Liklezen

In een bibliotheekboek stuit ik in de hoek van de eerste bladzijde op een stempel: Niet LIKKEN bij het omslaan.
Het boek is uit 1919 en het stempel zal niet veel jonger zijn. In het kielzog van de vermaning zie ik een stoet beelden langstrekken, van oude mensen die aandachtig zitten te lezen. Zonder hun ogen van het papier af te wenden bevochtigen ze de vingertoppen en slaan dan het blad in één beweging, snel als de pikreflex van een spreeuw, om.

Niet LIKKEN bij het omslaan. Ongetwijfeld is de hand die dit stempel plaatste al in de aarde vergaan of uitgestrooid als as. Nu heeft die tekst geen andere functie meer dan een 21ste-eeuwse bibliotheekbezoeker erop attent te maken dat er kennelijk nauwelijks bewuste gewoontes bestaan die van de ene op de andere generatie ineens kunnen verdwijnen.
De enige keren dat ik generatiegenoten de verboden likchoreografie nog zie uitvoeren is bij de groenteafdeling van de supermarkt, waar ze worstelen met een onwillig, van de rol getrokken zakje. Toch heeft dat niets te maken met het rituele liklezen, waar ik als kind veel getuige van moet zijn geweest.
Daar zie ik háár bijvoorbeeld, in een leren fauteuil waar je met een zwenk aan een houten hendel een schommelstoel van kon maken: mijn oudtante in Bergen op Zoom, verdiept in een van die boeken die ik na haar dood in mijn kast heb staan - absurd veel Frans, veel Elsschot, en veel gebonden exemplaren van het type verzamelde werken van Boutens en dergelijke. Kortom, precies het soort boeken dat je voor vijftig cent op elke buitenluchtboekenmarkt aantreft in bananendozen.
Niet LIKKEN bij het omslaan. Bij die oudtante, onderwijzeres op een nonnenschool, leek het vingerlikken een onmisbaar onderdeel van het leesproces. Als ze pas op driekwart van de pagina was, bewogen duim-, wijs- en soms zelfs de middelvinger zich al gezamenlijk naar haar mond, zodat ze de juiste hoeveelheid speeksel verzameld hadden die nodig was om, tegen de tijd dat ze aan de laatste regel bezig was, de pagina vast te kunnen laten kleven.
Het proces heeft iets weg van het machinaal, gedachteloos leegeten van een zak drop of chips terwijl je naar een televisietoestel staart, maar ook die overeenkomst is maar oppervlakkig en uiterlijk.
Niet LIKKEN/ bij het/ omslaan. Dat staat er eigenlijk. De tekst in de hoek is over drie regels verdeeld. Elke regel in een andere corpsgrootte, maar in dezelfde schreefloze letter. Blauwe inkt. Op de lege pagina links is een rechthoekig stuk papier geplakt, met in drukletters de prozavertaling van het gestempelde gedicht: Den Lezers wordt vriendelijke verzocht de boeken niet te beschadigen door het leggen van vouwen, het maken van aanteekeningen of anderszins, noch de bladen te bevochtigen met den vinger.
Het moet een ware plaag geweest zijn voor bibliotheekboeken in het interbellum. Voorzover ik dat kan beoordelen, hebben de leners van dit boek (Schoonheid in Samenleving. Door H.P. Berlage. Met Teekeningen van den Schrijver) zich voorbeeldig bij de voorschriften neergelegd.
Een andere rabiate liklezer woonde in hetzelfde pand in Bergen op Zoom. Mijn oudoom bewaarde al zijn boeken in een zijkamer van zijn atelier, een ruimte die we nu walk-in closet zouden noemen (waarbij het geluid van gillende modemeisjes resoneert) maar die daar met ‘alkoof’ werd aangeduid.
‘Volgens mij heb ik daar nog een interessant boekje over’, kon hij midden in een conversatie zeggen om dan het gordijntje bij dat magische Alkoof weg te trekken (stroef geluid van roestige rolletjes in metalen rails), en op een metalen ladder te klimmen (piepend scharnier bij het openklappen), op zoek tussen de boeken die in rijen van drie of vier dik stonden te wachten tot ze uitverkoren werden om een anekdote op te luisteren, een standpunt te bewijzen, uitgeleend of weggeschonken te worden.
Vermoedelijk dank ik het aan dat Alkoof dat ik altijd een bijna middeleeuws ontzag voor boeken heb gehouden. Alsof alle wijsheid van de wereld samengepakt kan zijn in een alkoof van twee bij drie meter, lichtdicht, afgesloten met een gordijn waar een onuitgesproken maar niettemin dwingend Verboden Toegang vanuit ging.
Daarom maken al die bananendozen met verzamelde werken van Boutens en dergelijke me altijd een beetje treurig. Je weet dat ze ooit als kostbaarheden zijn gekoesterd in alkoven, en nu ze daar op marktplanken liggen, te grabbel, lijkt het verraad. Hun massaliteit heeft ze ontzield, hun openlijke beschikbaarheid ze onttoverd. En dan sta ik nog niet eens stil bij al die lange dagen en maanden die de auteurs aan elk van die boeken hebben besteed.
Niet LIKKEN bij het omslaan. Het stempeltje is een getuige uit een tijdperk waarin boeken een andere waarde vertegenwoordigden. Het is goed om daar af en toe bij stil te staan, en daarna toe te geven aan de aandrang om de bladen eens flink te bevochtigen, met den vinger.