Lillo Mastino (1952-2018)

De op 17 maart overleden Lillo was de jongste van de familie van visrestaurant ‘Mastino’ op het strand bij Rome. ‘Waarom openen jullie geen eethuisje?’ vroeg Fellini de familie in 1952. Zo begon aan zee het dolce vita.

Op de laatste foto staat hij met geheven pollepel boven een grote pan zeevruchten. Het gezicht van de stoute kabouter met de iets te rode appelwangen en de iets te grote drankneus is voor de foto even serieus, maar je ziet de lachbui al op het punt van doorbreken. ‘Lillo’, een liefkozende afgeleide van de naam Camillo, was de jongste van de drie Mastino-broers, die het wereldberoemde vistentje ‘Mastino’ aan het strand van Fregene bij Rome van hun ouders hadden geërfd. Toen Lillo werd geboren, in 1952, was er nog helemaal niets op het strand van Fregene, behalve wat vissershuisjes en boten. Dit is goed te zien in de eerste film van Federico Fellini, Lo sceicco bianco, ‘De witte sjeik’, een parodie op de in die naoorlogse jaren razend populaire fotoroman.

Het was 1952, een 32-jarige Fellini mocht zijn eerste lowbudgetfilm draaien op het lege strand van Fregene en zag Ignazio Mastino, de visser, in de weer. ‘Zou ik uw bootje misschien een paar uur mogen lenen?’ vroeg Fellini. Dat was prima, want de vangst van de dag was al binnen. Bij terugkomst van zee met de kleine filmcrew rook het onweerstaanbaar lekker uit het keukenraam van het houten huisje van de visser. Om een lang verhaal kort te maken: Fellini, de geestige Romeinse acteur Alberto Sordi en de filmcrew hebben weken mee gegeten aan de keukentafel thuis van de hartelijke Mastino’s. Misschien heeft Fellini de kleine Lillo wel op schoot gehad. Filomena Mastino was een fantastische kokkin, geen vis of schelp uit de toen nog zeer rijke Middellandse Zee kende geheimen voor haar. Ignazio overtrof haar nog, aan het fornuis. Na een paar weken heerlijke vislunches zei Fellini tegen het vissersechtpaar: ‘Maar waarom openen jullie geen eethuisje? Er is hier niets aan het strand!’

‘Mastino’ ging open in 1961. Een eenvoudig houten barakje met wat tafeltjes buiten in het zand. Je kon na de lunch zo doorwankelen naar je ligstoel. Het werd dé dolce vita-hangout aan het strand van Rome, uiteraard dankzij Fellini, die inmiddels al twee Oscars binnen had (1957 La strada en 1958 Le notti di Cabiria), maar die vooral in 1960 La dolce vita had gemaakt. De beklemmende eindscène van La dolce vita met het vreemde zeemonster dat aanspoelt en Marcello Mastroianni in een wit pak die door de knieën zinkt op het zand is alweer aan het strand van Fregene gefilmd. Dat was de laatste keer dat het leeg was in Fregene.

In het kielzog van Fellini, die inmiddels van zijn successen een prachtige villa in de ‘Pineta’ (het Pijnboombos) in Fregene had gekocht, kwam heel ‘Hollywood aan de Tiber’, zoals Rome in die jaren heette, naar Mastino. In de vroege jaren zestig was het dringen voor een tafeltje, waarbij uiteraard de grote namen voorrang kregen. Je kon er zomaar naast Orson Welles, Frank Sinatra, Alain Delon, Luchino Visconti, Pier Paolo Pasolini, Marlon Brando, Sergio Leone of Alberto Moravia komen te zitten. Mastroianni, die in navolging van zijn vriend en ontdekker Fellini ook een villaatje had gekocht, kwam op de fiets aanpeddelen voor de lunch. Ettore Scola, die bescheiden een van de houten huisjes van het vissersdorp had gekocht (hij was per slot communist) kwam direct aanlopen over het strand. De mooiste meisjes en actrices zaten bij Mastino, in de hoop ontdekt te worden.

De mooiste meisjes en actrices zaten bij Mastino, in de hoop ontdekt te worden

Het eenvoudige strandtentje barstte uit zijn voegen, de Mastino’s stonden van ’s ochtends vroeg tot diep in de nacht aan het fornuis in de altijd te klein gebleven keuken. De hele familie hielp mee. Het beroemdste dat werd bedacht door Ignazio Mastino was de ‘bruschetta con telline’, een snee grof brood geroosterd op het haardvuur met een dikke laag gepelde tellines erop, een soort kleine vongole, heel even gebakken in olijfolie met knoflook en rode peper en afgetopt met peterselie. De bruschetta con telline is het huismerk van de Mastino’s, inmiddels nagedaan door alle strandtentjes waarmee de noordkust van Rome is dichtgebouwd.

De noordkust, die van Fregene doorloopt in het plaatsje Maccarese, is altijd de chique kust gebleven. De zuidkust van Rome, de kant van Ostia op, is van het plebs, inmiddels voor een belangrijk deel in handen van de maffia. Om eerlijk te zijn zie je het verschil niet zo enorm meer. Want de jaren van het dolce vita en het gevecht om het beste tafeltje bij Mastino zijn al lang voorbij. Fregene is onherkenbaar uit zijn voegen gebarsten en van mooie villa’s in het Pijnboombos is geen sprake meer. Alles is platgewalst voor méér, met minder smaak.

Lunchen bij Mastino, met het beroemde bulldog-merk (‘mastino’ betekent bulldog) is nog steeds een statement. Het eenvoudige houten strandbarakje is inmiddels een geheel in beton gegoten uitspanning met airco geworden, maar goed. De door vader Ignazio bedachte toprecepten met vis en zeevruchten zijn er nog steeds te krijgen, zoals de ‘in aceto balsamico gekarameliseerde inktvisjes’, de vederlichte fritto di mare, of de gnocchi met garnaaltjes en courgette.

De oudste broer, Maurizio Mastino, is nog de ene die over is van de jaren van het dolce vita. Hij heeft bij alle grootheden aan tafel gezeten. In tegenstelling tot de stoute tuinkabouter Lillo, die iets te veel van het goede leven heeft genoten, is Maurizio een gedisciplineerde zeeman met getrimde baard die van zijn vader heeft geleerd dat de trein van het geluk maar één keer langskomt. Het zijn moeilijke tijden, aan de bijna leeggeviste Middellandse Zee. Foto’s van Fellini, Mastroianni en Orson Welles aan de muur zijn niet genoeg om dagelijks een volle tent te draaien. De beste blijven is keihard werken.