Interview Vladimir Vojnovitsj

«Liever vrijheid dan literatuur»

Zaterdag 1 mei is Europa nog maar één stap van Rusland verwijderd. Het Kremlin doet daarover bezorgd, veel Russen laten zich meeslepen door antiwesterse sentimenten. Maar de schrijver Vladimir Vojnovitsj ziet perspectief.

MOSKOU — Toen Vladimir Vojnovitsj begin jaren tachtig in Amsterdam een rondvaart door de grachten maakte, zag hij op een brug ineens een voor hem begrijpelijke kreet: «Wilde psychopaat» stond er in het Russisch gekalkt. Hij, onvrijwillig balling, voelde zich op slag thuis. Dit soort oprispingen spoorde met zijn eigen werk, waarin hilarische gebeurtenissen en personen uiteindelijk toch niet zo gek blijken te zijn als ze lijken, maar juist een krankzinnige realiteit vertegenwoordigen. Vladimir Vojnovitsj is namelijk een profeet. En, net als die anonieme kladderaar twee decennia geleden in Amsterdam, zijns ondanks.

Zijn biografie illustreert dat. Vojnovitsj is bijna 72 jaar geleden geboren in Tadzjikistan. Vader was journalist, moeder lerares wiskunde. Hijzelf moest eerst een carrière afwerken als drop-out, schaapherder, schrijnwerker, lasser en landbouwinstructeur voordat hij ten tijde van de «dooi» van Chroesjtsjov in 1962 mocht opklimmen tot de Schrijversbond. Ruim een jaar later begon het in de Sovjet-Unie weer te vriezen. Nadat De merkwaardige lotgevallen van soldaat Ivan Tsjonkin — een toonbeeld van satirisch humanisme — de toorn der autori teiten had gewekt, werd hij in 1974 door de bond geroyeerd. Vojnovitsj hoort, kortom, tot een generatie die in Aleksandr Solzjenitsyn haar bekendste representant heeft.

Zijn oeuvre is mogelijk nog voorzieniger. Vooral Moskou 2042, geschreven begin jaren tachtig en verschenen in 1986, is een staaltje waarzeggerij. In deze anti-utopie blijft de Sovjet-Unie weliswaar in leven — een voorspelling die in 1991 aan duigen ging — de roman heeft niettemin profetische trekjes. Het land is in handen van de Communistische Staats veiligheidspartij (CPSV). Ze wordt geleid door Genialissimus, een KGB-generaal die spion in Duitsland is geweest, goed Duits spreekt, heeft deelgenomen aan de «Grote Augustusrevolutie», een heldenstatus heeft verworven in de slag om Oelan Oede in de Boerjatisch-Mongoolse oorlog en nu onvermoeibaar strijdt tegen corruptie en bureaucratie. Zijn energie is een parel voor de zwijnen. Het volk wil een tsaar, die kerk en staat weer laat samenvloeien als in oude tijden. Het wordt daarin gesteund door de verloren zoon Sim Karnavalov, die op een paard in zijn moederland terugkeert om het volk de les te lezen. Vervang de personages en woorden uit Moskou 2042 door de presidentiële partij Verenigd Rusland, door Poetin, Grozny of Solzjenitsyn en je bent dicht bij het Rusland van 2004. «Moge de werkelijkheid niet lijken op wat ik beschrijf. In dat geval zal mijn reputatie worden geschaad. Maar ik ben bereid dat te aanvaarden. Naar de hel met mijn reputatie, als het leven voor de mensen maar makkelijker wordt», zijn de laatste woorden in Moskou 2042.

Toen Vojnovitsj dit schreef was hij net (1981) door het politbureau van de CPSU wegens «staatsvijandigheid» beroofd van zijn staatsburgerschap en leefde hij noodgedwongen in Duitsland en Amerika. Totdat sovjetpresident Gorbatsjov in 1990 alle decreten van voorganger Brezjnev introk. Na de mislukte staatsgreep van augustus 1991 en de daarop volgende ontmanteling van de Sovjet-Unie keerde Vojnovitsj terug.

Hij was toen «enthousiast en hoopvol». Maar schrijven ging hem, eenmaal thuis in Moskou, ineens niet meer goed af. Vojnovitsj begon te schilderen: «Op een dag kwam mijn vrouw thuis met een cadeau van een van haar studenten: een stilleven, gekocht op de vlooienmarkt. Ik hing het op, maar het beviel me niet. Ik kocht verf en kwasten en begon het schilderij te bewerken. Het werd beter, vond ik. Ik dacht: laat ik eens een zelfportret maken. Het was niet goed, meer een karikatuur. Maar het leek wel ergens op. Drie jaar heb ik als een gek geschilderd en geen woord geschreven. Waarschijnlijk was ik teleurgesteld in de rol van de literatuur. Weliswaar had ik, anders dan Solzjenitsyn, geen missie, maar ik voelde toch een maatschappelijke plicht. Ik moest elke dag werken, ik moest iets belangrijks te zeggen hebben. Dat was ik ineens kwijt. Ik had niets belangrijks meer te zeggen. Daarom ben ik maar gaan schilderen. Ik was helemaal niet van plan mijn werk ten toon te stellen (in mei opent het Russisch Museum in Sint-Petersburg een grote expositie — hs) of te verkopen. Steeds bleef ik voornemens om morgen weer te schrijven. Maar als ik ’s nachts in bed lag, dacht ik niet aan de computer maar aan een schilderij waaraan iets moest worden gedaan. Ik zou een schrijver willen vergelijken met een arts. Die is ten tijde van de pest noodzakelijk. Zolang de pestepidemie duurt, gaat hij met risico voor eigen leven langs de barakken, ligt zijn naam op ieders lippen en geniet hij enorm respect in de samenleving. Na de epidemie heeft niemand de arts meer nodig.»

Pas medio jaren negentig ging Vojnovitsj weer schrijven. Hij maakte eerst Monumen tale propaganda af. In dit dolzinnige dorps verhaal duikt een «kleine en gedrongen leider» op: «Mannen jaagt hij met één enkele blik angst aan, vrouwen brengt hij in een andere toestand, maar hij is impotent. Een echt volksidool kan alleen maar iemand worden voor wie er geen andere hartstochten en verleidingen bestaan dan onbeperkte macht over lichamen en zielen.» De roman lag nog bij de drukker toen Poetin in maart 2000 president werd. Daarna schreef hij Portret tegen de achtergrond van een mythe, waarin hij Solzjenitsyn tot de knieën afzaagt. Wat bijna niemand na diens vorstelijke terugkeer in 1994 durfde — de auteur van Goelag Archipel werd hooguit genegeerd — deed Vojnovitsj in dit essay wel.

Vojnovitsj: «Solzjenitsyn is mijn persoonlijke teleurstelling. Toen ik uit de Schrijversbond werd gezet, heb ik hem geprezen als de meest majestueuze Rus van het land. Ik schaamde me meteen, maar het was te laat. Een ontsnapt woord vang je nooit meer. Hij is een goede schrijver, maar niet zo goed dat niemand in zijn buurt kan komen. Hij is geen Tolstoj. Ik ben erachter gekomen dat hij toen loog en nog steeds liegt. Hij is een gewetenloze man, een egocentrist met totalitaire trekjes. Voorbeelden? Het liet hem koud dat de vrouw die hem had geholpen met Goelag Archipel zich na een verhoor door de KGB heeft opgehangen. Zelfs Moskou 2042, in mijn ogen een goedmoedige parodie, beschouwde hij als verraad. Solzjefrenie is een ziekte. Als een parodie ergens op lijkt, moet je over jezelf nadenken voordat je anderen uitlacht. Als ze nergens op lijkt, mag je de auteur uitlachen. Mijn god, wat waren ze boos. In de VS bestond indertijd een door de CIA gesteunde organisatie die Russische boeken uitgaf en verspreidde. Het mijne wilden ze in 1987 niet uitgeven. Ze waren bang. Het is mystiek.»

Is het achteraf een tragedie dat Andrej Sacharov al in 1989 is gestorven?

Vladimir Vojnovitsj: «Sacharov werd ook het geweten van het volk genoemd. Maar ik denk dat hij geen grote invloed meer zou hebben gehad. Zijn maatschappelijke rol was beëindigd. Hij had nooit president kunnen worden. Om president te worden moet je uit het systeem komen.»

De dissidenten hebben ook gefaald.

«Ten eerste. We zijn allemaal sovjet mensen, zowel de voormalige dissidenten als de conformisten. Ten tweede. Toen het sovjetbewind in elkaar stortte, doken er in het partijapparaat en de KGB enorme krachten op om de zaak in handen te nemen. Het ging hen niet om idealen maar, net als tijdens de Sovjet-Unie, om de voederbak: om geld en posities. Alle dissidenten die toevallig wat macht hadden verworven, zijn stap voor stap weggewerkt. Ook de nieuwe golf democraten had geen schijn van kans».

Het Westen is eveneens schuldig. Adviseurs kwamen in horden naar jullie toe met plannen om alles in een handomdraai te privatiseren.

«In het Westen heb je ook boeven. Een enorme hoeveelheid kleinburgers uit het Westen kwam hier visitekaartjes en smeergeld uitdelen. Dat is overigens een patroon. Tijdens de Sovjet-Unie kwamen talloze intellectuelen langs die toen geen kampen wilden zien. Tot het allerlaatste moment, toen de sovjetmacht al verkruimelde, begrepen ze er niets van. Westerlingen kiezen in Rusland bijna altijd het verkeerde moment. Ze komen steeds te laat.»

Omdat wij niets begrijpen van macht. Voor ons is macht een bijzaak, voor jullie de kern?

«Sterker. Onze maatschappij erkent maar één leider. Aan de top mogen nooit twee mensen figureren. Er zijn pogingen geweest dat te veranderen. Zelfs de communisten hebben het getracht. Na Lenin en Stalin wilde Chroesjtsjov het proberen met collectief leiderschap. Eén bleef over: Chroesjtsjov. Toen hij in 1963 werd uitgeschakeld, opnieuw een collectief. Wie won? Brezjnev! Op het moment dat Gorbatsjov begon te denken aan democratie verloor hij alles. Hij stond onvoldoende in de Russische traditie. En nu? Het oude systeem herstelt zich weer richting één leider. Het parlement als tegenwicht? Burgemeester Loezjkov van Moskou vindt de Doema een kreupel vogeltje met een vette romp, een gekortwiekte linkervleugel en zonder rechtervleugel. Je hoeft geen ornitholoog te zijn om te weten dat zo’n éénvleugelige vogel niet vliegt. Volgens de aërodynamica kan het niet. Maar bij ons wel. Die vogel heeft hier zeventig jaar gevlogen en is nog steeds niet tegen de grond geslagen.»

Jullie worstelden in de jaren zestig en zeventig al met dit dilemma.

«Toen waren er inderdaad dissidenten die vonden dat monarchie echt bij het Russische volk hoorde. Ik heb 35 jaar geleden een stuk willen schrijven onder de titel: Rusland zonder tsaar in zijn hoofd. Een Rus zonder tsaar in zijn kop wordt namelijk een dom mens gevonden. Ikzelf ben een westers georiënteerde democraat en geen monarchist, maar zo is het nog steeds. Als Poetin zou willen, zou hij via een referendum tsaar kunnen worden. Er wordt al aan gewerkt. De belofte van Poetin in 1999 om de terroristen door de plee te pissen (de Tsjetsjeense rebellen — hs) was voldoende om de maatschappij op te laten schrikken als een oud trekpaard door hoorngeschal. Ik ben nu pessimistisch. Maar een volledig herstel van sovjetverhoudingen is onmogelijk. Dan moet je het land opnieuw inrichten, zoals in 1937. Dan moet je alle schotelantennes van de huizen slaan, de stekker uit internet trekken en de bevolking alle faxen of printers afnemen. Onder Stalin werden journalisten doodgeschoten. Chroesjtsjov zette ze gevangen. Tijdens Brezjnev werden ze ontslagen. Poetin valt tegen ze uit alsof ze er gewoon niet zijn. De persoonlijkheidscultus rond Poetin kan gedijen dankzij de organisaties (KGB — hs) waarvan hij zelf medewerker was. Maar dat gebeurt zonder repressie. De liefde van het volk bloeit zonder bloedvergieten. Mijn pessimisme is dus begrensd.»

Intussen groeien in Rusland de antiwesterse sentimenten. Zijn jullie bang voor ons?

Vladimir Vojnovitsj: «Wellicht. Maar ik denk dat Rusland juist moet hunkeren naar Europa. Rusland moet afstand doen van zijn ambities een grootmacht te zijn. Rusland wil dat niet. Rusland zegt dat het leger sterker moet worden en de bewapening beter, opdat de anderen bang voor ons zijn en ons dus respecteren. Dat is nergens voor nodig. Zelfs toen iedereen zei dat Rusland zwak was, kon Rusland nog met kernwapens van zich af slaan. Rusland is geen Irak. Daarom kunnen we het ons permitteren een echte democratische maatschappij op te bouwen. Europa is daarbij belangrijk. Ook Russen reizen nu naar Europa en zien hoe jullie leven, dat legers ook verstandig kunnen worden georganiseerd. Als in een westers leger een soldaat sneuvelt, weet iedereen dat. Jullie hebben lijsten: wie, waar en wanneer. Wij nog steeds niet.»

Vijftien jaar geleden stonden de Russen in de rij voor de film ‹Zo kun je niet leven›. Daarin figureren drie politiemannen: een treurige agent uit Moskou die met zijn pistool zit te klooien, een kleinburgerlijke politieman uit Hamburg die elke avond keurig thuis met het gezin eet, en een revolverheld uit New York. Het publiek wilde leven als die politieman in Hamburg, maar associeerde zich met de snelle jongen uit New York.

«De jeugd heeft altijd meer naar Amerika gekeken: jazz, jeans en gin. Dat is in Europa ook zo sinds de Tweede Wereldoorlog. Amerika is inderdaad een wild land, lijkt op Rusland. Maar Europa is een positief voorbeeld geworden. Mede omdat het bij jullie nog relatief rustig is».

Is dit Europese voorbeeld politiek, economie of cultuur?

«Geest en geld, zou ik zeggen. Een vrije maatschappij met reële verkiezingen en kritiek blijkt welvarender. Daar kunnen de burgers meer dan hier een eigen huis en eigen auto kopen.»

Heeft het Kremlin een plan met dat Europa?

«Nee. Het heeft niet alleen geen plan met Europa, ook niet met Rusland zelf. Poetin is een systeemmens. Als hij Europeaan wil zijn, dan toch in de DDR-variant. Zijn bewustzijn zegt hem dat Europa iets kan opleveren. Maar zijn omgeving en het volk begrijpen dat niet. Poetin zelf is geen xenofoob, noch een anti semiet. Maar xenofobie en antisemitisme spelen onderbewust wel degelijk een rol.»

Dat klinkt nogal onbekommerd.

«Integendeel. Ik ben zeer bezorgd, niet alleen over Rusland maar over de hele wereld. Maar ik ga er niet van uit dat mensen mijn woorden als leidinggevend zullen opvatten, dat ze na het lezen van mijn boeken zich anders zullen gaan gedragen. Als ik schrijf, denk ik niet na over de gevolgen. Tolstoj keek er ook zo tegenaan: doe wat moet en denk niet aan de consequenties. Als ik presidentskandidaat zou zijn geweest, zou ik dat wel moeten doen.»

Wat zou u doen op uw eerste dag in het Kremlin?

«Mijn ontslagbrief schrijven. Tegen corruptie is bijvoorbeeld geen kruid gewassen. Corruptie infecteert de hele maatschappij. Laatst zei een keurige democraat tegen mij: dankzij de corruptie heb ik mijn kleinzoon behoed voor de militaire dienstplicht. Dat een andere kleinzoon naar Tsjetsjenië werd gestuurd, interesseerde hem niet.»

Desondanks schreef u onlangs: een autoritair regime is voor een schrijver beter dan een democratisch bewind.

«Wij hadden de illusie dat vrijheid de literatuur ten goede zou komen. De vrije mens blijkt echter geen literatuur nodig te hebben. Die wil televisie en internet, die leest aan het strand alleen een thriller of een detective. Dat is inderdaad een grote teleurstelling. Maar vrijheid is het grootste goed. Als ik de literatuur zou moeten slachtofferen ter wille van de vrijheid, zou ik de literatuur opgeven.»

De meeste boeken van Vladimir Vojnovitsj zijn in Nederland uitgegeven door Meulenhoff. Verkrijgbaar zijn: Monumentale propaganda (€ 28,50) en De merkwaardige lotgevallen van soldaat Ivan Tsjonkin (€ 8,-)

Overige vertaalde romans en verhalen:

De briefwisseling; Ivankiade; De troon pretendent: De verdere lotgevallen van soldaat Ivan Tsjonkin; De antisovjet Sovjet-Unie; Moskou 2042; De bontmuts; Incident in hotel Metropol