Lieve moeder,

De zorgen die je je om mij maakt, zijn echt tevergeefs, hoor. Het gaat heus goed met mij, hier in Frankrijk. En al ben ik alleen, en houdt niemand van me, en heb ik met iedereen ruzie - mij kan niets gebeuren, want ik ben een kind van ouders die in een kamp hebben gezeten. Dat zijn dus sterke ouders, en die hebben sterke kinderen.

En hoe gaat het met jou? Ben je al dood? Indien wel, zou je dan het mij toekomende deel van mijn erfenis naar mij kunnen sturen, want omdat verdriet voor mij gratis is, heb ik daar nu heel veel van, maar geld, ho maar.
Mocht je nog leven, zou je dan zo goed willen zijn om mij een goed stuk touw, een haak en een makkelijk omvallende stoel op te sturen; hoeft niet duur te zijn; verder een enkel blocnotevelletje en een oude ballpoint - meer heb ik niet nodig.
De belangstelling die je voor mij hebt - en die trouwens de hele familie voor mij heeft - vind ik roerend. Het was echt heel lief van je dat je, toen ik je vanavond belde, vroeg of ik ‘straks’ even langs wilde komen.
'Ik wil wel, mam, maar ik zit twaalfhonderd kilometer verderop.’
'O ja… Ik dacht dat je thuis was… Hebben jullie nog ruzie?’
Verder is alles goed met me - ik bedoel: ik kan dus vanavond niet even langskomen, en morgen moet je dus alleen even naar de dierenarts met T.. Ik denk - ik wil je niet overstuur maken - maar hij moet waarschijnlijk afgemaakt worden, mam. Hij zag er al slecht uit toen ik hem de laatste keer zag. Hij kwispelde helemaal niet meer en ook het pootjes geven wilde niet meer lukken; het kwijlen was weer toegenomen, en dat is nooit een goed teken. Maak je niet ongerust, maar dat afmaken doen ze helaas niet meer zachtzinnig tegenwoordig; dat komt door de bezuinigingen in de gezondheidszorg zoals je wel zult weten - en wie zijn daar het eerst het slachtoffer van? Juist, mensen zoals jij, bejaarden. En dieren. Dat afmaken gaat heel gruwelijk - het beest lijdt heel erg, denk daar maar niet aan, als je zijn gejank hoort wanneer de dokter hem met een mes de hals doorsnijdt.
Ben ik een goede zoon voor je?
Ik ben heus wel zelfstandig, vind je niet? Wat E. over mij zei, is niet waar, hè. Ik kan echt wel op mijn eigen benen staan, want ik ben al een end over de veertig. Toch, mam?
Het weer is hier zwaar klote - o pardon, vies woordje - het regent hier heel erg. Ik heb het koud, mama. Wat moet ik doen?
Ik wil niet dat je je zorgen om mij maakt, want jij hebt al zo veel aan je kop. Jij hebt al een hele oorlog meegemaakt, en ik heb slechts twee huwelijken achter de rug. Ik moet niet zeuren, want jullie leed was veel erger dan mijn leed. Zo is dat. En de oorlog is afgelopen, en ik leef in vrede, dus ik moet nu echt ophouden met kinderachtig doen.
Zou jij het erg vinden, mam, als plotseling in de krant zou staan dat ik een verkrachter en een moordenaar zou zijn? Dus dat je de krant inkijkt en dan ineens leest dat ik ben opgepakt op verdenking van de moord op twee kinderen 'nadat hij ze eerst seksueel misbruikt had’. 'Seksueel’ is overigens geen vies woordje, hoor mam, zoals neuken, beffen en poepstampen, dus wind je nou niet op.
Het regent hier, had ik dat al gezegd? En weet je wat raar is? Hier in Frankrijk lopen mijn boeken ook niet, en staan ze ook niet in de boekwinkel. Is dat niet toevallig? Je vraagt je toch af, als God er niet was, wie dit alles toch zo mooi gemaakt heeft, hier op aarde. Er zijn veel mensen die mij niet mogen - dat zijn bijna altijd vrouwen en mannen - gek hè.
Ik weet niet meer waarover ik schrijven moet, mam. Het gaat goed, dus maak je geen zorgen. De Fitou is hier goedkoop.
Dag lieve schat van me, zorg je wel op tijd voor schoon ondergoed?