Liever een god

Simone de Beauvoir interviewde Sartre over vrouwen (onder meer in Het afscheid).

Je vraagt je tijdens het lezen voortdurend af wat De Beauvoir met dat vraaggesprek op het oog had.

De Beauvoir herinnert Sartre aan z’n uitspraak dat hij polygaam was en dat hij zich niet wilde beperken tot één affaire. ‘Wat ik zou willen weten’, vraagt Simone, ‘wat heeft u bij die avonturen in het bijzonder in de vrouwen aangetrokken?’

‘Wat je maar kunt bedenken’, antwoordt Sartre.

‘Hoezo?’ vraagt De Beauvoir.

Sartre zegt dan: ‘De hoedanigheden die ik van vrouwen kon verwachten, de meer serieuze kwaliteiten die had u, volgens mij. Bijgevolg kwamen daardoor andere vrouwen vrij, die bijvoorbeeld alleen maar “gewoon knap” hoefden te zijn.’

Wat beweert Sartre hier? Simone, je bent leuk en zeer intelligent, mijn maatje, maar andere vrouwen zijn misschien dommer, maar wel seksueel aantrekkelijker, en die wil ik en die neem ik dan ook.

Sartre ‘rechtvaardigt’ dat door te zeggen dat die andere vrouwen ‘niets betekenden’.

Tja: wat betekent ‘betekent niets’?

Sartre zei dit tegen Simone al voor de Tweede Wereldoorlog.

Ze kwamen er in de jaren zeventig van de vorige eeuw mee naar buiten.

En ik herinner me nog goed dat er in die jaren in mijn kringen zo over de seksualiteit werd gedacht. Je had een maatje – vooral in geestelijke zin – en daar was je misschien mee naar bed geweest, maar op een gegeven moment waren er andere verleidingen verschenen en daar was je op ingegaan. Moest kunnen. Jaloezie was immers burgerlijk. Als je er maar op vertrouwen kon dat de ander je geestelijk niet in de steek zou laten.

In mijn omgeving is dit nooit goed gegaan, hoezeer ik zelf ook de sartriaanse manier van leven bewonderde. Op enig moment was er toch sprake van jaloezie. Liegen bleek uiteindelijk beter dan het betrachten van openheid. Je kon tien keer zeggen: ‘Ik ga alleen met haar (hem) naar bed’, de ander zei dan: ‘Dat is niet zo. Ik zie toch hoe jullie met elkaar omgaan. Je bent veel liever voor haar (hem) dan voor mij.’

Simone was ook jaloers, zei ze soms. Sartre niet, maar hij deed ook maar.

Mijn homoseksuele vrienden zeggen dat zij het geen probleem vinden om er meerdere seksuele contacten op na te houden en daar eerlijk over te zijn. Sommigen beweren dat dat tot de homoseksuele cultuur behoort. Ik weet dat niet. Ik vraag me alleen af waarom het in mijn heteroseksuele kring nooit gelukt is.

Ik heb wel eens gedacht dat dit was omdat iedereen anders seks heeft en je eigenlijk nooit voldoet aan het ideaalbeeld. Ik was vroeger jaloers, omdat ik vermoedde dat mijn ‘vriendin’ met een ander altijd betere seks had dan met mij. Als ik hoorde over een oude ex: ‘Ja, hij kon goed seksen, maar hij was verder saai, saai, saai’, dan kon ik alsnog jaloers worden. Ik was liever saai, saai, saai, maar een god in bed, godverdomme! Ik voldeed helemaal aan een cartoon van Peter van Straaten. Je ziet een naakte jongen, na het neuken, onzeker in bed liggen naast een heerlijke vrouw (die kan Peter altijd fantastisch tekenen) en die jongen zegt: ‘Vond je me echt wel een beetje goed?’

Als je een partner hebt die honderd procent ‘voor jou’ is, dan geeft dat een vorm van aangename zekerheid, en om dan alsnog te beweren dat vrije seks binnen je relatie mogelijk moet zijn, heeft iets hypocriets. Want het is alleen die uitspraak waarmee je je tegen een eventuele aantijging van burgerlijkheid verzet.

Aan de andere kant is het, als je jong bent, moeilijk om trouw te zijn.

Dat trouw een deugd is, weet je zeker als je ouder wordt.

Intellectueel bied ik nog verzet, meer uit vergeefse balorigheid.