Lijdend voorwerp

Agnes Kant heeft geleden onder haar beeld in de media, maar heeft de eer aan zichzelf gehouden. Dat zou Jan Peter Balkenende ook moeten doen.

Gaat Emile Roemer het maken als nieuwe voorman van de SP? Als zijn voorgangster Agnes Kant mede gesneuveld is door de beeldvorming in de media, dan kunnen wij van de pers er dus ook aan werken dat Roemer wél een succesvol partijleider wordt.
Aanvankelijk zullen we dat ook doen. Ook wij zijn blij als we eens een nieuw gezicht zien, een net iets anders geluid signaleren en de ingestudeerde frases toch net weer iets anders verwoord horen. Maar tegelijkertijd zijn wij van de pers er zelf mede oorzaak van dat de houdbaarheid van politici steeds korter wordt. We bieden zo'n overdosis aan exposure aan dat zelfs de meest charismatische politicus ons en menige kiezer al weer snel de neus uitkomt.
Dat is dan overigens niet voor eeuwig zo. d66-partijleider Alexander Pechtold mocht een tijdje de verademing van het Binnenhof zijn na eerder in het verdomhoekje te hebben gezeten. Zijn plaats in de populariteitspolls wordt inmiddels bedreigd door Femke Halsema van GroenLinks, in het verleden ook regelmatig getypeerd als een politica die het niet in zich heeft, maar die op het moment zo de hemel in wordt geprezen dat ze het moet gaan wantrouwen. Ze heeft sinds kort overigens concurrentie, van pvda-partijleider Wouter Bos die na eerdere periodes van bejubeling en verguizing nu weer in de lift omhoog zit. Kortom, het kan verkeren.
Maar over de nieuwe SP-fractievoorzitter eerst dus niks dan goeds. Wist u dat Roemer een jaar na zijn komst naar de Tweede Kamer, eind 2006, een van de meest in de pers geciteerde nieuwe Kamerleden was? Hij was dus niet onopgemerkt gebleven, al was dat menigeen niet opgevallen. Zelf verklaarde hij dit succesje toen met de opmerking dat hij altijd terugbelt en snel informatie geeft.
Afgelopen vrijdag, op zijn eerste persconferentie als fractievoorzitter en kandidaat-lijsttrekker, was Roemers Brabantse gevoel voor relativering een verademing vergeleken bij de verbetenheid van Agnes Kant. Dat Kant bozig overkwam, hebben de media niet zelf verzonnen. Ze hebben het wel veelvuldig geregistreerd en benoemd. Haar collega-Kamerleden werkten daar overigens ook gretig aan mee, dus die moeten niet meehuilen over de rol van de media. ‘Rustig maar, rustig maar’, waren de denigrerende woorden van Pechtold aan het adres van Kant in wat uiteindelijk haar laatste tv-debat zou blijken te zijn, vorige week aan het eind van de verkiezingsdag voor de gemeenteraden. Verkiezingen die de SP verloor, om maar eens een tweede reden voor Kants vertrek te noemen, naast de bejegening.
In Nieuwspoort voelde je de pers dus opgelucht ademhalen bij Roemers eerste optreden. Hij had kwinkslagen klaar op de te verwachten vragen. Of hij wel in de schaduw kon staan van Jan Marijnissen? Kon hij nog snel bekendheid krijgen zo kort voor de landelijke verkiezingen? Op de eerste vraag antwoordde hij met de daarbij bijpassende gebaren dat hij groter, breder en forser was. Op de tweede zei hij gevat dat er bekende politiek leiders in Nederland zijn van wie het publiek zich juist afvraagt waarom ze er nog zitten. Gelach, waardering, de eerste slag was binnen.
Roemer was zo kies geen namen van politiek leiders te noemen. Maar het is natuurlijk aan de pers om dan meteen aan cda-leider en minister-president Jan Peter Balkenende te denken. Die zit al acht jaar in het torentje, heeft elk van de vier kabinetten die zijn naam dragen zien struikelen en staat niet bekend als een bindend figuur met gevoel voor regie. Weliswaar zijn het vooral de media die dat laatste keer op keer zeggen en schrijven. Maar niemand gelooft toch nog dat ze dat verzinnen?
Zoals het ook niet de media zijn die de steun binnen Balkenende’s eigen partij ondermijnen, maar de cda-leden zelf. Dat begon in Maastricht bij een paar jongeren, boeren sloten zich daarbij aan en de kiezer deed vervolgens vorige week ook nog een duit in het zakje door alweer minder op het cda te stemmen dan daarvoor, toen het ook al een paar keer tegenviel. De pers signaleert dat, waardoor de twijfels over Balkenende een podium krijgen. Dat zorgt voor een vliegwieleffect, overigens een gegeven waar politici in goede tijden maar wat graag gebruik van maken.
Balkenende had, net als Kant, ook de eer aan zichzelf kunnen houden. Toen het er op aan kwam, bleek Kant in staat voor zichzelf te constateren dat zij ondanks alle goede bedoelingen geen succes was als politiek leider, of dat nou helemaal aan haarzelf lag of niet. Kant mag dan hebben geleden onder haar beeld in de media, ze heeft van zichzelf na de verkiezingsnederlaag geen lijdend voorwerp gemaakt. Balkenende wel, door er geen oog voor te hebben dat acht jaar politiek gedoe aan hem plakken als zand aan een vette huid.
Maandagavond mochten de provinciale cda-partijbonzen stoom afblazen. Dat was het laatste moment waarop het partijbestuur de eigen kardinale fout nog had kunnen herstellen, een fout gemaakt door kort na de val van zijn vierde kabinet Balkenende opnieuw tot lijsttrekker uit te roepen.
Het bestuur wilde toen vaart maken om eventuele onrust in de partij direct de kop in te drukken. Maar dat bleek een misrekening. Gemor kwam er toch. Alsnog op zijn schreden terugkeren kon het bestuur echter ook niet meer zonder dat de partij daar schade van zou ondervinden. Het moest kiezen uit twee kwaden.
Het koos voor Balkenende. Volgens het bestuur omdat de man die geen enkel kabinet tot de eindstreep kon loodsen, bewezen heeft dat dit land stabiliteit nodig heeft. Tot 9 juni. Als de uitslag dan weer tegenvalt, is het echt over voor hem. Dat ligt dan niet aan de media, ook al snakken ook zij naar nieuwe gezichten en frisse geluiden.