Lina Ben Mhenni, 22 mei 1983 – 27 januari 2020

De Tunesische blogger die tijdens de Jasmijnrevolutie de ogen van de wereld vormde, Lina Ben Mhenni, bleef tot het allerlaatste moment strijden voor een rechtvaardiger wereld.

‘Sociale media zijn de revolutie niet begonnen. Ze waren slechts een middel.’ Het was Facebook noch Twitter en zeker niet een blog zoals dat van haarzelf dat de Jasmijnrevolutie in Tunesië ontketende, zoals dat in andere landen gebeurde. Nee, het was veel simpeler, aldus de Tunesische blogger Lina Ben Mhenni in oktober 2011 in The New York Times. ‘Misschien is in Egypte de oproep op sociale media begonnen, maar hier begon alles ter plaatse. Mohamed Bouazizi stak zijn lichaam in brand en iedereen begon te demonstreren.’

Bouazik was een arme straatverkoper in Sidi Bouzid die de voortdurende pesterijen door de politie helemaal zat was toen een agent zijn fruit en weegschaal hardhandig afpakte. Na zijn dood verspreidden de protesten – van een volk dat genoeg had van de ijzeren greep van een autocraat, van de corruptie en van de verdere ineenstorting van de economie – zich zó snel naar andere steden dat een maand later president Zine El Abidine Ben Ali opstapte.

Het was niet alleen een moment van hoop voor Tunesië zelf, maar ook voor andere landen in de Arabische wereld. Niet veel later kwam de bevolking in opstand in landen als Libië, Syrië, Egypte en Jemen. Wat deze revoluties met elkaar gemeen hadden, was dat een belangrijk deel van de verslaggeving verliep via gewone burgers en activisten die daarvoor de sociale media en eigen blogs gebruikten. Zonder tussenkomst of bemoeienis van overheidswege werden foto’s, filmpjes en verhalen gedeeld van het geweld waarmee de regimes de protesten de kop probeerden in te drukken. Regimes die tot die tijd de media in handen hadden.

Lina Ben Mhenni werd een van de gezichten van de revolutie en werd in 2011 genomineerd voor de Nobelprijs voor de Vrede. Omdat ze met gevaar voor eigen leven en op haar eigen wijze verslag deed van de Jasmijnrevolutie, de protesten die de val inluidde van dictator Ben Ali en daarmee een eind maakte aan zijn heerschappij die 24 jaar had geduurd.

Dat deed ze door naast Facebook en Twitter ook op haar blog A Tunisian Girl te schrijven over de protesten, in het Arabisch, Frans en later Engels, en er beelden te plaatsen van slachtoffers van het geweld door de autoriteiten. Zij vormde de ogen van de wereld en haar stukken vonden op verschillende continenten weerklank. Ook omdat ze het als een van de weinigen aandurfde om onder haar eigen naam te publiceren.

‘Ik nam foto’s van de lijken van jonge mensen die net waren gedood door de veiligheidstroepen, het was echt moeilijk’, zei Ben Mhenni een keer in The Financial Times. ‘In een van de huizen trilde ik, ik kon geen foto’s maken, maar het was de moeder van een van de martelaren die zei: “Je moet het doen en dit aan mensen over de hele wereld laten zien.” Ik huilde en beefde.’ Natuurlijk voelde ik angst, zei ze tegen The New York Times. ‘Maar toen ik mensen door de politie gedood zag worden, vergat ik dat, wat me de kracht gaf mijn werk te doen.’

‘Er is altijd een manier om de filters te ­om­zeilen en de veiligheidsdiensten te slim af te zijn’

Ben Mhenni, die Engels studeerde en later linguïstiek doceerde, groeide op in Tunis als kind van links-activistische ouders: haar vader was politiek gevangene en haar moeder was docent en betrokken bij de studentenvakbond. Zelf voerde ze al vóór de Jasmijnrevolutie actie, onder meer door de vrijlating te vragen van politieke gevangenen.

De Tunesische was gaan bloggen toen ze door een auto-immuunziekte in 2007 een donornier nodig had; die kreeg ze van haar moeder. Al snel sprak ze zich in haar blogs fel uit tegen de beroerde arbeidsvoorwaarden en de censuur in Tunesië en voor vrouwenrechten. Regelmatig werd haar website uit de lucht gehaald door de overheid, maar ze liet zich er niet door ontmoedigen. ‘Er is altijd een manier om de filters te om-zeilen en de veiligheidsdiensten te slim af te zijn. Daarom werkt het internet emanciperend. Het geeft vrouwen wapens die ze eerst niet hadden. Een vrouw in Saoedi-Arabië heeft amper bewegingsvrijheid, maar op het internet kan ze zeggen wat ze wil.’

Ben Mhenni had regelmatig te maken met intimidatie. Het regime deed alles om haar bang te maken en tegen te werken. ‘Soms werd ik midden in de nacht gebeld, andere keren stonden ze opeens voor het bureau in mijn lokaal of probeerden ze me op klaarlichte dag op straat te arresteren.

Haar studenten werden aangemoedigd een petitie te ondertekenen waarin haar ontslag werd geëist omdat ze te jong zou zijn. ‘Maar uiteindelijk hebben ze me nooit de cel in gekregen.’

Ook na de revolutie ging ze door en had ze veel kritiek op de nieuwe machthebbers. Het kwam haar op heftige doodsbedreigingen te staan en ze kreeg politiebescherming. Tegen De Groene Amsterdammer zei ze in 2014: ‘Geloof me, ze zouden me liever dood hebben. Graag zelfs. Ze beschermen me alleen omdat het moet. Een Nobelprijs-genomineerde kan moeilijk zomaar spoorloos verdwijnen.’

Ondanks de auto-imuunziekte die haar uiteindelijk fataal zou worden, bleef ze tot op het allerlaatste moment strijden voor een rechtvaardiger wereld. De nacht voordat ze op 36-jarige leeftijd stierf, had ze stevige kritiek op de politieke leiders van haar land: ze konden de verwachtingen van de mensen die zijn omgekomen tijdens de revolutie niet waarmaken.