FILM The Reader

Lijden aan liefde

In Bernhard Schlinks roman De voorlezer (1995) is alles eerlijk en krachtig en pijnlijk eenvoudig opgeschreven. De verteller, Michael Berg: ‘Het ergst waren de dromen waarin de harde, heerszuchtige, wrede Hanna me seksueel opwond en waaruit ik uit vol verlangen, schaamte en verontwaardiging ontwaakte. En vol angst voor wie ik eigenlijk was.’ Deze dromen komen in de tijd vlak na het proces tegen Hanna Schmitz, een analfabete kampbewaakster die terecht staat wegens haar aandeel in de massamoord op een groep joodse gevangenen tijdens de oorlog, dezelfde Hanna met wie Michael als vijftienjarige een relatie had.
Niets van Schlinks proza is terug te vinden in Stephen Daldry’s verfilming. Nu hoeft dat niet bezwaarlijk te zijn. Een romanverfilming kan, móet zelfs een autonoom karakter hebben. De beste romanverfilmingen hebben immers weinig tot niets gemeen met het origineel. Hiervan getuigen bijna alle films van Stanley Kubrick, een regisseur die door interpretatie, en niet imitatie, in zijn films doordringt tot de kern van het bronmateriaal.
In het geval van The Reader is van interpretatie geen sprake. Wel van exploitatie. Wat in Daldry’s film overblijft, is niets meer dan een liefdesavontuur tussen Hanna en Michael. De donkere, ongrijpbare Hanna wordt in de film vervangen door de open, sexy superster Kate Winslet, die voor de rol een Oscar kreeg. Een gotspe: haar vertolking, de hele film, vormt een verloochening van het bronverhaal.
En wat voor verhaal. Net als J.M. Coetzee’s Disgrace is Schlinks roman een angstwekkend accurate analyse van de werking van collectieve schuld en de relatie tussen waardigheid en vrijheid. Hoe vrij is Michael om Hanna te vergeten? Hij zit ermee: ‘Ze is er, ergens achter je, je zou ernaartoe kunnen gaan en je van haar bestaan vergewissen. Maar waarom zou je.’ Prachtig; geen vraagteken. Wat impliceert dat Michael besloten heeft zijn ogen voor het verleden te sluiten. De verteller is onbetrouwbaar, zoveel is halverwege het verhaal duidelijk. En juist vanaf dit punt ráákt Michael Berg je, vanaf nu is zijn strijd ook jouw strijd. Hoe kijken we tegen het verleden aan? Of kijkt het verleden naar ons, en is collectieve schuld onontkoombaar? Uiteindelijk is herinnering onverbiddelijk, is boetedoening onvermijdelijk. Michael: ‘De vinger die naar Hanna wees, wees terug naar mezelf. Ik had van haar gehouden.’ En: ‘(…) mijn lijden aan mijn liefde voor Hanna [was] in zekere zin het lot van mijn generatie’.
Van deze prachtige koppeling tussen erotiek en verboden liefde en de herinnering aan het nationaal-socialistische verleden komt weinig terecht in Daldry’s film. Misschien ligt de reden hiervoor toch bij het medium film zelf, in het algemeen, en wel in het dwingende karakter van de cinematografische close-up. Wie Winslets beeldschone gelaat op het grote scherm ziet, ziet precies dat: Kate Winslet, prachtig, overdonderend. De macht van de close-up breken, vergt een veel betere actrice dan Winslet en een fijnzinniger regisseur dan Daldry, die voorheen eveneens faalde met zijn onevenwichtige Virginia Woolf-verfilming The Hours (2002).
The Reader is zo teleurstellend, omdat Schlinks verhaal zo prachtig is, proza met een mix van nuchterheid en hunkering. Michael ziet zijn liefde voor Hanna als ‘lijden’. Arme Michael. Maar uiteindelijk is hij fout. Waarom laat hij Hanna in de steek? Vanwege de rechtsfilosofische vragen rond vrijheid en verantwoordelijkheid? Nee, toch. En waarom verliet zij hem? Nooit leren we Hanna echt kennen, nooit ‘zien’ we in het boek haar ‘close-up’, en dat is meesterlijk.

Te zien vanaf 2 april