunnen betalen is ze gaan lesgeven bij een opleiding evenementenmanagement.

Mathilde ten Hoor in haar sportschool MV Gym in Amersfoort die nu door de nieuwe maatregelen weer om 17.00 moet sluiten, Amersfoort © Rachel Corner

Eind juni 2020 timmeren een paar mannen een terras in elkaar op het recreatiepark Netl de Wildste Tuin in de Noordoostpolder. Hier organiseert de Amersfoortse evenementenorganisatie Kultlab – elf vaste medewerkers en honderden freelancekrachten – sinds 2016 het populaire festival Wildeburg. Een van de medewerkers rijdt met een vorkheftruck door het mulle zand. Op de biertap die hij vervoert stuitert de kop van een gans: de beeltenis van het Amerikaanse ipa-bier Goose Island. ‘Normaal bouwen we alles op voor een weekendje en nu voor twee maanden’, vertelt Thomas van Aarssen, verantwoordelijk voor de productie van pop-up camping Kallumaan.

Met hottubs, hangmatten, een terras aan het water en verschillende luxueuze tenten met terraskachels en biertafels heeft Kultlab met deze camping, in juli en augustus geopend, ‘een festivalgevoel’ gecreëerd. Er is een podium waar een dj loungemuziek draait, tussen metershoge fraai vormgegeven stalen constructies van het Amersfoortse ontwerpbureau ATMosphere is plek voor een kampvuur. Het is niet de bedoeling dat mensen hier gaan feesten, zegt Van Aarssen. ‘We hebben een stiltebeleid vanaf elf uur ’s avonds en organiseren veel activiteiten voor kinderen. We verwachten dat vooral gezinnen naar de camping komen.’ Vanwege de coronamaatregelen mogen alleen huishoudens een tent delen en drugs en overmatig alcoholgebruik zijn niet toegestaan.

‘Dit bedrijf is mijn kindje, ik heb het in de afgelopen zeventien jaar van de grond af aan opgezet en nu stort alles in elkaar’

De camping gaat het verloren festivalseizoen niet goedmaken, maar daar draait het volgens Kultlab ook niet om. ‘We hadden dit mentaal nodig’, vertelt een van de medewerkers. ‘Het enthousiasme om hier iets moois van te maken geeft veel energie. Het is ook fijn voor alle leveranciers, zoals de tentenbouwers, die zonder opdrachten kwamen te zitten.’

Eind juli stuurt de Amersfoortse locoburgemeester Kees Kraanen een waarschuwingsbrief naar alle horecaondernemers. Vanwege de oplopende besmettingen in de stad gaan boa’s strenger controleren op naleving van de coronaregels en volgt er zo nodig een boete van vierduizend euro. Het blijft niet bij woorden. Na twee waarschuwingen krijgt Thomas Kruip, eigenaar van het populaire jongerencafé De Karseboom, een boete omdat het uitgaanspubliek zich niet houdt aan de anderhalve meter afstand. De horecaondernemer tekent bezwaar aan.

Horecaondernemer Teun van Essen merkt dat veel klanten zich gedragen alsof er geen coronavirus meer bestaat. ‘We moeten op het terras vaak politieagentje spelen en we krijgen telefoontjes of er ’s nachts gedanst mag worden. Tja, wat moet je daarvan denken.’ Het verbaast hem dan ook niet dat eind september strengere coronamaatregelen – om middernacht muziek uit en om 01.00 uur de tent sluiten – worden afgekondigd. Kruip gooit zijn café dicht, de jongeren komen pas rond die tijd. Van Essen houdt zijn vijf zaken nog wel open. In muziekcafé Miles is nog elk weekend livemuziek. ‘Dat is het hart van de zaak, daar wil ik niet op bezuinigen.’

Zijn buurman op de Hof, Kostas, draait een enorm goede zomer. Hij maakt een groot terras voor restaurant Pallas en de twee naastgelegen cafés waar hij de eigenaar van is maar die gerund worden door een bevriende horeca-uitbater. ‘Met onze keuken kunnen we ook op anderhalve meter afstand nu veel meer gasten bedienen. Het is een geweldige sfeer, mensen vinden het heerlijk om weer uit te gaan. Ik krijg toeristen uit heel Nederland en België en ze besteden lekker veel geld. Een groot deel van het omzetverlies uit het voorjaar verdien ik nu weer terug.’

De economische krimp in regio Utrecht-Amersfoort is in die periode ook lager (4,5 procent) dan in de rest van Nederland (5,6 procent), blijkt uit onderzoek van de Rabobank in september 2020. Volgens hoofdonderzoeker Otto Raspe is de zogenoemde sectorstructuur relatief gunstig. Uit cijfers van marktonderzoeker Locatus uit dezelfde periode blijkt dat de leegstand in winkelgebieden in Amersfoort met 9,7 procent weliswaar hoger is dan het landelijk gemiddelde (7,6 procent), maar lager dan stadscentra van vergelijkbare grootte zoals Maastricht, Zwolle, Arnhem en Den Bosch.

Na de aankondiging van een nieuwe lockdown op 14 oktober 2020 verdwijnt het optimisme van Kostas. Als hartpatiënt is hij zo voorzichtig mogelijk geweest, niet op vakantie naar Griekenland, en maar blijven doorwerken. Nu kijkt hij lijdzaam toe hoe het land weer op slot gaat. Net als bijna alle horecaeigenaren in Amersfoort volgt hij netjes de regels van de overheid, maar teleurgesteld is hij wel. ‘Blijkbaar kunnen we die vrijheid niet aan’, verzucht hij.

De derde now-regeling kan hij pas vanaf half november aanvragen, maar in de tussentijd moet hij wel zijn 32 werknemers betalen. ‘Een deel van het salaris heb ik in oktober overgemaakt, het andere deel komt volgende maand. Het is passen en meten.’ Regelmatig praat hij met andere ondernemers over de overheidssteun en hoe ze het proberen vol te houden. ‘Ik denk dat het moeilijk gaat worden in de loop van 2021, dan moeten de uitgestelde belastingen worden betaald en als er weinig binnenkomt wordt het voor mij ook lastig.’

Sander van Buiten heeft weinig financiële zorgen. Een groot deel van de eerste now-steun moet hij terugbetalen omdat de omzet van Arthur & Willemijn via de webshop hoger uitviel dan gedacht. De eigenaar van zeven modezaken probeert vooral meer te ontspannen. Zo tennist hij regelmatig met zijn vader die nog herstellende is van corona. ‘Hij moet weer conditie opbouwen en het helpt mij om mijn hoofd leeg te maken.’

Hij vindt het wel lastig om in te schatten hoeveel hij moet investeren in de collecties voor 2021. ‘Voor ons is de inkoop de helft van onze uitgaven, daarmee financieren we volgende leveringen. In de horeca zijn personeelskosten veel belangrijker en is de inkooptermijn veel korter. In de kledingbranche werkt dat niet zo.’

Dat inzicht is ook doorgedrongen op het ministerie van Economische Zaken, vertelt Van Buiten die tussen mei en september een aantal keer deelneemt aan onlinevergaderingen met (top)ambtenaren en vertegenwoordigers uit de kledingbranche. ‘Er is weinig kennis van hoe onze sector in elkaar steekt. Je werkt meer dan een half jaar vooruit – in de zomer koop je de wintercollectie in – dus je kunt niet zomaar bestellingen afbellen.’ De sessies leiden uiteindelijk tot een uitbreiding van het steunpakket voor ondernemers in de non-fooddetailhandel: een vergoeding voor de onverkochte voorraad.

Vanaf 15 december gaat het hele land op slot. De eerste week van de lockdown is het in De Algemene Boekhandel in Amersfoort-Zuid een chaos. ‘Klanten belden om hun bestellingen door te geven, maar dat werkte totaal niet’, vertelt eigenaar Hans de Sain. ‘We zijn daar snel mee gestopt. Via de e-mail kun je meteen een Tikkie sturen, dat is veel handiger.’ De omzet in december, de drukste maand van het jaar, ligt weliswaar zestig procent lager dan een jaar eerder, maar dat verlies maakt De Sain deels goed in de eerste maanden van 2021. Door de landelijke campagne Ik steun mijn boekwinkel vervijfvoudigt het aantal bestellingen. ‘Dat is een geweldige boost voor ons’, vertelt De Sain, die merkt dat het nauwe contact dat hij met de klanten heeft zich dubbel en dwars uitbetaalt. Zelf pakt hij elke middag zijn fiets om boeken af te leveren bij klanten in het centrum van Amersfoort. Hij heeft er plezier in: ‘Het is gezond en ik vind het leuk bij ze aan de deur te komen.’

Sportinstructeur Ten Hoor mag alleen kleine groepjes lesgeven waardoor ze haar klanten ook thuis opzoekt voor privé-lessen. Ze gooit de auto vol met gewichten en andere sportattributen en rijdt van het ene adres naar het andere. ‘Soms vraag ik me af: waarom doe ik het nog? Het voelt als een zinkend schip dat ik drijvende probeer te houden.’

De donkere wintermaanden maken horecaondernemer Van Essen zwaarmoedig. ‘Ik zat in een soort depressie’, vertelt hij later. ‘Ik kon mijn energie niet kwijt en wist niet wat ik moest doen. Ik zat met een deken op de bank en hoopte dat de dag zo snel mogelijk voorbijging.’ Zijn vriendin, met wie hij zijn vijf cafés runt, is wel actief. Zij volgt een opleiding filologie, geeft wijncursussen aan het personeel en regelt dat personeelsleden hun kennis over whisky, jenever en cocktails aan elkaar overbrengen. Van Essen zoekt tevergeefs naar passend vrijwilligerswerk. ‘Ik wist niet hoeveel tijd ik beschikbaar had omdat het onduidelijk was hoe lang de lockdown ging duren. Die onzekerheid is slopend.’

Op 23 februari 2021 heeft Van Buiten een fles champagne koud staan. Gespannen kijkt hij samen met zijn vrouw naar de persconferentie van premier Mark Rutte en minister Hugo de Jonge. De fles gaat open ongeacht de boodschap van het kabinet, zo is de afspraak. ‘Als we langer dicht moesten blijven zouden we ons gaan bezatten, maar het werd een klein glaasje’, lacht Van Buiten. ‘We moesten meteen aan het werk.’ Vanaf 3 maart mogen winkels klanten op afspraak ontvangen en dat is waar zijn modewinkels al jaren goed in zijn. In amper een week tijd worden alle zeven vestigingen schoongemaakt, de voorjaarscollectie opgehangen en kleding besteld die vanwege de lockdown op on hold was gezet. De eerste dagen zijn helemaal volgeboekt met afspraken. ‘Onze klanten wilden dolgraag langskomen en wij hadden nu ook de tijd voor ze.’ De omzet in maart is zelfs hoger dan in pre-coronajaar 2019.

Intussen is het een grote puinhoop in restaurant Pallas. De beelden, pilaren en de muurschildering van een wit dorpje in avondlicht zijn verdwenen. Vanuit Griekenland wordt de verbouwing aangestuurd, een nicht van een van Kostas’ compagnons is architect en geeft dagelijks via Skype instructies aan het personeel. De één legt elektriciteit aan, een ander metselt een ruime wijnbar en bekleedt het met mozaïektegels. Kostas is dankzij een investering van ruim vijftigduizend euro van een van zijn compagnons weer positief over de toekomst. ‘De lockdown is het perfecte moment voor deze renovatie. We krijgen overheidssteun en we besparen kosten in de verbouwing door ons personeel in te zetten.’ Tegelijkertijd kunnen klanten online nog steeds eten bestellen, deze keer verzorgd vanuit het kleine restaurant, gedoopt tot Meat the Greek. ‘Het concept hebben we drie keer aangepast, maar nu zijn we eruit. Dat wordt de plek om te snacken met veel gerechten die je in elk Grieks restaurant tegenkomt.’

Begin juni. Op de parkeerplaats van MV-Gym in Zeist houdt sportinstructeur Ten Hoor het tempo er flink in. ‘Caroline, ik heb het nu al een paar keer uitgelegd. Let je wel op?’ Een parcours is uitgezet met gele pionnetjes, gewichten en matjes. Op de klanken van Abba werken twaalf vrouwen en een man, tussen de twintig en zeventig jaar, zich in het zweet. ‘Henni, planken. Met je lichaam naar beneden. Goed zo, Maaike. Jump!’

De cursisten hebben vooral oog voor de puppy die aan de voeten ligt van Ten Hoor. Tussen de oefeningen door geeft ze de golden retriever mee aan een van de vrouwen in de sportschool. ‘Kun jij hem even uitlaten?’

‘Als we langer dicht moesten blijven zouden we ons bezatten. Het werd een klein glaasje. We moesten meteen aan het werk’

Trouwe klanten zijn de sportschool ook trouw gebleven, maar dat geldt niet voor iedereen. Van de bijna zeshonderd lidmaatschappen in Zeist is twee jaar later bijna de helft vertrokken. Sommigen klanten willen hun geld terug omdat ze tijdens de lockdown niet binnen konden sporten. ‘Als ik dat ga doen, red ik het niet. Ik werk met een strippenkaart zodat je het kunt inhalen; maar geen geld terug.’ In Amersfoort loopt het beter. De pandeigenaar is coulant en heeft tijdens de lockdown geen huur gevraagd. In Zeist zijn de gesprekken over huurkortingen op niets uitgelopen. ‘Ik weet niet hoe lang ik het hier nog kan volhouden.’

Bij evenementenorganisatie Kultlab groeit tijdens de zomer de onvrede over het kabinetsbeleid. Geen festival Wildeburg begin juli en ook het Amersfoortse festival Into The Woods, dat begin september plaatsvindt, lijkt niet door te mogen gaan. ‘Er is ons maandenlang een worst voorgehouden’, schrijft Kultlab half augustus op Instagram. ‘Tijdens de recente persconferenties kregen festivals wederom geen groen licht ondanks de belofte dat deze weer konden plaatsvinden wanneer iedereen die dat wil is gevaccineerd. Dat moment is nu, maar de belofte is officieel gebroken.’ Het bedrijf roept festivalgangers op zich aan te sluiten bij de protestmars Unmute Us.

Het is een van de weinige kritische geluiden in Amersfoort. Wanneer horeca-eigenaar Van Essen via Facebook wordt aangesproken over het coronatoegangsbewijs voor de horeca schrijft hij: ‘Mijn zegen heeft het, zo’n verplichte check via de app. Dat liever, dan wachten tot alle risico’s weg zijn.’

Kostas Geiorgiadis in zijn Grieks/mediterraans restaurant Pallas, Amersfoort, 1 december © Rachel Corner

Intussen heeft Ten Hoor met pijn in haar hart een deel van haar sportschool in Zeist overgedragen aan een concurrent. Haar ruimte is meer dan de helft kleiner: van 400 naar 160 m². Dat scheelt flink in haar vaste lasten, maar het nadeel is dat ze minder klanten kan hebben per sportles waardoor die veel sneller vol zitten. ‘Een deel van hen is gewend om op een vast tijdstip te sporten en als dat tijdstip via de app al is gereserveerd, kan ik weinig voor ze doen.’ De Amersfoortse vestiging houdt haar nu op de been. ‘Soms zeg ik wel tegen mijn man: moet ik maar de hele tent verkopen? Ik begin weer helemaal opnieuw als ondernemer en dat kost zoveel energie. Maar die gedachte verdwijnt tijdens een fijne les.’

Modeketen Arthur & Willemijn gaat het voor de wind. In september en oktober draaide het omzetten die nog hoger lagen dan voor corona. ‘Echt een topdrukte, vooral in de winkels in Amersfoort en Utrecht. Die hebben de zwaarste klappen gehad en dat ziet er nu een stuk beter uit’, zegt Van Buiten die als een van de weinige ondernemers geen gebruik hoeft te maken van de uitstelregeling voor belastingen.

De afgelopen periode heeft hij de tijd genomen om samen met zijn vrouw na te denken over de toekomst van zijn bedrijf. ‘Tijdens corona zie je ook waar het misgaat in de branche. De hoge omloopsnelheid van kleding die vastloopt als andere delen van de wereld op slot gaan.’ Aan die ratrace doet Van Buiten al niet mee, veel van zijn merken produceren in Europa, al is een klein aantal nog afhankelijk van productie in China. ‘Wij willen ons meer focussen op duurzame materialen en samenwerkingen aangaan met nieuwe merken die in Europa, en wellicht ook in Nederland, produceren.’ Daarnaast willen ze hun kennis over het modevak overdragen via de Arthur & Willemijn-academie. ‘We richten ons op iedereen die in een winkel of online stijladvies wil geven en met die inkomsten willen we jonge vrouwen in ontwikkelingslanden steunen die werken in de textielsector.’

Met veel creativiteit hebben de Amersfoortse ondernemers zich door de coronacrisis heen geslagen. Ondanks alle tegenslagen blijven ze doorgaan. Ze hebben hun bedrijfsvoering aan de omstandigheden aangepast, sommigen weten nu ook beter wat hun echte toegevoegde waarde is.

Een horeca-uitbater beseft bijvoorbeeld nu beter welke sociale functie haar onderneming vervult. ‘Ik kreeg tijdens de gedwongen sluiting een berichtje van een oude man die eenzaam is en contact mist. Ons café is voor hem een buurthuis. Dan wil je ook weer open.’

De eigenaar van een bedrijf dat audiovisuele producties verzorgt tijdens congressen en tijdens de eerste lockdown zijn omzet zag dalen tot het nulpunt, besluit het over een andere boeg te gooien. Hij begint een geheel nieuw bedrijf dat webinars verzorgt vanuit een professionele studio die hij bouwt in zijn kantoor. Een andere ondernemer, eigenaar van een koffie-, taart- en broodjeszaak, trekt zomers met een pop-upfestival door verschillende wijken in Amersfoort. Hij verkoopt pannenkoeken en wraps om uit de kosten te komen en nodigt artiesten uit om voor een vergoeding activiteiten te organiseren voor kinderen en volwassenen, zoals popcorn maken, schminken en een cacao-ceremonie. ‘Dit is voor mij puur ondernemen, iets nieuws creëren en mensen bij elkaar brengen.’

Er zijn ook iets minder in het oog springende activiteiten. Een horecaslager die al tientallen jaren vlees levert aan zo’n honderd restaurants en snackbars in en buiten Amersfoort stelt noodgedwongen pakketten samen voor particuliere klanten. Zijn zoon heeft hij ingeschakeld voor reclame op de sociale media, zelf pakt hij regelmatig de bestelbus om het vlees af te leveren bij de klanten.

Gaan de nieuwe activiteiten en inzichten de ondernemers weer redden nu er een nieuwe avondlockdown is aangekondigd? Of duwt deze keer de nieuwe domper hen wél over het randje?

Het is te vroeg om hier de antwoorden op te hebben. Maar wat opvalt is dat regionale solidariteit soms wonderen doet. Pandeigenaren met een binding met Amersfoort bijvoorbeeld, die eerder bereid zijn tot het kwijtschelden van de huur, het geven van huurkortingen of uitstel van betalingen. Een vastgoedpartij met tientallen panden in Amersfoort die al decennialang verbonden is met de stad heeft zelf het initiatief genomen van een huurkorting van twintig procent over een periode van ruim een jaar. ‘Wij denken dat de horeca en winkeliers het over een lange periode lastig hebben en willen hun graag tegemoetkomen.’ Maar als je pand in handen is van een internationale vastgoedpartij, verloopt het contact veel stroever. ‘Je bent niet meer dan een nummer en voor jou gaan ze geen uitzondering maken’, vertelt de eigenaar van een kledingzaak.

Tijdens de wandeling met gemeenteambtenaar Mark Keultjes fietst een vrouw met hoge snelheid door een van de winkelstraten. Keultjes doet snel een stap opzij. ‘Het is soms net een dorp’, lacht hij. ‘Mensen willen zo snel mogelijk wat halen en dan zetten ze hun fiets voor de winkel. Maar kijk wat voor een straatbeeld dat oplevert.’ Hij wijst op de Varkensmarkt, een plein vol fietsen, afvalbakken en reclameborden van cafés en winkels. ‘Iedereen is het erover eens dat dit plein op de schop moet. Meer groen en bankjes.’

Op het stadhuis constateert d66-wethouder Willem-Jan Stegeman (Financiën) dat de inzet van stewards tijdens corona goed heeft gewerkt. Zij verbieden mensen door de winkelstraten te fietsen en wijzen op de gratis ondergrondse fietsenstalling. ‘Dat is ook een rol die wij als gemeente kunnen spelen. Alleen niet voor eeuwig, dat extra budget is gekoppeld aan corona. Nu zijn we aan het kijken hoe we daar blijvend op kunnen sturen.’

Stegeman maakt zich nog geen grote zorgen over de impact van corona op de stad. ‘Als je kijkt naar de bedrijven die zijn omgevallen valt het nog mee. Veel ondernemers worden natuurlijk nog in leven gehouden door de overheid, dus die shake-out moet nog plaatsvinden.’ En dat er nu al negen procent leegstand is in de binnenstad is volgens hem te verklaren. Een groot deel van de panden heeft al een nieuwe huurder, en in het geval van het al lang leegstaande Amicitia met bijna tweeduizend vierkante meter leegstand – de Amersfoortse koopgoot die de afgelopen twintig jaar vooral werd gemeden door het winkelend publiek – wordt gekeken naar alternatieve bestemmingen zoals woningen.

Als stad met een grote regiofunctie blijft Amersfoort belangrijk, zo verwacht de wethouder. ‘Al realiseren wij ons dat het niet alleen gaat om het winkelen, maar dat je er wil zijn omdat het gezellig is. Van de place to buy naar de place to be. Vandaar ook dat we vaart maken met achterstallig onderhoud van pleinen en winkelstraten.’

De Grieks-Nederlandse ondernemer Kostas heeft vertrouwen dat zijn gasten ook na de avondlockdown weer bij hem gaan eten. Al hebben sommigen nog wel moeite met de mediterrane kaart. ‘Ze komen voor Kostas, zeggen ze, en verwachten klassieke Griekse gerechten. Dus dat passen we een beetje aan.’ Vanwege de uitgestelde belastingen worden de komende jaren niet makkelijk, geeft hij aan. Maar aan stoppen denkt hij nog niet. ‘Het ondernemen zit in mijn bloed, ik doe niets liever.’

Deze publicatie is mede mogelijk gemaakt door een bijdrage van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten. Een deel van de verhalen verscheen eerder in het huis-aan-huisblad De Stad Amersfoort