Liever een hamburger dan oorlog met Israël

Jeruzalem – Palestina wordt een McDonald’s-staat. De eerste tekenen zijn er al. Onlangs werd het eerste Kentucky Fried Chicken- restaurant in het centrum van Ramallah geopend en volgens Adeeb Bakri, de kfc-franchisehouder, volgt spoedig de Pizzahut.

De ontluikende middenklasse nipt haar koffie in het glanzende Star And Bucks-café, een goedkope kopie van de Amerikaanse Starbucks, en koopt Diesel-jeans in een van de nieuwe winkelcentra die als paddenstoelen uit de grond rijzen. Negen kilometer ten oosten van Ramallah wordt Rawabi gepland, een moderne forensenstad voor de middenklasse met kleurige rijtjeshuizen en supermarkten aan rechte straten voor zo’n veertigduizend middenklassers. Terwijl de werkloosheid nog steeds schommelt rond de dertig procent groeide de economie in 2011 met ruim tien procent. De horeca verdubbelde en de bouw nam toe met 36 procent.

Zelfs in de Gazastrook, waar de meerderheid onder de armoedegrens leeft en afhankelijk is van de VN-voedselrantsoenen, is dankzij de door Israëls volledige afsluiting van het gebied ontstane smokkelhandel een nouveau riche ontstaan. Zij geeft huwelijksfeesten in rijk gedecoreerde feestzalen en viert vakantie in de nieuwe vakantiebungalows op het Gaza-strand.

Bakri verwacht dat de Palestijnse bourgeoisie binnenkort ook in zijn Big Mac kan bijten, want de onderhandelingen met de McDonalds-keten zijn gaande. Dat zal volgens hem de economie van zijn land ten goede komen, want het schept werkgelegenheid en een deel van de producten wordt van lokale producenten afgenomen. De aantocht van McDonald’s zal volgens de Amerikaanse _New York Times-_columnist en schrijver Thomas Friedman het vredesproces in het Midden-Oosten bespoedigen. Reden: Israël is al een McDonald’s-land.

‘McDonald’s-landen voeren onderling geen oorlog’, schrijft Friedman. ‘Als een land zich economisch ontwikkelt tot het niveau van een middenklasse die groot genoeg is om een McDonald’s-keten van klanten te kunnen voorzien, wordt het een McDonald’s-land. Mensen in zo’n land willen geen oorlogen meer voeren, die willen in de rij staan voor hamburgers.’ Vrijhandel leidt tot meer handel, meer handel tot meer economische groei en meer economische groei tot meer welvaart, zegt zijn enigszins verouderde filosofie. Globalisering verbroedert de wereld, want de wereldmiddenklasse bijt niet alleen in dezelfde hamburger maar luistert ook naar dezelfde muziek en kijkt naar dezelfde soaps.

Kortom, de globale Palestijnse middenklasser is liever consument dan soldaat. En dat schiet de Palestijn van de straat in het verkeerde keelgat, want een deel van de Palestijnen met Gucci-zonnebril die in de lokale winkelcentra de laatste trendy kleding kopen, komt uit de gelederen van Fatah en Hamas; het zijn de vrijheidsstrijders van weleer. Toch blijft de vraag of het hamburgereffect ook averechts kan werken. Wat nu als Israël door nieuwe blokkades, militaire invallen of aanvallen – een Palestijnse werkelijkheid – de verkregen hamburger dreigt af te pakken? Helaas heeft Friedman deze situatie niet beschreven.