Lieve Noordzee,

Ik kom vaak op Schiermonnikoog. Ik denk dat je dat eiland wel kent. Het ligt boven een onbeduidend land dat ze Nederland noemen en het wordt van dat land gescheiden door de Waddenzee, je kleine zusje. Het eiland is niet minder onbeduidend, maar het is er mooi.

Ik loop vaak van ons huis op het eiland naar het strand. Soms loop ik over de kleinste paden en soms over wat drukkere wegen. Soms is het grijs en soms schijnt de zon. Het maakt niet uit waar of wanneer je loopt, maar steeds hoor ik het ruisen van de dingen om me heen. Is het de wind? Of het geritsel van de bladeren? Of ben jij het zelf?

Ik weet nooit precies het moment waarop ik jouw geruis voor het eerst waarneem. Maar als ik het waarneem, dan heb ik het gevoel dat het er al was voordat ik me er bewust van was. Maar was het dan in mij? Kan het in mij zitten als ik het nog niet waarneem?

Sta ik eenmaal op het strand, dan ben ik zeker van mijn zaak: ik hoor jou en bijna niets anders, hooguit een krijsende meeuw of een jankende hond. Maar krijsen en janken zijn niet hetzelfde als ruisen. Jou horen raakt me altijd meer dan jou zien, ook al ben je ook voor het oog nooit hetzelfde. Maar als ik jou hoor, dan gebeurt er iets geheimzinnigs. Het is altijd alsof onmerkbaar veel kleine waarnemingen vooraf gaan aan het feitelijke horen. Ik ben onzeker hier. Is een waarneming die niet opgemerkt wordt wel een waarneming?

Ik vind dat geruis zo mooi. Het begint nergens en het houdt ook nergens op. Het ruisen heeft wat dat betreft geen horizon. Die blijft altijd ver weg, maar jouw geruis is zo dichtbij dat ik niet eens weet of het in mij of buiten mij zit. Daarom houdt het nooit op.

Ik hoop dat je een beetje begrijpt wat ik bedoel. Ik hoop het, want ook ik wil je een vraag stellen. Ik weet dat je kunt zien, ruiken en voelen. Wij mensen begrijpen steeds beter dat je een zintuiglijk wezen bent. De bewoners op dit eiland weten dat ook. Je kunt dus ook horen. Zij twijfelen daar niet aan, ik ook niet. Maar – en dat is mijn vraag – hoor jij de mensen ook ruisen? Hoe verloopt dat horen? Hoor jij het eerst niet en daarna wel? Of hoor je het al de hele tijd? Wanneer waren wij, lieve Noordzee, waarneembaar voor jou?

René ten Bos
16 augustus 2021


René ten Bos is filosoof