Bouterse zegt eenzijdig de vriendschap op

Liever geen band met Nederland

In 1992 tekende Nederland het Raamverdrag inzake vriendschap en nauwere samenwerking met Suriname. Desi Bouterse is nu het verdrag om zeep aan het helpen en wil van de democratie een democratuur maken.

GREGOR SAMSA ONTDEKT bij het wakker worden dat hij is veranderd in een monsterachtig ongedierte. Dat liet Franz Kafka in Der Verwandlung (De gedaanteverwisseling) gebeuren. Ruud Lubbers tekende op 18 juni 1992 als minister-president het Raamverdrag inzake vriendschap en nauwere samenwerking tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Suriname. Op 12 augustus 2010 onderging het Raamverdrag, met de inauguratie van een mensenrechtenschender en drugsveroordeelde tot president van Suriname, een genreverwisseling. De president was ongrondwettig gekozen door een deels omgekocht parlement. Naar artikel 92 van de Surinaamse grondwet mag iemand die handelingen heeft verricht tegen de grondwet geen president zijn. De toekenning van de Nobelprijs voor de literatuur aan Mario Vargas Llosa herinnerde de wereld aan het Latijns-Amerikaanse en Caribische labyrint, waarin fictie en realiteit in een stoelendans zijn verwikkeld en soms romanpersonages als Sterke Man de presidentiële paleizen bewonen. Dat misleidende labyrint had achttien jaren nodig om aan een nuchtere calvinist een gedaanteverwisseling op te dringen: Lubbers veranderde als ondertekenaar van het Raamverdrag van politicus in fictieschrijver.

De ‘telefooncoup’
Nadat de spindoctors van Desi Bouterse er niet in waren geslaagd om ook maar één staatshoofd op de pompeuze inauguratieshow van hun baas te krijgen, verscheen de nieuwe Surinaamse president op eigen verzoek op 'werkbezoek’ aan de Vlissengen Road, op kantoor bij president Bharrat Jagdeo van het armlastige buurland Guyana. De Guyanese president kwam zijn gast niet op het vliegveld verwelkomen. President Bouterse hield zich gedeisd en zweeg over de Guyanese militaire bezetting van een stuk door Suriname geclaimd grensgebied, 'het betwiste gebied’. De zucht van Bouterse naar acceptatie door het buitenland ontging de Guyanese media niet. Het gezaghebbende Stabroek News (30 september 2010) kopte: 'Suriname desperately seeks acceptability’. De Stabroek-staf merkte in het artikel op dat het niet de eerste keer was dat Guyana 'a lifeline’ toewierp aan 'Suriname, which was swimming in a sea of international opprobrium’.
Het dagblad greep terug naar januari 1991, toen de Surinaamse president Johannes Kraag in Plantation Skeldon een soortgelijk 'werkbezoek’ bracht aan de toenmalige Guyanese president Desmond Hoyte. Kraag was op 27 december 1990 geïnstalleerd als president, nadat op 24 december 1990 Bouterse en de zijnen met de 'telefooncoup’ hun vierde militaire putsch hadden gepleegd. Een intimiderend telefoontje vanuit het gemobiliseerde leger was genoeg om president Ramsewak Shankar het veld te doen ruimen. Hij was de eerste gekozen president na de militaire dictatuur (1980-1987).
Luitenant-kolonel Bouterse, toen bevelhebber van het leger, was kort voor de 'telefooncoup’ op doorreis, had op Schiphol geweigerd zijn aanhangers te ontmoeten, en moest op zijn aansluitende vlucht wachten in een door marechaussees bewaakt afgezonderd kamertje. En dat terwijl president Shankar op hetzelfde vliegtuig uit Paramaribo zat en naar het gevoel van de bevelhebber onvoldoende actie had ondernomen tegen zijn als vernederend ervaren situatie. Hij zou 'die joker’ betaald zetten!
Bouterse had eerder, op 25 februari 1980, 13 augustus 1980 en 8 december 1982, met wapengeweld (meer) macht naar zich toe getrokken, maar de 'telefooncoup’ was de eerste staatsgreep waarbij hij de nieuwe grondwet van 1987 schond. Nadat in 1991 de wiskundige en dichter Ronald Venetiaan was gekozen tot president werd in een hechtere samenwerking met democratisch Nederland een betere borging van mensenrechten en de democratische rechtsstaat in Suriname gezocht.

Orion
Het Raamverdrag van 1992 ademde ambitie. Niets minder dan 'een samenhangend stelsel van nauwere betrekkingen tussen beide Staten op basis van wederzijds respect en vertrouwen, soevereiniteit en gelijkwaardigheid’ werd vastgelegd. De partijen verplichtten zich tot 'handhaving en bevordering van de democratie en rechtsstaat en een democratisch gelegitimeerde en gecontroleerde overheid’. Beide staten verbonden zich 'de fundamentele rechten en vrijheden van de mens’, zoals gesanctioneerd in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Ook 'het bestrijden van de misdaad, in het bijzonder de grensoverschrijdende misdaad die de rechtsorde in hun Staten kan bedreigen’ vormde een prioriteit. De samenwerking richtte zich ook 'op structurele versterking van het overheidsapparaat en de bevordering van economische ontwikkeling en sociale rechtvaardigheid’. Paragrafen werden geformuleerd op het gebied van financiële, economische en ontwikkelingssamenwerking, buitenlands beleid en veiligheidsbeleid, defensie, culturele samenwerking, milieu en personenverkeer.
Dat het Raamverdrag tanden had bleek in 1993. In dat jaar verbood president Venetiaan het onprofessionele gedrag van bevelhebber Bouterse, die zich in de kazerne als partijpoliticus gedroeg. De bevelhebber trad pontificaal af en weer ontstond er een crisissituatie in het land. Het nationale televisiestation werd door knokploegen van de ex-bevelhebber in brand gestoken en binnen het leger was de spanning tussen de pro-Bouterse-krachten en de constitutionele krachten te snijden. In het diepste geheim vloog op verzoek van de Surinaamse regering vanuit Curaçao een Orion van het Nederlandse leger naar Suriname met daarin wapens voor de democratisch gezinde militairen. De vijfde staatsgreep werd voorkomen, het pleit was beslecht in het voordeel van de democratische rechtsstaat. Gedreven door het nooit-meer-dictatuur-gevoel stelde het Raamverdrag ook eisen aan de integriteit van de samenwerkingspartners. Mocht die integriteit in het geding zijn, dan was opschorting van het verdrag mogelijk: 'Indien de Regering van één van beide Staten van oordeel is dat in de andere Staat sprake is van fundamentele schending van de constitutionele beginselen van de democratie en de rechtsstaat of van één of meer van de in artikel 4 lid 2 van het Internationaal Verdrag van 19 december 1966 inzake burgerrechten en politieke rechten bedoelde fundamentele mensenrechten, kan die Regering verklaren dat zij het Raamverdrag met onmiddellijke ingang opschort.’

De nieuwe willekeur
Toen Aart Jacobi in 2009 Nederlands ambassadeur in Suriname werd zei hij over zijn eerste week op Radio Nederland Wereldomroep: 'De hartelijkheid van de ontvangst in Suriname is mij het meest bijgebleven.’ Hij bevestigde met zijn beleving een grondhouding die Surinamers als nationale waarde koesteren: gastvrijheid. Veel Surinamers voelden dan ook plaatsvervangende schaamte toen tijdens de presidentiële inauguratie van 12 augustus ambassadeur Jacobi onder het toeziend oog van collega-diplomaten moest zoeken naar een stoel om te zitten. En alsof dat nog niet genoeg was, begroette de nieuwe president stuk voor stuk alle aanwezige diplomatieke vertegenwoordigers, met uitzondering van Jacobi. Deze on-Surinaamse onbeschoftheid was niet geheel onverwacht. His Master’s Voice Winston Lackin, de huidige minister van Buitenlandse Zaken, had al publiekelijk laten weten dat de Nederlandse ambassadeur niet welkom was. Hij had hem zelfs van de gastenlijst laten schrappen, maar Venetiaan, die nog steeds president was, plaatste Jacobi weer op de lijst.
Bouterse’s presidentiële act als Mister Co-operation bleek dubbelhartig. De narratieve structuur van 'het nieuwe denken’ kon het niet stellen zonder vijand. Kort na de decembermoorden van 1982, toen Bouterse aan het hoofd stond van het totalitaire regime, verklaarde hij officieel Nederland tot 'vijand nummer 1’. Zijn latere persoonlijke problemen met de Nederlandse justitie hebben deze xenofobische rancune niet verzacht. In zijn inaugurele rede verzweeg hij de bijzondere banden tussen de beide staten, hij ontkende de cultuurhistorische banden, inclusief het feit dat veel Surinamers van Nederlandse afkomst zijn, door als landen en continenten waarmee Suriname cultuurhistorische banden heeft alleen Indonesië, India, China en Afrika te noemen. Hij maskeerde zijn destructieve politiek jegens de Surinaams-Nederlandse relaties met een exclusief territoriaal denken waarbij het zogenaamd vooral de buurlanden zijn die belangrijk zijn voor Suriname. Volstrekt idioot werd vervolgens Frankrijk als buurland (Frans Guyana) eenzijdig gebombardeerd tot de Surinaamse 'brug’ naar Europa.
In zijn regeringsverklaring, nog geen twee maanden later uitgesproken, was die gedachte al verdampt. In die verklaring opende Bouterse een nieuwe aanval op de Surinaams-Nederlandse verbondenheid door de Nederlandse taal als 'vreemde taal’ die 'vrijwel nergens ter wereld wordt gebruikt’ weg te zetten. En dat zei hij in het Nederlands.
In strijd met de beginselen van behoorlijk bestuur schond de president vanaf zijn eerste aantreden de letter en geest van een voor de Surinaamse bevolking cruciaal volkenrechtelijk vriendschapsverdrag. De 'nieuwe wind’ bleek de nieuwe willekeur.
Het M-woord
Bouterse en zijn ideologen hebben de revolutionaire frase vervangen door de democratische. Nu heet vrijheid en niet socialisme het hoogste doel en is een 'vrije democratische rechtsstaat’ en niet meer de volksdemocratie de gewenste staatsvorm. Maar er zijn telkens beperkende formuleringen die verraden dat de nieuwe macht onder de begrippen iets anders verstaat. Zo noemt Bouterse de huidige staat een 'koloniale politiestaat’, waaruit vooral zijn weerzin tegen de politie blijkt. Na lippendienst te hebben bewezen aan een vrije pers voegt hij er vervolgens aan toe dat 'die eerlijk objectieve informatie’ moet verspreiden, daarmee ruimte scheppend voor intimidatie en repressie wanneer hij de informatie niet 'eerlijk’ of 'objectief’ acht.
Maar er is een cruciaal woord dat in zijn verkiezingsprogram, regeerakkoord, inaugurele rede en regeringsverklaring zorgvuldig is vermeden: 'mensenrechten’. Waarom vermijden Bouterse cum suis het M-woord? Mensenrechten zijn concreet, gaan over mensen van vlees en bloed. Dat woord roept herinneringen op aan de vermoorde advocaten, journalisten, wetenschappers, vakbondsleiders, militairen en ondernemers van 8 december 1982 en aan de zwangere vrouwen, kinderen en bejaarden die omkwamen in de slachting van Moiwana. Mensenrechten mobiliseren aandacht voor de vervolging en berechting van die misdrijven. De president weet dat zijn lot is verbonden aan de groteske leugen die hij in alle toonaarden heeft gesuggereerd, maar nooit expliciet heeft durven uitspreken, namelijk dat hij niet de opdracht heeft gegeven tot de decembermoorden.
Hij is nu nauwelijks aan de macht of hij intimideert schaamteloos de rechters in het december-strafproces door hun politiebewaking te vervangen met 'bewaking’ door zijn veiligheidsdienst. Rechters bewaakt door gewapende marionetten van de hoofdverdachte, hoezo onafhankelijke rechtspraak?! Desi Bouterse heeft zijn persoonlijke lot verbonden aan het presidentschap, omdat dat hem feitelijk straffeloosheid garandeert en immuniteit biedt die het hem mogelijk maakt om te reizen. Hij zal van de democratie een democratuur pogen te maken, een autoritaire quasi-democratie waarin de oppositie dusdanig verzwakt wordt dat ze slechts een rol mag spelen in het optuigen van de democratische façade.
Door onder het mom van dienstplicht de jeugd te militariseren - een maatregel die hij bewust aan het oog van de kiezer heeft onttrokken - hoopt hij zijn politieke draagvlak voor de verre toekomst veilig te stellen. Het isoleren van de Surinaamse bevolking van haar belangrijkste democratische bondgenoot past binnen het ontdemocratiseringsproces. Het Koninkrijk der Nederlanden gedoogt tot nu toe dat het Raamverdrag van 1992 tot fictie wordt gemaakt. Hoe lang nog?