De boze burgers van Purmerend

‘Liever niet’

Waarom willen ze geen asielzoekers in Purmerend? De Noord-Hollandse stad was een van de eerste gemeenten die nee zeiden tegen vluchtelingen. Verloor hier naastenliefde het van onvrede? Purmerend revisited.

Medium 024 dga1551 52

In de straten van Purmerend is het stof van het vluchtelingendebat neergedaald. Aan het begin van de koopavond draait, zoals elke vrijdagavond, een lange sliert auto’s met volle koplampen achter elkaar de parkeerplaats op. Het winkelcentrum ligt als een helverlichte oase in de verder stille woonwijk rondom. De stad is overgegaan tot de orde van de dag.

Graanstraat nummer 33: ‘Ik ben wel opgelucht dat het niet doorgaat’, zegt de bewoonster uit Purmer-Noord. Het leegstaande basisschoolgebouwtje tegenover haar huis had de gemeente als een van de twee noodopvanglocaties in gedachten voor zestig asielzoekers. ‘Ik vind dat ze wel een plek moeten hebben, maar niet hier.’ Ze komt oorspronkelijk uit Amsterdam, maar woont hier al sinds de jaren tachtig. ‘Het is te dicht bij de mensen. Er staan hier toch twee auto’s voor de deur. Zoveel weelde om hen heen, dat zijn ze niet gewend. Wat denk je dat dat doet met mensen?’

Purmerend is de stad van het rijtjeshuis, van de voor- en achtertuinen, van de vinexwijk en de woonerven. Het is een groeistad. Het aantal inwoners steeg van zevenduizend in 1950 naar ruim twintigduizend in 1970, zestigduizend in 1990 tot tachtigduizend nu. Vanaf het oude centrum worden sinds de jaren zestig enorme woonwijken bijgebouwd: Overwhere, Wheermolen, Gors, Purmer-Noord, Purmer-Zuid en het meest recent Weidevenne. De zes wijken liggen verspreid over een gebied dat zich uitstrekt over 25 vierkante kilometer. Elke woonwijk heeft een winkelcentrum met restaurants, winkels, supermarkt en parkeerplaats.

Graanstraat 51: ‘Ik weet niet wat voor mensen er kwamen’, zegt de vrouw van in de negentig, ze wankelt in de hal op haar wandelstok. Purmer-Noord bestaat voor zeventig procent uit sociale huurwoningen (te herkennen aan de groene voordeuren) en dertig procent koopwoningen (mensen die een huis kopen, zetten er direct een andere voordeur in). Ook zij kwam in de jaren tachtig uit Amsterdam en is hier nooit meer vertrokken. ‘Ze moeten ergens wonen. We kunnen ze toch niet op straat leggen?’

Dé Purmerender bestaat niet meer, zeggen de inwoners zelf. Dat waren de veeboeren, de mensen uit de nijverheid, maar sinds de mond- en klauwzeer is zelfs het laatste restje uit het verleden, de beroemde koeienmarkt, niet meer op het grote plein in het oude centrum te zien. Sinds 2001 vindt de markt verborgen plaats in een hal op het industrieterrein. Zo’n zeventig procent van de inwoners komt oorspronkelijk uit Amsterdam en noemt zich ook nog Amsterdammer. ‘Je komt hier nergens als je geen Amsterdams praat’, zegt dan ook iedereen.

Graanstraat 57: ‘We moeten een beetje op elkaar letten, hè?’ zegt de buurvrouw die aan komt lopen, haar man achter haar aan. Ze gaan boodschappen doen, zeggen ze. Ook zij komen oorspronkelijk uit Amsterdam; 32 jaar geleden zijn ze vanuit de Van Beuningenstraat in Oud-West hiernaartoe verhuisd. Purmer-Noord werd toen net gebouwd. Veel Amsterdammers vertelden elkaar wat hier beschikbaar was, zeiden: ‘Kom eens kijken.’ ‘We konden hier een eengezinswoning krijgen. Eerst kwam er nog een maatschappelijk werkster om te zien of we wel netjes genoeg waren’, zegt ze.

Medium 027 dga1551 52

Nu is Purmerend uitgegroeid, de gemeentegrenzen zijn bereikt. Daarom lanceerde het vorige college van b. en w. de slogan ‘Van groei naar bloei’. Er zou worden geïnvesteerd in wooncomfort, in kwaliteit van leven.

Graanstraat 57: ‘Het is hier een rustig stukje’, vervolgt ze. Toen ze hoorde dat er vluchtelingen in het schoolgebouwtje waren gepland, is ze langs alle deuren gegaan. Ze stapt er altijd recht op af. ‘Weten jullie wel dat hier vluchtelingen komen?’ zei ze. ‘“Vluchtelingen? Dat hoeft niet”, zeiden ze.’

‘Purmerend is gemiddeld’, zoals fractievoorzitter Bert Meulenberg van de Stadspartij zegt. Het percentage werklozen is met 7,1 vrijwel gelijk aan het landelijk gemiddelde, evenals het gemiddelde inkomen in Purmerend van 34.400 euro per jaar. Er zijn geen heel hoge uitschieters naar boven, noch naar beneden. De prijs van een woning bedraagt in oktober 2015 gemiddeld 250.000 euro, er zijn zo’n 35.000 huishoudens, die bestaan uit gemiddeld 2,3 gezinsleden, en er staan bijna veertigduizend auto’s voor de deuren.

Graanstraat 33: ‘Je weet niet wat er binnenkomt’, zegt ze. Ze leunt tegen de deurpost, haar gelakte nagels zijn donkerpaarsrood. ‘Ik ben toch bang. Er is er net een opgepakt in Zaandam. Dit zijn wel koopwoningen hè, dat vergeten veel mensen. Noodopvang, dat moet je maar afwachten. Als het er eenmaal zit.’

‘Het is hier nog een monocultuur’, zegt RTV Purmerend-verslaggever Piet van Dijk in zijn woning in Purmer-Zuid. Net zoals een groot deel van Nederland dat nog is. ‘Voor veel mensen is dit een cultuurshock. Ze worden er nu pas echt mee geconfronteerd. Ze dachten lange tijd: dit gaat wel aan ons straatje voorbij. Nu kwam het opeens tot aan hun voordeur.’ Terwijl veel migranten juist naar grotere steden trokken, zijn de huidige vluchtelingen overal in het land zichtbaar. De wereld komt de provincie binnen. ‘Die schok.’

Het begint allemaal in september 2015. ‘De staatssecretaris had een oproep gedaan’, zegt raadslid Tom de Jong van d66 in Grand Café Eerste Klas op het Centraal Station in Amsterdam. ‘Hij vroeg om stoere gemeenten die wilden helpen met de opvang van vluchtelingen. Hij legde hiermee een landelijk probleem bij de gemeenten neer.’ Met de commissie-Samenleving bespreken de raadsleden hoe ze zich in Purmerend willen opstellen. Een brede politieke meerderheid vraagt het college om te onderzoeken wat mogelijk is. ‘Dat ging in volkomen harmonie.’ Geen bewoner is nog ongerust.

Het gemeentebestuur komt binnen twee dagen met een voortvarend voorstel: het wijst twee locaties aan voor noodopvang en twee voor een nieuw te bouwen asielzoekerscentrum – in totaal voor zevenhonderd asielzoekers. Het college wil dit plan tijdens de eerstvolgende vergadering aan de gemeenteraad voorleggen.

‘Ik lees in de krant dat deze mensen aan het profiteren zijn van Nederland’

‘Hier ging het al mis’, zegt De Jong. ‘Het college heeft te hard doorgepakt. Hoe kun je in een paar dagen een weloverwogen keuze maken voor een locatie? We vonden het te gehaast en te voorbarig.’ Het feit dat in het voorstel de locaties al bepaald zijn, zet de raadsleden klem. ‘Beide locaties waren controversieel en vrijwel niemand vond ze goed. Een ervan lag midden in een groengebied, zonder goede toegangsweg.’ De Jong bereidt een amendement voor om de locatiekeuzes eraf te halen. ‘Dan kun je de voors en tegens van een asielzoekerscentrum bespreken en daarna de buurten inventariseren.’

Het amendement wordt gesteund door een ruime meerderheid in de raad. Maar tot een stemming zal het nooit komen.

Het college van b. en w. heeft zich nog wel afgevraagd of ze niet eerst de buurten moeten consulteren. Maar, zo is de afweging, als de raad het niet heeft goedgekeurd, valt er ook niets met de bewoners te bespreken. Eerst de raad dus. ‘Wij hebben daarmee geworsteld’, zegt burgemeester Don Bijl (vvd) op het stadhuis na afloop van de raadsvergadering waarin het voorstel is afgestemd. ‘Want je weet: wat je ook doet, het is nooit goed.’

Als de agenda van de raadsvergadering is gepubliceerd, pikt het Noord-Hollands Dagblad het snel op en kopt: ‘College wil azc naar Purmerend halen’. Dan is de beer los. Het gaat als een lopend vuurtje door Purmerend, Facebook explodeert. ‘Kom naar het stadhuis’, wordt alom geroepen. De verontwaardiging is groot.

Graanstraat 33: ‘Ze hebben ons niet geïnformeerd’, zegt de bewoonster. ‘Er kwam een buurvrouw langs die het vertelde, we wisten van niks.’

Verslaggever Piet van Dijk van RTV Purmerend komt op 24 september om kwart over zeven de raadszaal binnen en ziet dat er niets is voorbereid. ‘Ik vroeg: “Moeten er geen stoelen bij gezet?” Ik had al lang gehoord dat er heel veel mensen op de raadsvergadering zouden komen.’ Het college heeft geen idee. Van Dijk interviewt voordat de vergadering begint nog verantwoordelijk wethouder Geoffrey Nijenhuis (cda) over de onrust. ‘Ik heb begrip voor alle gevoelens die er zijn, maar ja, je zit hier ook om moeilijke keuzes te maken’, zegt de wethouder voor de camera van RTV Purmerend. Er is geen ruimte voor inspraak, benadrukt hij. >

Ruim tweehonderd mensen willen die avond de raadszaal in. ‘Ik spreek namens iedereen, denk ik, als ik zeg dat ik het echt bedreigend vond’, zegt Bert Meulenberg, fractievoorzitter van de Stadspartij. De Stadspartij is met acht zetels de grootste partij in Purmerend en zit met twee wethouders in het college, samen met d66, vvd en cda. ‘Het was een grimmige sfeer. Mensen gingen achter de raadsleden staan en riepen: “Ik weet waar ik moet schoppen.”’

De burgemeester: ‘We hadden in de zaal hiernaast de gelegenheid gecreëerd om de vergadering via een scherm te volgen, maar dat werd niet geaccepteerd, bodes werden letterlijk opzij gedrukt. Ik kan als voorzitter niet accepteren dat raadsleden niet vrij en zonder intimidatie hun werk kunnen doen.’ De politie wordt ingeschakeld, de sfeer is opgefokt. De burgemeester schorst de vergadering.

‘Ik denk nu dat de vergadering beter door had kunnen gaan’, zegt De Jong van d66. ‘Er had meer crowdmanagement toegepast moeten worden. Door ons amendement zou de angel uit het voorstel zijn gehaald.’

Het college besluit een inspraakavond te houden in poptempel P3, ook al is er formeel nog niets besloten. ‘Omdat het de mogelijkheid gaf om stoom af te blazen’, zegt burgemeester Bijl. In de zaal zitten ruim vierhonderd mensen, vooral tegenstanders van elke vorm van opvang. De woede barst los; ongeremd en met evident plezier worden dominee en burgemeester, samen met alle voorstanders van opvang, uitgejouwd en beledigd.

De burgemeester: ‘Het gebrek aan respect vond ik wel moeilijk.’

Het raadslid: ‘We mochten als raadsleden niets zeggen. We zaten als zoutzakken op het podium. Voor de beeldvorming was dat niet goed. Het was ook niet functioneel. We waren over dingen aan het praten waarbij iedereen al wist dat het niet meer aan de orde was. Ik verwijt het college niet veel, maar wel naïviteit. Deze inspraakavond kón niet goed verlopen.’

‘Wat er in Parijs is gebeurd, bewijst ons gelijk. Dat is waar we de hele tijd voor waarschuwden: je weet niet wat je binnenhaalt’

‘Iets door onze strot duwen, dat werkt averechts’, zegt Andre Fleere, verkiesbaar voor de groep Hop Purmerend. Hij was een van de ‘schreeuwers’ in P3, ook ‘schreeuwde’ hij op de Koemarkt die middag dat Geert Wilders Purmerend bezocht om de tegenstanders een hart onder de riem te steken. Fleere merkte hoe boos iedereen was omdat de politie mensen uit de raadszaal had verwijderd. Op Twitter, Facebook, Instagram. Iedereen gaf het aan elkaar door. Het werd almaar groter. ‘Dat heeft de burgemeester onderschat’, zegt Fleere. ‘We zijn geen slaapstad meer. Hij heeft niet met ons gecommuniceerd. Dan heb je stront aan de knikker.’ Hij is nog steeds verontwaardigd: ‘We hebben een vrije democratie, als dat je ook nog wordt afgepakt…’

Graanstraat 55: ‘Ik vond het prima als ze maar daar in die school bleven’, zegt de bewoonster; naast haar deur staat een buxus in een hoge pot. 32 jaar geleden verhuisde ze vanuit Amsterdam hierheen. ‘Maar als ze door de buurt zouden gaan lopen, dan weet ik het niet. En ze zitten daar achter een hek, dat is ook gevaarlijk. Je weet niet wat ze van plan zijn, de bewoners. Brandstichten bijvoorbeeld.’

Medium 025 dga1551 52

Op 12 oktober wordt de geschorste raadsvergadering hervat, nu staat de zaal vol camera’s van landelijke media als nos en rtl. ‘Ik begon me echt zorgen te maken’, zegt De Jong. Het voorstel is nog hetzelfde, maar een aantal partijen gaat schuiven. De vvd zou het amendement van d66 mee indienen, nu willen ze niet meer. De vvd is zelfs tot verbazing van iedereen opeens overal tegen. ‘Mensen willen duidelijkheid’, aldus het vvd-raadslid tijdens de eerste spreektijd. ‘We zeggen “nee” tegen alles.’

De meerderheid om überhaupt vluchtelingen op te vangen is verdwenen. De Jong dient nog een amendement in met de opdracht de mogelijkheid voor kleinschalige noodopvang te onderzoeken. ‘Het was een compromis, het was beter dan niets.’ Dat wordt wel aangenomen, maar het coa wil geen kleinschalige noodopvang, dus het plan ligt in de la.

De landelijke pers concludeert: ‘Purmerend is gezwicht voor schreeuwers en zegt “nee” tegen asielzoekers.’

Het raadslid: ‘Het deed me echt pijn. Ik denk ook dat het niet representatief is voor Purmerend. Ik denk dat zomaar zeventig procent onder voorwaarden bereid is om vluchtelingen op te vangen. Er is wel polarisatie, maar de meerderheid zit toch in het midden.’

Graanstraat 39: ‘Gelukkig dat het niet doorgaat’, zegt een oudere man die net met een natte spons naar buiten is gekomen om zijn witglazen naambord te poetsen. Ook hij woont hier vanaf het begin en kwam uit Amsterdam. ‘Ik heb een koopwoning. Als straks die gasten daar zitten en ik wil mijn huis verkopen, krijg ik er niets voor terug. Ik ben van Indische komaf, mijn ouders zijn gevlucht uit Indonesië, maar wij zijn direct hard gaan werken. Ik heb 45 jaar in ploegendienst gezeten. Ik lees in de krant dat deze mensen aan het profiteren zijn van Nederland.’

De burgemeester van Purmerend wijst naar de regering in Den Haag. ‘Er komen vluchtelingen deze kant op en de rijksoverheid formuleert geen antwoord waar de samenleving iets mee kan. De pvda was voor opvang, de vvd tegen. Er ontstaat een tweedeling. En de Tweede Kamer hield zich meer bezig met wie de stoerste uitspraken kon doen dan met het vraagstuk. Ik vond het tamelijk beschamend. Vervolgens komt het op het bordje van gemeenten. Wij waren een van de eerste. Wat moet ik tegen mijn gemeente zeggen als Kamerleden elkaar voor rotte vis uitmaken?’

Landelijke polarisatie gecombineerd met onhandig lokaal bestuur zorgde voor een opstuwende dynamiek, het maakte tegenstellingen scherper en mensen bozer. Maar toch.

‘We waren verbaasd over het voorstel van het college’, zegt Bert Meulenberg van de Stadspartij. Hij denkt dat de meeste mensen in Purmerend wél opgelucht zijn over het ‘nee’ van de raad. ‘Ik kom veel in de stad en spreek veel met bewoners. Veel mensen zijn nog steeds bang om vluchtelingen te huisvesten. Ik durf wel te zeggen dat de meerderheid van de stad tegen is. Er speelt toch wel wat.’ Wat dat is, dat weet ook Meulenberg niet precies.

Graanstraat 41: ‘Ik vind het heel jammer dat het niet doorgaat’, zegt de man, zijn arm vol tatoeages. Op de gevel heeft hij een houten vlinder hangen. Ook hij woont hier vanaf 1983 en komt oorspronkelijk uit Amsterdam. ‘Vluchtelingen vluchten niet voor niets. Die moeten we opvangen.’ Hij denkt dat hij een uitzondering is in de straat.

‘We hoeven geen vluchtelingenvrije gemeente te worden’, benadrukt Meulenberg. Sinds kort vangt Purmerend wel dertig alleenstaande jonge asielzoekers op en er komen statushouders. ‘Helaas wijst het coa de door ons aangeboden kleinschalige noodopvang af. Dat verbaast me. Daar hebben we met veel moeite mee ingestemd. Dat het coa dat nu niet wil, stuit bewoners ook tegen de borst.’

Dominee Gerard Nieuwburg van de Protestantse Gemeente Purmerend, die tijdens de inspraakavond door de zaal voor ‘lul’ werd uitgemaakt, vraagt zich nog steeds af hoe representatief die groep was voor heel Purmerend. Wat hij in zijn eigen kerkelijke gemeente merkt, is dat er wel angst is voor ‘wat wij allemaal binnenkrijgen’, zegt hij. ‘Het is een onbestemde angst.’

‘Moet ik nog meer zeggen?’ vraagt Andre Fleere, van de groep Hop Purmerend, retorisch aan de telefoon twee dagen na de schietpartij in Parijs op 13 november. ‘Wat er is gebeurd, dat bewijst ons gelijk. Dat is waar we de hele tijd voor waarschuwden: je weet niet wat je binnenhaalt.’

Fleere werkte in de beveiliging maar zit sinds een jaar arbeidsongeschikt thuis. Zijn vader was lasser op de ndsm-werf in Amsterdam-Noord. In de jaren zestig verhuisden ze naar Purmerend. Scheepswerven stelden in die tijd hier woningen beschikbaar. ‘Om de arbeiders meer rust te geven’, zegt hij. Zijn ouders waren echte pvda-stemmers. Hij vroeger ook, maar nu niet meer. ‘Ze hebben de arbeiders laten liggen’, zegt hij later in het wijkcentrum van Overwhere waar hij vlakbij woont. Zoveel arbeiders die hun baan kwijt zijn geraakt, na veertig jaar werken, hun baas kwam vroeger nog op visite, ze kregen een kerstpakket. Zijn vader ging zelfs toen hij ziek was nog naar zijn baas toe. ‘Het was zijn leven en zijn lust.’

‘Je moet die mensen wel helpen. Maar geen jonge kerels. Die zwerven door de buurt. Het is hier rustig, ik wil het zo houden’

Sindsdien is alles veranderd. Hij somt op: er is geen band meer binnen het bedrijf, de winkels gaan uit het centrum weg, tradities gaan verloren, de grachten zijn opgespoten, jeugdzorg is een puinhoop. ‘Dat was ook wat in P3 gebeurde. Mensen zijn zo boos.’

‘Het gekke is’, zegt burgemeester Bijl, ‘dat mensen hier eigenlijk heel goed worden bediend.’ Er is geen groot integratieprobleem in Purmerend. Er is geen gettovorming, er zijn geen achterstandswijken. Er zijn geen spanningen tussen bevolkingsgroepen. ‘Onze werkloosheid valt reuze mee, onze woningen zien er in het algemeen goed uit. We hebben in Purmerend uitstekende sociale voorzieningen, mensen komen niks te kort. Dat blijkt ook uit allerlei onderzoeken, ze zijn best wel tevreden. Misschien zijn ze bang te verliezen wat ze hebben.’

Graanstraat 57: ‘Ik erger me wel aan het vuil op straat, alle prullenbakken zijn weggehaald. En jonge mensen krijgen geen huis. Mijn kleindochter is 21 jaar, die kan niet op d’r eigen wonen. Nu met die buitenlanders al helemaal niet. Als je een zooitje vluchtelingen in je buurt krijgt, krijgen zij meteen een woning. Nou, ik ben er ook nog. Dat is ook het kwade bloed.’

Niet alleen in Purmerend maar in heel Nederland speelt het tekort aan sociale huurwoningen. Het is het meest concrete punt voor de onvrede. ‘We hadden hier al een woondebat’, zegt Piet van Dijk van RTV Purmerend terwijl hij nog een kop thee zet voordat hij op pad gaat. Veel jongeren willen hier blijven, maar door de wachtlijst van tien tot zestien jaar krijgen ze vaak pas op hun dertigste een woning. ‘Vluchtelingen hebben het onderwerp duidelijk gemaakt, maar het niet veroorzaakt’, vervolgt Van Dijk.

Purmerend is een pvv-stad. Vorig jaar stemde 21 procent voor Wilders tijdens de Europese verkiezingen. ‘Maar als er nu Tweede-Kamerverkiezingen zouden komen, zou de pvv-stem nog veel hoger zijn’, schat Bert Meulenberg van de Stadspartij. ‘Negentig procent heeft geen interesse in politiek. Alleen als ze een belang hebben gaan ze stemmen.’ Purmerend heeft ook nog zo’n vierhonderd leden van de extreem-rechtse Nederlandse Volks-Unie. ‘Dat zijn er vierhonderd te veel’, zegt Meulenberg. Hoe het komt, hij weet het niet. ‘Misschien ligt het aan de opbouw van de bewoners, het is niet een stad die veel lagen kent, het is gemiddeld. Mensen willen rust. Geen gedoe. Misschien is het gemakzucht. Ik hoor het tot mijn spijt zelfs in mijn eigen familie: “Ik ga toch maar stemmen voor Wilders”, zeggen ze dan. Waarom? “Ik ben het zat.”’

Piet van Dijk staat op, hij pakt zijn jas van de kapstok en stapt in de auto. Hij gaat zijn volgende uitzending voorbereiden in Purmer-Zuid, waar bewoners al weer op de been zijn voor een volgende kwestie. De gemeente wil op een stukje grasland in de wijk containerwoningen neerzetten voor mensen die acuut onderdak nodig hebben, zoals gescheiden ouders, jongeren met problemen en eventueel statushouders. In december wordt het in de raadsvergadering besproken.

De verslaggever komt oorspronkelijk uit de Spaarndammerbuurt, praat nog steeds plat Amsterdams – wat de kijkers in Purmerend leuk vinden – en woont hier nu bijna 25 jaar. Zijn vader was stratenmaker en hij ging op zijn zestiende werken in een kistenfabriek. Op zijn zeventiende werd hij lid van de pvda en hij is dat nu, 43 jaar later, nog steeds. Hij klom op binnen de partij, zoals hij nu eigenlijk niemand meer ziet doen. ‘Dat bestaat niet meer, dat contact met gewone mensen.’ Hij blijft voor de partij vechten, want ‘als de pvda plat is, is er aan de linkerkant niets meer’. Later nam hij een bedrijf over met twee collega’s. Hij presenteert nu alle raadsvergaderingen op RTV Purmerend en werkt vijftien uur per week bij tsn, in de huishoudelijke thuiszorgondersteuning waar hij ‘verzamelaars’ helpt met ‘structureren’.

Graanstraat 57: ‘Met een paar vluchtelingengezinnen zou ik best wel vrede hebben’, vervolgt de buurvrouw. Haar man knikt. Dat het schoolgebouwtje nu leegstaat, vindt ze niks. ‘Je moet die mensen wel helpen. Maar geen jonge kerels. Die zwerven door de buurt, roken, drinken. Het is hier rustig, ik wil het zo houden.’

‘Het draait om onbekendheid’, zegt Piet van Dijk onderweg. Hij moet denken aan de discussie anderhalf jaar geleden rond een islamitische basisschool. De gemeente had daarvoor een leeg bijgebouw van een openbare school in de nieuwe wijk Weidevenne aangewezen. Het leek ideaal. De kinderen konden in de pauze samen op het speelplein spelen. Alles stond klaar. Maar een volgepakte sporthal met vierhonderd ‘bezorgde’ ouders en buurtbewoners kwam in opstand. Het bezwaar was ‘verkeersoverlast’. ‘Daar hadden altijd schoolkinderen gezeten’, zegt Van Dijk. ‘Dus iedereen wist dat het ging om het islamitische van de school.’

Van Dijk is er nog steeds ontdaan over. ‘Het bestuur van de school bood zelfs aan om de kinderen een half uur later te laten beginnen, vanwege de “verkeersdrukte”.’ Het mocht niet baten. De school is er niet gekomen, het gebouw staat nog steeds leeg. Islamitische basisschool De Roos ligt nu verscholen tussen een paar hoge flats met huurwoningen in de oude wijk Overwhere.

Extreem-rechts heeft al langer een stevige aanhang in Purmerend. Toen Piet van Dijk in 1997 in de gemeenteraad kwam als pvda-raadslid zaten er ook twee Centrum-Democraten. ‘Ze waren in het zwart gekleed.’ Hij heeft ze geen hand gegeven. Een harde kern komt volgens hem uit Amsterdam.

Purmerend was volgens Van Dijk een vluchthaven voor ontevreden Amsterdammers. Ze zagen hun stad veranderen door ‘al die buitenlanders’. Ze voelden zich niet meer thuis. ‘Je moet je voorstellen, juist in hun wijken kwamen veel Marokkanen en Turken wonen, ze kregen slecht contact met hen, mensen lachten niet terug, ze begrepen hun buren niet meer. Het contrast was groot: Amsterdammers met hun grote bekken kwamen tussen mensen te wonen die heel erg op zichzelf waren. Het waren twee uitersten. Op een gegeven moment was er een omslagpunt. “Voor hen gebeurt alles, wij krijgen niets”, met dat gevoel kwamen ze hier.’

‘Die verkleuring van Amsterdam, daar hebben sommige mensen zich heel ongemakkelijk bij gevoeld’, zegt ook burgemeester Bijl. ‘Dat gevoel van ongemak is ook aan hun kinderen doorgegeven. Dat is best lastig. Je praat over iets wat lang geleden is. Ik kan het niet wetenschappelijk onderbouwen, maar volgens mij is het een belangrijke reden waarom het zo gaat.’

Piet van Dijk wijst de overgang van de ene naar de andere wijk aan, vertelt over de periode dat de huizen zijn gebouwd. Hij houdt van Purmerend, van de rust, de ruimte en de mensen. Alhoewel er altijd een tikje heimwee naar Amsterdam blijft zitten.

Tegen vluchtelingen zijn is makkelijk, het bindt. Hij merkt het op verjaardagen. ‘Dat is diep ingezakt.’ Het gaat, zegt hij, om het gevoel ‘ik heb er geen grip op’, net zo min als op die andere dingen die gebeuren, in de zorg, de woningbouw, met de bezuinigingen. ‘Het wantrouwen is groot. De politiek is een tegenstander geworden.’

De verslaggever stapt uit de auto. Er liggen grote plassen op het grasveldje waar zestig tot tachtig tijdelijke huurwoningen moeten komen. Eromheen rijtjeshuizen. Hij belt aan.

Nummer 16: ‘We hoeven ons huis niet meer proberen te verkopen’, zegt de vrouw spottend. Ze staat met haar man in de deuropening. ‘Het komt hier zes meter van onze voortuin. We hebben niets in de pap te brokkelen.’

Nummer 19: ‘Er zijn zoveel plekken voor die woningen, waarom moeten ze hier?’ zegt de bewoonster die opendoet in een blauwe duster. Haar hond gaat naast haar op de deurmat zitten. Ze is wel blij dat er geen vluchtelingen komen. ‘Liever niet, het is toch onveilig, we wonen hier nu lekker.’