Naomi Klein

Liever Nike dan namaak

Er zijn veel kandidaten voor de titel van Grootste Politieke Opportunist sinds de wreedheden van 11 september. Politici die zeer ingrijpende wetten erdoor rammen en ondertussen vertellen dat de kiezers nog steeds rouwen; bedrijven die graaien naar overheidsgeld; deskundigen die hun tegenstanders beschuldigen van verraad.

Maar in het koor van draconische voorstellen en McCarthy-achtige bedreigingen valt één opportunistische stem nog steeds op. Die stem behoort toe aan Robyn A. Mazer. Mevrouw Mazer gebruikt 11 september om op te roepen tot een internationale aanpak van namaak-T-shirts.

Het is niet verrassend dat mevrouw Mazer handelsadvocaat te Washington D.C. is. Nog minder verrassend is dat ze is gespecialiseerd in handelswetten die het belangrijkste exportproduct van de Verenigde Staten beschermen: copyright. Dat is muziek, films, logo’s, patenten op zaden, software en veel meer. Trade Related Intellectual Property Rights (Trips) is een van de meest controversiële bijkomstige overeenkomsten in de aanloop naar de WTO-top volgende maand in Katar. Het is het strijdperk voor debatten die variëren van Bra zilië’s recht om gratis algemeen verkrijgbare aidsmedicijnen te verspreiden tot China’s bloeiende markt in piratenuitgaven van Britney Spears-cd’s.

Amerikaanse multinationals willen koste wat het kost toegang krijgen tot die grote afzetmarkten voor hun producten — maar ze willen bescherming.

Veel arme landen zeggen ondertussen dat Trips miljoenen kost om te controleren, terwijl een wurggreep op intellectueel eigendom de kosten voor lokale industrieën en consumenten opdrijft.

Wat heeft al dit handelsgeruzie te maken met terrorisme? Absoluut niets. Tenzij je het natuurlijk aan Robyn A. Mazer vraagt, die vorige week een artikel publiceerde in The Washington Post met de kop: «Van T-shirts tot terrorisme; die namaak-Nikes zouden het Bin Laden-netwerk weleens mede kunnen financieren». «Recente ontwikkelingen wekken de suggestie dat veel van de regeringen die ervan worden verdacht al-Qaeda te steunen, ook steun geven aan, zich laten corrumperen door of op z'n minst de ogen sluiten voor de uiterst lucratieve handel in namaak- en piratenproducten die mogelijk enorme geldstromen naar terroristen zou kunnen genereren», schrijft ze.

«Wekken de suggestie», «worden verdacht van», «op z'n minst», «mogelijk zou kunnen» — dat zijn een heleboel slagen om de arm voor één zin, vooral van iemand die vroeger werkte op het Amerikaanse ministerie van Justitie. Maar de conclusie is ondubbelzinnig: ofwel je houdt de hand aan Trips, of je staat aan de kant van de terroristen.

Welkom in de brave new world van handelsbesprekingen, waar elke geheimzinnige bepaling is vervuld van de arrogante zelfgenoegzaamheid van een heilige oorlog.

Het politieke opportunisme van mevrouw Mazer roept enkele interessante contradicties op. De Amerikaanse handelsvertegenwoordiger Robert Zoellick heeft 11 september gebruikt voor een ander opportunistisch doel: om voor president Bush meer macht dan anderen in de handelsbesprekingen zeker te stellen. Volgens meneer Zoellick «bevordert handel de waarden in het hart van deze langdurige strijd».

Wat hebben nieuwe handelsovereenkomsten te maken met de strijd tegen terrorisme? Welnu, de terroristen, zo wordt ons keer op keer verteld, haten Amerika nu juist omdat ze consumentisme haten: McDonald’s en Nike en het kapitalisme — je weet wel: vrijheid. Handelen betekent daarom het tarten van hun ascetische kruistocht, door precies die producten te verspreiden waarvan zij walgen.

Maar wacht eens even: en al die namaakspullen dan die volgens mevrouw Mazer het terrorisme financieren? Zij stelt dat je in Afghanistan T-shirts kunt kopen met namaak Nike-logo’s erop, die Bin Laden verheerlijken als «De Grote Mujahid van de islam». Het heeft er alle schijn van dat we een veel ingewikkelder scenario tegemoet kunnen zien dan de eenvoudige dichotomie van een consumentistische McWorld versus een anti-consumentistische «Jihad». In feite zijn, als mevrouw Mazer gelijk heeft, de twee werelden niet alleen grondig verstrengeld, maar wordt de beeldtaal van McWorld gebruikt om de jihad te betalen.

Misschien is een klein beetje complexiteit niet zo slecht. Een deel van de desoriëntatie die veel Amerikanen nu ervaren, heeft te maken met de opgeblazen en overgesimplificeerde rol die het consumentisme speelt in het Amerikaanse «verhaal». Kopen is bestaan. Kopen is liefhebben. Kopen is stemmen. Mensen buiten de Verenigde Staten die Nikes willen — zelfs nep-Nikes — moeten Amerikaan willen zijn, moeten van Amerika houden, moeten op een of andere manier stemmen voor alles waar Amerika voor staat.

Dit is het sprookje geweest sinds 1989, toen dezelfde mediabedrijven die ons America’s War on Terrorism brengen, verklaarden dat hun tv-satellieten dictaturen over de hele wereld ten val zouden brengen. Consumeren zou, onvermijdelijk, leiden tot vrijheid. Maar al die gemakkelijke verhalen verbrokkelen: autoritarisme gaat hand in hand met consumentisme, het verlangen naar Amerikaanse producten is vermengd met woede over ongelijkheid.

Niets laat deze contradicties beter zien dan de handelsoorlogen rond «namaak»-goederen. Piraterij gedijt in de diepe kraters van wereldwijde ongelijkheid, wanneer de vraag naar consumentengoederen decennia vooruitloopt op de koopkracht. Het gedijt in China, waar goederen die worden gefabriceerd in barre, slavernijachtige omstandigheden, in sweatshops alleen voor de export, worden verkocht voor méér dan het maandsalaris van een fabrieksarbeider. In Afrika, waar de prijs van aidsmedicijnen een wrede grap is. In Brazilië, waar cd-piraten worden toegejuicht als muzikale Robin Hoods.

Complexiteit is waardeloos voor opportunisme. Maar het helpt ons wel om dichter bij de waarheid te komen, ook al betekent het dat we een enorme stapel namaakspullen moeten sorteren.

Vertaling: Rob van Erkelens