De luie ambtenaar

Liever moe

De ambtenaar staat van oudsher bekend als stoffig en lui. Daarom is hij een makkelijk doelwit: alle partijen willen op hem bezuinigen. Maar wie twee jaar op een ministerie rondloopt, leert dat de rijksdienaar helemaal niet zo werkschuw is.

‘VAN DE NEGEN UREN die iedere ambtenaar op kantoor aan de Staat dient te wijden, worden er wel viereneenhalf verspild aan gesprekken, aan verhalen, aan woordenwisselingen, aan het snijden van veren pennen, aan intriges. Zo lijdt de Staat bij het werk een verlies van vijftig procent.’ Bovenstaande woorden, afkomstig uit een satirisch pamflet van Honoré de Balzac, tonen het tijdloze imago van de ambtenaar: hij is alles behalve een harde werker.
De Balzac schreef graag over ambtenaren, en zijn weergave van de beroepsgroep is weinig flatteus. Zijn Fysiologie van de ambtenaar geeft een beeld van een benepen, schraapzuchtig en bovenal lui volkje. Hij klaagt dat er te weinig wordt gewerkt op de departementen en vindt dat bestuurders en ambtenaren elkaar voortdurend in de weg zitten. Daarbij vindt Balzac de meeste van hen 'beschaafd als brandhout’. Het punt is duidelijk: de schrijver had weinig op met bureaucraten. Hij besluit zijn pamflet daarom met een politieke boodschap: er moet een 'bestuurshervorming’ komen.
Niet alleen in de literatuur ligt de ambtenaar onder vuur. Onlangs nog initieerde de Socialistische Partij een spoeddebat over het onderwerp. Het ging om een motie die het inhuren van externe managers en consultants bij de overheid moest beperken. Volgens lijsttrekker Emile Roemer is het 'gewoon luiheid’ dat ambtenaren zoveel externe krachten nodig hebben. Daarvoor, tijdens de verkiezingscampagne, boden vrijwel alle partijen tegen elkaar op in een wedstrijd wie het meest kon bezuinigen op overbodige ambtenaren.
Het heeft wat obligaats: zodra de kiezersgunst gewonnen moet worden, roepen alle partijen om het hardst dat de overheid in eigen vet moet snijden. Ligt er eenmaal een regeerakkoord, dan blijken er toch weer een hoop ambtenaren nodig te zijn om alle nieuwe plannen uit te voeren. Populair is ook de roep om 'minder beleid’. Toch is nog geen tiende van de ambtenaren beleidsmaker. De meerderheid zit bij uitvoerende diensten zoals de belastingdienst, politie en justitie - en juist daar dreigt de komende jaren een personeelstekort.

HET GEMAK WAARMEE deze verkiezingsretoriek keer op keer wordt geslikt heeft alles te maken met de slechte reputatie van de ambtenaar. Hij staat bekend als saai, muggenzifterig en slecht gekleed, maar vooral als lui. Deze vooroordelen vormen de inspiratiebron voor een oneindige stroom aan ambtenarengrappen. 'Hoeveel ambtenaren werken hier? Och, ongeveer de helft.’ Of: 'Wat is de drukste werkdag voor een ambtenaar? Maandag, dan moet hij drie blaadjes van de kalender afscheuren.’ Ambtenarenhumor is zelfs zo verfijnd dat verschillende soorten ambtenaren hun eigen grappen hebben. Een klassiek diplomatengrapje: 'Wat is het verschil tussen een kameel en een diplomaat? Een kameel kan veertien dagen werken zonder te drinken en een diplomaat kan veertien dagen drinken zonder te werken.’ Vermakelijk, maar klopt het? Toen ik twee jaar geleden op een ministerie in Den Haag ging werken, was ik nieuwsgierig in hoeverre het imago van de ambtenaar strookt met de realiteit. Zijn ambtenaren inderdaad zo lui? Worden de Nederlandse ministeries, gemeentekantoren en provinciehuizen echt bezet door werkschuw volk?
Ik kwam hem zeker tegen, de luie ambtenaar. Oudere ambtenaren bijvoorbeeld, die op een kamertje op de bovenste verdieping van een ministerie zaten te wachten op hun pensioen. Als er een krant ontbrak op de leestafel kon je die meestal in zijn kantoor vinden, was de klacht. Of jonge ambtenaren die nooit gemaakte afspraken in de bureau-agenda zetten. Een excuus om later op het werk te kunnen verschijnen of om eerder naar huis te gaan. Natuurlijk werd er ook gelummeld. Zinloze praat bij de koffieautomaat, het doorbladeren van tijdschriften en ommetjes maken hoorden bij elke werkdag. Bovendien werd er niet alle dagen gewerkt: op vrijdag zat je soms nagenoeg alleen op kantoor.
Toch was luiheid de uitzondering. Tegenover dat handjevol agendavervalsers en krantenlezers stonden grote groepen bevlogen en hardwerkende ambtenaren. Neem de rijkstrainees: jonge ambtenaren in opleiding. Constant organiseerden ze studiedagen, werkbezoeken, debatten en lezingen - vaak buiten kantooruren. Ook al dienden hun netwerkborrels en studiereisjes net zo goed ter ontspanning, ledigheid kan deze groep ambtenaren niet verweten worden.
Ook mijn eigen collega’s waren ijverig. De geschreven stukken hadden lange bibliografieën en de meeste boeken waren ook echt gelezen. Die paar keer dat ik ’s avonds laat het kantoor verliet, brandden er altijd wel een paar lichten. Vergaderingen werden bij voorkeur tijdens de lunch gepland. Vanwege de gratis broodjes, zeker, maar dan kon er tevens worden doorgewerkt. Ook de ondersteunende diensten werkten hard. Als er iets mis was met de computer stond er na één telefoontje iemand naast je bureau om het probleem op te lossen. Een buitenlandse reis was binnen een dag geregeld. De koperen naamplaat naast de voordeur glom altijd.
Waarom dan toch dat slechte imago?
Het lijkt vooral een kwestie van beeldvorming. In de literatuur zijn het overwegend stijve figuren - type 'Ambtenaar eerste klasse’ Dorknoper, uit het werk van Marten Toonder. Ambtenaren ontberen ook de symbolen van hard werken. Voor hen geen snelle pakken, geen chique aktetassen en geen kantoor op de Zuidas. Geen stevige spieren en geen smeer op de vingers. Iemand die eruitziet als een stoffige kantoorklerk, zo is de gedachte, zal dat ook wel zijn. Wie zich door deze indrukken laat leiden, kan zich lelijk vergissen.

NEEM MIJN COLLEGA M. Op het oog een gewone ambtenaar. Verschillende functies bij het ministerie gehad, onopvallend gekleed en soms wat nurks. Achter deze eerste indruk ging een kleurrijke en vooral ijverige persoonlijkheid schuil. Hij werkte aan verschillende projecten tegelijk en leverde scherp commentaar op elk stuk dat in vergadering werd besproken. Toen ik hem leerde kennen had hij net een vuistdik proefschrift afgerond. In zijn eigen tijd. Daarbij bleek binnenkort zijn eerste novelle te verschijnen en schreef hij regelmatig een stuk voor de krant. In de uren die nog restten zette hij zelf opinieonderzoeken uit, op zoek naar materiaal voor toekomstige publicaties. In zijn vrije tijd was hij enthousiast tangodanser.
Cijfers en onderzoek bevestigen dat mensen als M. representatiever zijn dan de pennenlikkers van De Balzac. Een klein voorbeeld: volgens het ministerie van Financiën is het aantal gemeenteambtenaren de afgelopen jaren gedaald van bijna 200.000 naar 150.000 stuks. Tegelijkertijd zijn er veel gemeentelijke taken bij gekomen. Het kan bijna niet anders dan dat er harder gewerkt wordt.
De Nederlandse ambtenaren doen het ook goed ten opzichte van hun buitenlandse collega’s. Uit internationaal vergelijkend onderzoek komt de Nederlandse publieke sector steevast naar voren als een van de meest efficiënte, samen met die van landen als Luxemburg en Denemarken. Onze publieke sector is ook niet bijzonder groot. Volgens de OECD heeft Nederland slechts een klein percentage werknemers in overheidsdienst. België, Noorwegen, Zweden, Finland: allemaal landen met minder inwoners en een relatief groter ambtenarenapparaat.
Bovendien, werken ambtenaren nu echt minder hard dan, zeg, makelaars of journalisten? Volgens De Balzac in ieder geval niet. Wie vindt dat hij hard oordeelde over de ambtenaar moet zijn fysiologie van journalisten lezen. Al die pamflettisten, critici en feuilletonschrijvers zijn volgens hem 'gespeend van welgemanierdheid’, 'zo corrupt als diplomaten’ en - net als de ambtenaar - 'liever lui dan moe’.

Kader Moderne ambtenaren

In zijn Fysiologie van de ambtenaar biedt Honoré de Balzac een prachtige staalkaart van bureaucraten. Zijn beschrijving van ambtenarenmaniertjes – zowel op het werk als thuis – is minutieus. Zo serveert een hoge klerk, aldus De Balzac, zijn dinergasten het liefst ‘lillend rundvlees in een krans van groenten’ en hebben kassiers vaak pafferige gezichten. De meeste van zijn types zijn nauwelijks gedateerd: autoritaire afdelingschefs, onderdanige secretarissen en ambitieuze directeuren-generaal bestaan nog allemaal in de ambtenarij. Andere zijn wat meer uit de tijd: onderbetaalde kantoorknechten en kopiisten zul je niet meer vinden. Daarom hieronder een actuele toevoeging aan de fysiologie.
De Ambtenaar 2.0 is bekwaam in het gebruik van nieuwe media. Blogt en twittert actief, werkt regelmatig het persoonlijke profiel op Hyves, Facebook en Linked-in bij. Hij is gericht op netwerken, verbinden en samenwerken. Dit type ambtenaar woei over vanuit het Verenigd Koninkrijk waar crowdsourcing en het opzoeken van user generated content steeds vaker tot de taak van ambtenaren behoort.
De Raamambtenaar is een variant op de luie ambtenaar. Behalve met koffiedrinken en kletsen met collega’s verdoet hij zijn tijd met naar buiten staren. Zijn andere belangrijke bezigheid is ‘F5’en’: het verversen van nieuwspagina’s op internet door op de F5-toets te drukken. Surft opvallend genoeg graag naar weblog geenstijl.nl om blogposts te lezen waarin ambtenaren worden beschimpt.
De Weigerambtenaar is een ambtenaar van de burgerlijke stand die weigert homoseksuele partners te trouwen. De term deed zijn intrede toen in het regeerakkoord van Balkenende IV een passage werd opgenomen die deze weigering toestond. Inmiddels is de term ingeburgerd in het politieke debat. Onder meer SP, D66, GroenLinks, VVD en PvdA verklaren zich in hun verkiezingsprogramma tegen de weigerambtenaar.
De Spookambtenaar staat nog wel op de loonlijst maar werkt niet langer. Zit thuis vanwege een arbeidsconflict of slecht functioneren en kan niet worden ontslagen of worden overgeplaatst. Ook komt het voor dat de spookambtenaar simpelweg vergeten is na een reorganisatie. De helft van de ambtenaren schijnt wel eens een spookambtenaar tegen te komen.
De Ambtenaar van
de Toekomst onderschrijft de principes van ‘het nieuwe werken’: efficiëntie, flexibiliteit, responsiviteit en een afkeer van hiërarchie. Dit arbeidsethos is onderdeel van het programma ‘Vernieuwing van de Rijksdienst’, gestart door het vorige kabinet. Het doel: de ambtenarij verbinden met een ‘grootschaligere, complexere en meer dynamische wereld’.