Lifehacking tegen doodsangst

De dystopische sciencefictionfilm Soylent Green uit 1973 speelt zich af in 2022. New York is met veertig miljoen inwoners zwaar overbevolkt geraakt en groente, fruit en vlees zijn luxeproducten geworden. De verarmde inwoners leven van een product genaamd Soylent: geur- en smaakloze wafels waarvan de groene variant de meest voedzame is. Dat komt, zo blijkt, doordat ze zijn gemaakt van mensenvlees.

Ruim dertig jaar na de film is Soylent werkelijkheid geworden. Niet in de vorm van een groene mensenvleeswafel, maar wel als vervanger van eten. Uitvinder Rob Rhinehart, een 25-jarige whizzkid uit San Fransisco, werkte dag en nacht aan software voor een start-up en zag zichzelf geconfronteerd met een geld- en tijdprobleem. Een hardnekkig ongemak was de dure en tijdrovende noodzaak om te eten. Hij ging over op een dieet van junkfood, maar dat maakte hem al gauw miserabel. Waarom, dacht hij bij zichzelf, is eten zo verschrikkelijk inefficiënt? Wat heeft een mens werkelijk nodig om te overleven? Hij verdiepte zich in biochemieboeken en stelde een lijst samen van 32 essentiële voedingsstoffen. Die kocht hij in poeder- en pilvorm via internet, gooide alles in een blender, lengde het aan met water, en voilà: het eerste glas stroperige, witte Soylent was een feit. Rhinehart zegt sindsdien geen eten meer te hebben aangeraakt.

Na een paar maanden van experimenteren is het product nu wereldwijd te bestellen via soylent.me (‘Free Your Body’). Op de website is een filmpje te zien dat doet denken aan een imitatie van een sciencefictionfilm: galmende melodie, beelden van chemische verbindingen, betonnen loodsen, designhuizen, mensen achter zilveren computerschermen, witte zakken met poeder. Een zalvende vrouwenstem die dingen zegt als: ‘Using Soylent as a resource means that you can take the time you would normally spend preparing, eating and cleaning up after meals, and put that time into other areas of your life.’ En: ‘Soylent gives you the freedom to live life the way you want to live.’

‘Lifehacking’, heet dat: een ingreep om het leven efficiënter en productiever te maken (blogs als MashGeek cureren bijvoorbeeld allerhande digitale lifehacks, variërend van handige keyboard-shortcuts tot technologie om het perfecte cadeau voor Valentijnsdag te vinden). Maar Soylent gaat verder: meer dan een ingreep stelt het een geheel nieuwe levensstijl voor, niet alleen kosten en moeite besparend, maar ook nog eens goed voor lichaam en leefwereld.

Toch maakt het op mij (zoals de naam, ironisch genoeg, al suggereert) eerder een dystopische dan een utopische indruk. Niet omdat de resultaten nog nauwelijks bewezen zijn, maar eerder vanwege het mensbeeld dat eruit spreekt: de mens als apparaat dat slechts bijgetankt hoeft te worden om te functioneren. Die ‘Free Your Body’-slogan klinkt trouwens ook behoorlijk eng en sektarisch. Alsof het lichaam te bevrijden zou zijn van zijn lichamelijkheid, en er alleen een soort pure essentie overblijft, clean als een MacBook Air. Het lijkt me niet onvoorstelbaar dat je poep er doorzichtig van wordt.

Deze Soylent-aangelegenheid doet me denken aan een van mijn lievelingsboeken, White Noise, geschreven door Don DeLillo in 1985. Het boek beschrijft alle facetten van het postmoderne Amerikaanse leven, en consumptie als het ultieme (maar uiteraard ontoereikende) middel om sterfelijkheid te bezweren. Op een gegeven moment raakt een van de hoofdpersonages, Babette, in de greep van een mysterieus medicijn genaamd Dylar, gemaakt om mensen van hun doodsangst af te helpen. Het spul is nog in de testfase en illegaal, en het probleem openbaart zich al gauw: de bijwerkingen zijn minstens zo erg als de kwaal zelf.

Van onze angst voor de dood zullen we wel nooit helemaal bevrijd raken. Van de dood zelf trouwens ook niet. Tot die tijd lijkt het me wenselijk het leven niet te verwarren met lifehacks. Onze lichamen zijn geen MacBook Airs. Anders hadden we bij onze geboorte wel een garantiebewijs gekregen.