Liever per post toneel

Sommige kunstwerken creëren hun eigen cliché. In het toneel gebeurt dat vaak omdat de tekst heel erg vaak wordt gespeeld. Zodat de geur van ‘dit is een klassieker’ in de kleren van de acteurs komt te hangen. Daar is moeilijk tegenop te spelen. Tenzij de regisseur zijn spelers kan motiveren tot een frisse interpretatie, die recente interpretaties even doen verbleken. Theu Boermans, artistiek leider en huisregisseur van het mateloos populaire toneelspelersgezelschap De Trust, doet een gooi. Zijn versie van Anton Tsjechovs De kersentuin probeert fris te lijken. Boermans wil, net als in zijn enscenering van Drie zusters, een paar seizoenen geleden bij De Trust gemaakt, klaarblijkelijk een traditie in ere herstellen. De Trust-acteurs vroegen zich bij die regie van Drie zusters al af: kán dit nog wel? En ja: die voorstelling - in een zwarte doos - kon wel degelijk. Het leek een onderzoek naar de houdbaarheid van de klassieke naturalistische speelstijlen (uit de jaren vijftig en zestig), gepresenteerd als een opgeschud bed voor het publiek van de jaren negentig. Het leverde een memorabele voorstelling op. Alsof we als toeschouwers even mochten terugkijken in de Nederlandse theatergeschiedenis, en tegelijkertijd erbij mochten zijn op het moment dat een club jonge acteurs een klassieker als het ware opnieuw had gelezen en als nieuw had geïnterpreteerd. Dat was mooi, omdat de manier van spelen van het traditionele grote-zaaltoneel zonder gêne naar het vlakke-vloertheater was getransformeerd.

Theu Boermans’ regie van De kersentuin probeert dat nu weer. En die greep is wat mij betreft hopeloos mislukt. Het begint al bij de vormgeving. Het Trust-theater is omgetoverd tot een bouwval. Dit is de eerste vergissing van deze enscenering. Het landgoed van Ljoebov Ranjevskaja - failliet, in de uitverkoop - ís bij aanvang van Tsjechovs stuk nog niet in de uitverkoop. De tragiek van het stuk is nu juist dat het er eigenlijk nog glanzend uitziet. Door deze nepbouwval heeft vormgever Bernhard Hammer de afloop van het drama in de eerste minuut al weggegeven. Er is geen geld meer. De beheerster van de kersentuin en de belendende percelen heeft haar roebels er doorheen gejaagd, ze is overgeleverd aan de kuren van een voormalige ondergeschikte, de boerenzoon Lopachin. En daar begint het tweede probleem van deze voorstelling. Lopachin, gespeeld door Jaap Spijkers, vertoont in zijn eerste opkomst de rol van underdog: hij heeft een uitgezakte jaren-zestigbroek aan, en lult zich van meet af aan een slag in de rondte. Ljoebov (een slappe, gedeeltelijk hysterische rol van Sylvia Porta) en Lopachin zijn vanaf hun eerste opkomst geen partij voor elkaar. De regie geeft het gevecht om het landgoed onmiddellijk uit handen. Na een paar scènes is zo van een werkelijk drama al geen sprake meer. En dan is er nog de rol van de stokoude bediende, Firs. Hij wandelt bij Tsjechov als een afgetakelde gek door het stuk heen. De Vlaamse acteur Jappe Claes doet dat, mummelend en bibberend, verdienstelijk. Maar ook niet meer dan dat. Hij toont bekwaam de buitenkant van het drama van deze oude man, die met een half been in zijn eigen graf, en met anderhalf been in de tijden van weleer staat. Maar vooral die buitenkant van zijn personage maakt hem zo ergerlijk. Zijn haar in een netje, zijn geklets gestoofd in een onverstaanbaar gaga-proza, daar moeten we het mee doen. Ik verdenk regisseur Theu Boermans ervan dat hij goed gekeken heeft naar de manier waarop het Duitse regieduo Karge & Langhoff in 1982 in Bochum deze rol heeft ingestudeerd: met Gert Voss als Firs, babbelend en kots opvegend, met een doormidden geknipte voetbal op zijn kop. Die vertolking was een meesterwerk. En dit was wel een erg makkelijke kopie. De werkelijke hoofdrol was weggelegd voor een circushondje, het maatje van de gemankeerde goochelaar Sjarlotta. Dat hondje keek voortdurend verdwaasd om zich heen. En gelijk had het. Ik begreep het belang van deze Kersentuin niet. Terwijl de voorstelling ontzettend haar best deed alle geheimen van het stuk bloot te leggen. Bij Boermans’ Hamlet, vorig jaar zo bejubeld en in de prijzen gevallen, dacht ik na het derde bedrijf: ach joh, Hamlet, bel toch 112, ben je van alle problemen af. Bij deze versie van De kersentuin dacht ik in de pauze iets soortgelijks: ach vrouwtje Ljoebov, bel toch de 24-uurslijn van Robeco-beleggingen. Ik was na afloop nijdig en teleurgesteld. Voor dit soort kort-door-de-bocht-regies ga ík niet naar het theater. Stuur me dan het stuk over de post. Scheelt me een lange avond. + De bejubelde versie van Shakespeare’s Hamlet (titelrol: Gijs Scholten van Aschat, regie: Johan Doesburg) staat nog tot het eind van deze maand in het tijdelijke theater van Het Nationale Toneel, het voormalige zwembad De Regentes in Den Haag. Vanaf 13 februari gaat de voorstelling als ‘omgebouwde schouwburgvoorstelling’ op reis door heel het land, tot medio april. Inlichtingen: 070-3565363.