De politieagenten die gewond raakten bij de ‘orgie van geweld’ (burgemeester Ahmed Aboutaleb) in Rotterdam en bij rellen in Den Haag en Roermond, de verpleegkundigen op wie de woede over de vastlopende zorg wordt afgereageerd, de huisarts bij wiens praktijk ’s nachts brand was gesticht: de mensen in de eerste lijn van de ordehandhaving en de gezondheidszorg vangen de klappen op in de opgefokte sfeer die rond de coronapandemie is ontstaan. In het parlement poken de rechts-radicalen met hun agitatie de geweldsdreiging verder op, bij monde van FvD-Kamerlid Pepijn van Houwelingen nu zelfs met de publieke aankondiging dat zij de rechtsorde opzij willen schuiven om die te vervangen door ‘tribunalen’.

Tegenover al dit soort verschijnselen van redeloosheid kan de overheid beter redelijk blijven en zich verre houden van maatregelen die een escalerend effect kunnen hebben op de maatschappelijke polarisatie rond corona. De Tweede Kamer doet er daarom verstandig aan ‘nee’ te zeggen tegen het kabinetsvoorstel om ongevaccineerden de toegang te ontzeggen tot plekken waar een vergroot risico op besmetting bestaat, zoals de horeca en festivals, óók als zij met een recente testuitslag kunnen laten zien dat ze geen corona hebben.

Met dat 2G-systeem zou de overheid voor het eerst een vorm van sociale uitsluiting van ongevaccineerden in het coronabeleid introduceren. Dat verdraagt zich slecht met de eisen van zorgvuldigheid waaraan de overheid moet voldoen. In een talkshow of column kan een uithaal als ‘ik heb het wel gehad met die ongevaccineerden’ een argument zijn, maar niet in de wetten van een instituut dat zoveel macht over mensen kan uitoefenen als de overheid. Een zorgvuldigheidseis die je aan de overheid mag stellen is dat ze niet bijdraagt aan het creëren van een collectieve vijand, in de personen van de ongevaccineerden. In verwarde tijden als deze, met een pandemie die beleidsmakers in al haar grilligheid telkens weer verrast, is de verleiding een schuldige te zoeken groot, en dan kan de overheid die maar beter niet aanwijzen.

2G zou geen goed nieuws zijn voor de toch al bedreigde zorgmedewerkers

Rechtsstatelijk gezien is de overheid in uitzonderlijke omstandigheden als die van een pandemie op zich gelegitimeerd extra bevoegdheden naar zich toe te trekken, ook als die de bewegings- of handelingsvrijheid van mensen inperken, mits de noodmaatregelen de instemming hebben van een zo ruim mogelijke meerderheid van het parlement, ze wettelijk zijn verankerd en ook tijdelijk zijn. In de wet moeten heldere criteria staan op grond waarvan de Tweede Kamer kan controleren of de regering nog gerechtigd is een beroep op de uitzonderingstoestand te doen.

Een meer politiek geladen afweging is of de maatregelen proportioneel zijn. In dit geval is het dilemma dat voorligt of het gerechtvaardigd is het sociale leven voor ongevaccineerden voor een deel op slot te doen, gezien de ernst van de nieuwe besmettingsgolf, hoewel er alternatieven zijn met een minder discriminatoir gehalte, zoals het testen bij toegang voor iedereen.

Elders in De Groene Amsterdammer citeert Coen van de Ven het GroenLinks-Kamerlid Lisa Westerveld. Zij wijst op het politieke karakter van het kabinetsvoorstel om 2G in te voeren: ‘Al doet het kabinet alsof het experts volgt en technocratische besluiten neemt, het neemt voortdurend politieke besluiten.’ Het politieke karakter van het voorstel voor de invoering van 2G is dat het kabinet in de afweging van publieke belangen dat van de volksgezondheid laat prevaleren boven dat van het dempen van maatschappelijke onvrede. Voor de overheidsdienaren in de eerste lijn van de ordehandhaving en de volksgezondheid is dat geen goed nieuws.

Daarbij komt de vraag hoe effectief een discriminerende maatregel zal zijn als drangmiddel om ongevaccineerden ertoe te bewegen alsnog hun prik te halen. Een vergroot wantrouwen in de overheid, nu al een van de motieven van vaccinweigeraars, is het risico van een 2G-beleid. Dat wantrouwen is bovendien koren op de molen van radicaal-rechtse agitators die corona aangrijpen om de democratische rechtsorde te saboteren.