Liever zigeuner dan Duitser

GÜNTER GRASS
UNTERWEGS VON DEUTSCHLAND NACH DEUTSCHLAND
Steidl, 255 blz., € 20,-

Günter Grass, in 1999 onderscheiden met de Nobelprijs voor de literatuur, was in 1990 een roepende in de woestijn. In dat historische jaar van de Duitse hereniging behoorde hij tot de weinige Duitsers die het grote feest van de Duitse eenheid verstoorden met vermanende woorden en pessimistische prognoses. De gevierde auteur werd in die tijd zelfs een keer uitgescholden voor ‘vaderlandsverrader’, want in 1990 behoorde elke Duitse patriot onvoorwaardelijk vóór de hereniging te zijn. Sombere geluiden over de grote sociale en economische risico’s van een snelle vereniging van de rijke Bondsrepubliek met de arme DDR waren ongewenst. Bondskanselier Kohl beloofde ‘bloeiende landschappen’ en iedereen geloofde hem graag.
Nu, bijna twintig jaar later, weet iedereen dat de zwartkijkers van weleer groot gelijk hadden. Na de Duitse eenwording, die op 3 oktober 1990 werd bezegeld, verstomde het feestgedruis. Spoedig werden de gigantische kosten van de eenwording zichtbaar, en de pijnlijke scheidslijn tussen de betweterige Wessis en de klagende Ossis.
Grass heeft in 1990 een dagboek bijgehouden, dat onlangs onder de titel Unterwegs von Deutschland nach Deutschland werd gepubliceerd. Het bevat geen verrassingen, want zijn kritische, afwijzende houding was bekend. Bovendien duikt uit de dagboeken een beeld van de schrijver op dat we al kennen. Grass de levensgenieter; de man die graag kookt, bij voorkeur vis en pens, die de natuur in trekt om eetbare paddestoelen te verzamelen en zich zorgen maakt over de klimaatverandering. Grass ook als hoofd van een grote familie die geniet van kinderen en kleinkinderen.
Een overbodig boek dus? Nee, toch niet. Het is boeiend om twintig jaar later via deze tekst van Grass herinnerd te worden aan dat bewogen jaar 1990. De schrijver neemt de lezer mee terug in de tijd, maakt hem deelgenoot van zijn worsteling met de Duitse eenheid en van zijn rusteloze bestaan als auteur en beeldend kunstenaar. Bovendien wordt duidelijk dat hij bij zijn kritiek en prognoses niet lichtvaardig te werk is gegaan. Op 3 januari 1990 neemt hij zich voor tussen februari en september elke maand de DDR te bezoeken. En dat doet hij ook, zodat hij meer en meer vertrouwd raakt met de verhoudingen in dat tot dan toe onbekende deel van Duitsland.
Begin 1990, als na de val van de Muur de Oost-Duitsers roepen: ‘Wij zijn één volk’, groeit bij Grass de angst dat de oude, vertrouwde Bondsrepubliek met zijn federale structuur van karakter zal veranderen en zal verworden tot een groot, dominant en centraal vanuit Berlijn bestuurd land. ‘Zal dat nog “mijn Duitsland” zijn?’ schrijft hij op 17 februari. Een dergelijk geluid zal nog een paar keer terugkeren. Op 5 juni: ‘Ben ’s nachts vaak wakker met beklemmende denkbeelden van een Duitsland dat niet meer het mijne kan zijn. Dit misbaksel van Kohl, autoritair, pathetisch, gemoedelijk, hard en neerbuigend, machtig en zogenaamd pretentieloos.’
Maar Grass, die in verkiezingscampagnes vaak Willy Brandt en de sociaal-democraten ondersteunde, is ook ontevreden over de SPD. Brandt, die na de val van de Muur zei dat ‘nu weer naar elkaar toe groeit wat bij elkaar hoort’, begrijpt hij niet meer. Maar hij is het ook niet eens met Oskar Lafontaine, in 1990 lijsttrekker van de SPD, die hereniging afwijst, maar geen alternatief biedt. Hij overweegt zijn lidmaatschap van de SPD op te zeggen.
Grass neemt een tussenpositie in. Hij ziet spoedig in dat eenwording onvermijdelijk is, maar hij bepleit een langzaam en behoedzaam proces van toenadering. Hij denkt aan een confederatie, aan een ‘Bond van Duitse deelstaten’, gebaseerd op een nieuwe grondwet. Een snelle toetreding van de DDR tot de Bondsrepubliek op basis van de bestaande grondwet, zoals Kohl wil en ook realiseert, leidt tot rampspoed.
Al in het voorjaar valt het besluit over een monetaire unie; de Oost-Duitsers kunnen hun redelijk waardeloze DDR-geld tegen een gunstige koers inruilen voor harde D-marken. Grass op 1 mei: ‘Mijn afwijzen van de monetaire unie op dit tijdstip en zonder voorbereidende economische maatregelen; ik voorspel een ramp.’
En die komt in de vorm van een snel stijgende werkloosheid in Oost-Duitsland als gevolg van het feit dat de Oost-Duitse producten plotseling onverkoopbaar zijn geworden en de West-Duitse industrie in Oost-Duitsland vooral een nieuw afzetgebied ziet.
Grass voorziet zelfs min of meer de huidige crisis in het financiële systeem, veroorzaakt door de kapitalisten zelf. Zo schrijft hij op 22 oktober met een blik op het ineenstortende communisme: ‘Waarschijnlijk zal het kapitalisme, nu het is beroofd van elke vijand, een ideologie worden en consequent zichzelf vernietigen.’
Toen hij dit opschreef was de Duitse hereniging een feit en verbleef de schrijver in zijn huis in Portugal. Grass voelde zich depressief, uitgeput, grieperig. Vreemd was dat niet, want uit het dagboek blijkt hoe actief hij in 1990 is geweest. Hij hield lezingen, schreef artikelen, reisde niet alleen verschillende keren naar de DDR maar ging ook naar Praag en Polen. In dat land bezocht hij zijn geboortestad Danzig (nu Gdansk) en zijn Kasjoebische familie, en kreeg een eredoctoraat in Poznan (vroeger Posen).
Hij tekende en schetste, werkte aan de cyclus Totes Holz en legde in de DDR het kale, troosteloze bruinkolenlandschap vast.
De literatuur kwam in 1990 duidelijk op de tweede plaats. Maar de lezer wordt wel getuige van het langzame ontstaan van literatuur in het hoofd van de schrijver. Zo komt in de dagboeken regelmatig Unkenrufe ter sprake, het verhaal dat hij in 1991 schreef en dat in 1992 verscheen. In 1990 ontstond ook het idee om een boek te schrijven over zijn trouwe vriendin en fotografe Maria Rama. Het werd het vorig jaar verschenen Die Box. En nog een ander plan rijpte: een grote roman waarin de eerste eenwording van Duitsland rond 1870 wordt verbonden met de tweede van 1990 door middel van een hoofdpersoon die zowel de schrijver Theodor Fontane uit de negentiende eeuw als de bejaarde beambte Theo Wuttke uit het Berlijn van 1990 belichaamt. Dit werd Ein weites Feld uit 1995. De roman leidde tot heftige reacties.
Grass heeft nu bij het verschijnen van Unterwegs von Deutschland nach Deutschland verklaard dat zijn angst voor een centraal geregeerde staat ongegrond was, maar dat hij bij al het andere nog niet pessimistisch genoeg was geweest. Eind 1990 was hij echter zo somber gestemd dat hij schreef: ‘Wil liever zigeuner dan Duitser zijn.’