Lingua artis

Het viel me op dat volwassenen in Artis niet naar de dieren kijken, maar naar hun kinderen die oog hebben voor andere dingen dan hun ouders zouden willen. In de kinderboerderij wordt hun aandacht meer getrokken door de keutels op de grond dan door de geiten die aan de kinderwagens en jassen knabbelen, of - zoals in het geval van mijn eigen kind - door het bruinige water waaronder herfstbladeren kronkelen. Mijn kind wees en probeerde over het hek te klimmen: het kon niet anders of hij dacht dat zijn bad gevuld was.

Dat oog voor details en die gave tot associatie - moeder van de metafoor - kan ik wel waarderen. In het gouden licht van deze laatste zonnige dagen kreeg Artis iets statigs, iets Victoriaans. Artis is natuurlijk een groot park waar planten en bloemen plaats hebben gemaakt voor dieren en ik moet steeds denken aan de Zoo in België (die ik overigens nooit heb gezien) waarin in de vorige eeuw een neger uit Congo tentoongesteld werd aan de nieuwsgierige westerlingen. Hij werd Sjefke van de Zoo genoemd. Onder een gewelf van herfstig licht vierde het seizoen zijn feest vol dorrende en afvallende bladeren, het bedwelmend rood van de wingerd, de koude wind en rode neuzen en wangen.
Herfst is het circus onder de getijden. En het was ook in de herfst dat in Marokko het circus naar de stad kwam. Maar het waren natuurlijk andere kleuren, snoepkleuren die de kinderen trokken. En waar ouders snotterend rondliepen, waren de kindermonden besmeurd met lollykleuren die hun lippen iets grotesks gaven. Sommige van die lollys zijn groter dan het kindergezichtje. Anderen liepen rond met roze rag in hun haren van de suikerspin. Een baby krijste ontroostbaar nadat een geit zijn handen had geproefd, terwijl zijn oudere zusje voorzichtig, lichtelijk voorovergebogen, met die blik in de ogen die het midden houdt tussen angst en durf, met de vingertoppen de kroep van een geitje streelde dat ruw met de kop duwde tegen de uier van moeder geit. En op het moment dat het een tepel had gevonden, liep de geit weg, want er kwam een andere kinderwagen aan en het kind hield een stuk brood in de hand.
Dat was de kinderboerderij en het is avontuurlijk, behalve dan voor de kinderen. En de vertedering waarmee ouders naar geit en kind kijken bevestigt nogmaals dat we kinderen meer zien als dieren dan als mensjes. En we nemen onze kinderen mee naar Artis, niet, denk ik, omdat zij ervan genieten, maar om de interactie tussen tweevoetigen en vierpotigen te zien.
En terugkomend op het associatief vermogen van kinderen: de tweejarige zoon van een vriend werd gisteren meegenomen naar een Islamitische slagerij. Toen daar een Turk binnenliep, riep het kind wijzend en blij uit: ‘Hapit! Hapit!’