Liever alles vergeten

De laatste tijd verschijnen steeds meer romans waarin de schrijver onder zijn (of haar) eigen naam de hoofdrol speelt. Zie recente romans van Christine Otten (Om adem te kunnen halen) en Ilja Leonard Pfeijffer (La Superba). Het moet iets te maken hebben met de toenemende belang­stelling, als we tenminste veel boekbeschouwers mogen geloven, voor non-fictie.

Daan Heerma van Voss, De Vergeting, 18,90 e-book, € 15,95

Lezers willen ‘echt gebeurd’, romanschrijvers willen niet achterblijven en dus lijkt het een goed idee jezelf onder je eigen naam tot hoofdpersonage van de roman uit te roepen. Het verhoogt bij lezers de realiteitsillusie en je lezers hoeven ook niet meer te twijfelen aan je oprechtheid. Allemaal echt gebeurd, dus zal het wel waar zijn. Ook het Boekenweek­geschenk is deze keer geen ‘echte’ roman of novelle met bedachte namen en gebeurtenissen, maar een ‘documentaire’. Ik geloof er niets van dat we hier te maken hebben met het al veel vaker aangekondigde einde van de roman. Schrijvers bedachten gewoon een nieuw retorisch middel om de geloofwaardigheid van hun werk te vergroten. Zowel bij Otten als bij Pfeijffer spatten de fictionele en narratieve trucs van de bladzijden, je zou wel gek zijn deze schrijvers op hun blauwe ogen te geloven. Vooral Pfeijffer maakt van het personage ‘Pfeijffer’ in zijn roman een hoogst vermakelijke melancholicus die er steevast op uit is in zeven sloten tegelijk te belanden en zichzelf zo diep mogelijk te laten vallen, zoals dat hoort binnen de traditie van de zwarte romantiek. Boekenweekgeschenkschrijver Van Kooten hanteert eveneens allerlei trucs uit de traditie van de romankunst: de verschillende stijlen, de montage en de terzijdes, al krijg je wel steeds het gevoel dat de ‘ik’ uit zijn boek zo veel mogelijk met Van Kooten zelf probeert samen te vallen.

Ook Daan Heerma van Voss’ nieuwe roman (zijn derde) werkt met ‘echt gebeurd’ en met ‘zichzelf’ als hoofdfiguur en brengt daarmee een ware circusact van de grond. Wat versta je precies onder ‘echt gebeurd’ als je niet meer weet wat er überhaupt is gebeurd voordat je beseft dat er iets is gebeurd? Wie ben je? Waar ben je? Je wordt wakker en je weet niks meer over je verleden, je slaagt er gelukkig vrij snel in vast te stellen dat je een man bent (even in je onderbroek voelen). En een paar uur later weet je ook wel weer dat je Daan Heerma van Voss bent. Maar wat is er precies gebeurd? Heerma van Voss reflecteert zijn hele boek lang over ‘echt’ en ‘niet echt’. We krijgen als lezer zelfs straf wanneer we ons te veel verdiepen in het verschil tussen fictie en werkelijkheid. ‘Waag het niet om te beginnen over fictie en werkelijkheid, want dan duw ik je kop zo tot bloedpap in die mooie spiegel van je paps en mams.’ Het mooie is dat de schrijver natuurlijk zelf erover begonnen is, hij begon ermee ons de hele tijd in te peperen dat het allemaal echt gebeurd is. We krijgen zelfs hersenscans te zien van zijn eigen hersenen en uitvoerige beschouwingen te lezen over de tijdelijke absentie waaraan de schrijver leed. Allemaal echt gebeurd maar daar heb je dan wel literatuur bij nodig om er een kunstwerk van te maken. Aan mij, als lezer (en schrijver) van veel te veel romans die allemaal niet echt gebeurd zijn, is zoiets wel besteed. Ik hou van boeken die me meenemen in een waar spiegelpaleis van hele en halve waarheden, verdubbelingen, rare reflecties en verdwijntrucs, met als grote voorbeeld dat krankzinnige boek van Perec, Het leven een gebruiksaanwijzing (vertaling uit 1995) dat ook uit zijn voegen barst van ‘echt’ en ‘niet echt’. Schreef Heerma van Voss overigens wel een roman? Zelfs daarover bestaat onzekerheid. Op de cover staat dat woord vet afgedrukt, maar in het dankwoord gaat het steeds over ‘dit boek’ en in de roman zelf komt het woord ‘roman’ als verwijzing naar dit boek niet voor.

Kortom, ik ging erin mee. Ook met de pogingen die ‘Heerma van Voss’ onderneemt om zijn tijdelijke absentie te verklaren. Had het iets te maken met zijn net verbroken relatie? Zat er meer algemene stressgevoeligheid achter? Te hard gewerkt? Relatie met ouders? Een echte verklaring geeft hij niet, maar langzamerhand krijgt dit werk een tragischer ondertoon. Deze hyperreflectief denkende en opererende schrijver (ook in zijn vorige romans) legt zichzelf op de pijnbank: zijn ambities, zijn narcisme, zijn egocentrisme, zijn overgevoeligheid op vele gebieden. En het wordt ook duidelijk dat er bij hem sprake is van een fundamenteel wantrouwen tegen wat ik nu maar pathetisch ‘de wereld’ noem. Niemand is te vertrouwen, zijn geliefde niet, zijn vriendenkring niet, maar ook zijn eigen zoektocht naar de waarheid niet. De sleutelzin staat op pagina 204: ‘Al met al zou ik liever alles vergeten dan alles onthouden.’

Hartverscheurend in dit verband is het hoofdstukje ‘Vergeet mij niet’ waarin Heerma van Voss beschrijft hoe plotseling bij zijn ouders een briefkaart uit 1943 opduikt van een ooit door Tante Irmy geadopteerd dertienjarig meisje. Etty Heerma van Voss (Leiden 16.6 1931-16.4. 1943 Sobibor). De briefkaart is in Nederland langs de treinrails gevonden. De schrijver drukt een fotokopie ervan af, compleet dus met de schrijffouten. Ik heb er moeite mee deze tekst over te typen, soms is alles te erg. ‘Donderdag 18 maart. Wij zijn weg. We zijn woensdagavond om negen uur weg gehaald. Nu zit ik in de trijn. Wij zijn bijna bij Westenborg. Dag allemaal, een benden kusjes, van je Etty.’ Wie zulke kaartjes onder ogen ziet, kan niemand meer vertrouwen. Dit boek is een ultieme poging tot zelfbescherming.

Daan Heerma

van Voss

De vergeting

De Bezige Bij,

273 blz., € 18,90