Lijkenlucht als deodorant

Te zien: 6 en 7 oktober in de Toneelschuur Haarlem, 10 t/m 14 oktober in de Brakke Grond, Amsterdam. Tot eind oktober overal in Belgie en Nederland. Inlichtingen: 020-6229328.
In het Oude Testament zijn ze de eerste kinderen: Kain en Abel. Hun ouders - Adam en Eva - maakten er in het aards paradijs een zooitje van, althans in de ogen van God. Hun kinderen moesten zich maar zien te redden. Adam werd schaapsherder, Kain ging in de landbouw. Op een zoenoffer van Kain reageerde God niet. Toen Abel zijn beste schapen offerde, reageerde het Opperwezen vriendelijk. Kain werd woedend en sloeg Abel dood. God informeerde bij Kain naar het lot van Abel, waarop Kain antwoordde: ‘Ben ik mijn broeders hoeder?’ God bestrafte de broedermoord met een eeuwig zwerversbestaan voor Kain. En hij kreeg een merkteken op het voorhoofd.

Schrijver Roel Adam en regisseur Mathieu Guthschmidt wilden vanuit het Kain & Abel-verhaal een voorstelling voor jongeren maken. Roel Adam schreef de tekst, Tot Gij mij ziet; Mathieu Guthschmidt regisseerde deze voor het jeugdtheatergezelschap Huis aan de Amstel tot Eternity. Dat is Engels voor ‘eeuwigheid’ en 'onsterfelijkheid’, hier tevens de merknaam van een parfum: de enige vrouw in het stuk geurt het liefst naar Eternity. Dat mag waarachtig ironisch heten: het is vooral de dood die hier rondwaart. Eternity - een lijkenlucht als deodorant.
Twee jongens (Kain en Abel) wonen bij elkaar. De een is stoer, doet iets in auto’s, maar het is ook een zorgzame jongen. De ander is labiel, slikt medicijnen, trekt nu en dan een rode jurk aan, en draagt een verschrikkelijk geheim met zich mee. De broers zijn in afwachting van hun vader, Max, die stervende is (hersentumor). Max heeft zijn jongens ooit in de steek gelaten, hij wil iets goedmaken, en verder wil- ie gewoon thuis sterven. In zijn kielzog wandelt Sue naar binnen, Max’ minnares, een nogal raadselachtige vrouw zonder geschiedenis. In de handeling van het stuk worden zowel het geheim van Abel (betrokkenheid bij een brand) als de lafheid van vader (vlucht uit zijn gezin, en een politiek 'fout’ verleden) laag voor laag afgepeld. Kain doodt uiteindelijk Abel (hij behoedt hem zo voor verdere geestelijke martelingen) en hij vertrekt met Sue. Vader Max blijft alleen achter. Hij mompelt een soort motto: 'Niet vallen, mijn kind. Geen mens vangt je op.’
Roel Adam heeft met Tot Gij mij ziet een keelsnoerend mooie theatertekst afgeleverd, prachtig van constructie, sterke dialogen tussen vier hoekige, rauwe en onaffe karakters. De voorstelling Eternity door Huis aan de Amstel doet een adequate poging de tekst neer te zetten. Een voorstelling die recht doet aan de tomeloze energie van de tekst, is het echter niet geworden.
Het eerste wat tegenzit is het decor. Drie canvas wanden, drie deuren, een reusachtige ijskast en een geimproviseerde wasbak in het centrum, akelig belicht. De grondtoon: deze mensen zitten opgesloten, het gaat niet goed met ze. Hartelijk dank, maar dat is al opgeschreven. Gootsteenrealisme als stijl is wel het laatste waar deze tekst om vraagt.
In het acteren klopt er ook iets niet. De twee jongens hebben een emotionerend bedoelde heftigheid meegekregen. Jan Elbertse en Bruun Kuijt proberen van Abel en Kain de round characters te maken die ze in de tekst nadrukkelijk niet zijn. Kain is hier een goeie jongen die de wereld en vooral Abel en zijn vader niet aankan. Abel is hier een tikkie kierewiet, een beetje nichterig en verder vooral aandoenlijk. Veel te raden blijft er niet meer over. Dat is wel het geval bij de Sue van Julia Henneman, een vreemde vrouw waarnaar ik blijf kijken, die intrigeert en ontroert.
Frits Lambrechts is de spil van de voorstelling: hij schakelt schijnbaar moeiteloos van tranen naar een gulle lach, van verschrikkelijke pijn naar stil verdriet. De regie houdt hem niet altijd in toom, zodat sentimentaliteit nog wel eens de overhand neemt. Van mij mag Lambrechts, want er komt erg veel moois voor terug.
Het is te hopen dat in de nabije toekomst iemand nog eens zijn tanden in de tekst van Tot Gij mij ziet zal zetten. Het stuk verdient een enscenering die kaal en droog durft te zijn, naakt en kwetsbaar. Eternity is te veel een invuloefening.