Liever een held

Vroeger dacht ik zeker te weten dat een mens niet kon doden zonder schuldgevoel. Het zou ‘tegen de natuur’ van de mens zijn.

Alleen in grote nood en onder bepaalde omstandigheden was de mens in staat een ander te vermoorden, anders niet. In dat opzicht zouden we net dieren zijn van dezelfde soort. Die maken elkaar ook niet af. Alleen bij territorium- en geslachtsdrift kon de boel wel eens uit de hand lopen.

Maar dieren, van welke soort ook, hebben er geen moeite mee elkaar te doden en er dan geen schuldgevoel aan over te houden. Natuurlijk, ik kan het een hond of een aap niet vragen, maar schuldgevoel lijken ze niet te kennen.

Nu zou je kunnen betogen, Darwin indachtig, dat we schuldgevoel ontwikkelden omdat het ons een voordeel zou opleveren; we doden niet zomaar een ander en houden zo de soort langer in stand. Als wij hen niet doden, doden ze misschien ons ook niet.

Maar ik geloof niet in die werking van dat schuldgevoel bij het doden van mensen. Bij sommige mensen zou het misschien schuldgevoel opleveren, maar bij anderen leidt het tot trots. Ik geloof zelfs dat het eerder trots oplevert dan schuld. Je hoort na een moord, na een genocide, na de holocaust, eigenlijk heel zelden een spontaan: het spijt mij. Integendeel. Spijt moet vaak worden afgedwongen. Of het nu gaat om ‘Srebrenica’ of de ‘politionele acties’ – er zijn zeker soldaten die van het een en ander last hebben gehad – maar het merendeel had toch, misschien ook wel terecht, het idee dat ze hadden gedaan wat ze konden.

Schuldgevoel wordt wel gezien als een teken van beschaving – je bent je er dan van bewust dat je iets hebt gedaan wat ethisch onverantwoord zou zijn – maar juist bij oorlogen kun je dat gevoel missen als kiespijn. En geen der oorlogvoerenden lijdt ook aan dat gevoel. Hamas-strijders noch Israëlische soldaten, Amerikaanse soldaten noch Isis-strijders geven blijk van schuldgevoel. Een enkeling die een levend kind of volwassene in de ogen heeft gekeken, de smekende of hulpeloze blik zag alvorens de trekker over te halen, heeft te kampen met psychische problemen, waarvan het nog maar de vraag is of die problemen zijn samen te vatten onder de noemer schuldgevoel.

Schuldgevoel is veeleer iets wat wij de ander willen opdringen. Wij vinden dat iemand die iemand anders doodt schuldgevoel moet hebben. Wij willen het besef inprenten dat degeen die gedood heeft schuldig is. Aan wat? Aan het ergste wat je je kunt voorstellen: het benemen van iemands leven.

Schuldgevoel zal een ­enkeling ervan weerhouden te doden, maar het stopt geen legers

Maar dat gevoel kun je alleen maar in iemand wakker roepen die ook van mening is dat ‘het leven’ het belangrijkste is van ons bestaan.

In vele geloven is niet het leven maar de dood het belangrijkste. Na de dood begint immers het paradijs. Je kunt zonder schuldgevoel iemand doden, want eenmaal gestorven, kom je voor de hemelpoort en worden de bokken van de schapen gescheiden; Petrus zal wel zeggen wie door mag en wie niet. Dus het doden an sich is niet erg voor degeen die je neerschiet en degeen die schiet. Wie een goed leven heeft geleid voor de zeis hem komt snoeien, komt vanzelf in een mooi paradijs terecht.

Schuldgevoel is, anders dan de naam doet vermoeden, een waardeloos gevoel.

Het ontstaat bij een zekere mate van beschaving, maar wil je die beschaving handhaven, dan moet je er al weer van af.

Schuldgevoel zal een enkeling ervan weerhouden te doden, maar het stopt geen legers.

Ook wie politiek bedrijft ‘met andere middelen’ zoals Clausewitz zei, zal ‘schuldgevoel’ niet meteen in zijn strategische overwegingen meenemen. Juist niet.

Het lijk, de scalp, de wond zijn – zoals we dagelijks kunnen constateren – tekenen van heldendom. Men wil liever een held zijn dan een schuldenaar.