Links en rechts bestaan weer

Paradiso, woensdagavond 6 mei. Ja, de PvdA-kopstukken zijn blij met hun overwinning. En waar ze ook zo blij mee zijn, zo vertellen ze aan iedereen die het horen wil, is dat PvdA en CDA samen géén meerderheid hebben. Want dan zou de PvdA zowel met Paars als met het CDA kunnen regeren, ‘en daar zouden we maar arrogant van worden’. Het is moeilijk te geloven: een partij die blij is dat ze in de formatie eigenlijk maar één kant op kan. Het trauma van 1977 ijlt, ruim twintig jaar na dato, nog altijd na. Toen won de PvdA ook de verkiezingen, maar kwam ze in de formatie buiten spel te staan doordat ze te hoge eisen stelde. Maar de verkiezingsuitslag van 1998 is niet te vergelijken met die van 1977. Toen hadden CDA en VVD samen een meerderheid, waardoor de PvdA met gemak aan de kant gezet kon worden - en nu niet. Niet alleen soldaten, ook politici bereiden zich blijkbaar altijd voor op de vorige oorlog.

Het was VVD-leider Frits Bolkestein die op verkiezingsavond op de nieuwe oorlog wees: de VVD wil het regeerakkoord ‘dichttimmeren’ uit angst voor de progressieve bijna-meerderheid in de Tweede Kamer (75 zetels voor PvdA, D66, GroenLinks en SP). En juist vanwege die nieuwe oorlog was het erg handig geweest als de PvdA wel degelijk een PvdA/CDA-meerderheid achter de hand had gehad. Het beloven keiharde formatie-onderhandelingen te worden.
Misschien vindt de PvdA het werkelijk wel prettig om niet te veel macht te hebben in de formatie. Had ze die macht wel, dan zou ze immers verplicht zijn om de vele verkiezingsbeloften integraal na te komen. En daarmee zou ze weer de linkse partij worden die de top van de PvdA al lang niet meer wil zijn. Ze zou ook in de knoop komen met de financiële randvoorwaarden die ze zelf omarmt - denk aan de Emu-eis om het financieringstekort terug te brengen naar nul.
Overigens past wel een kleine relativering van de 'historische’ zege die links op 6 mei behaalde. Inderdaad, nog nooit hadden D66, PvdA en alles wat daar links van zit zo veel zetels in het parlement. Maar het programma van de PvdA in de jaren zeventig was linkser dan dat van GroenLinks nu. Of de progressieve bijna-meerderheid in de Tweede Kamer veel klaar zal spelen hangt, naast de ruimte die het regeerakkoord straks biedt, sterk af van de chemie tussen Kok en Rosenmöller. Het televisiedebat na de verkiezingsdag beloofde wat dat betreft niet veel goeds. In plaats van de linkse oppositie te beschouwen als behulpzame steun bij het verwezenlijken van wat de PvdA wil, ziet Kok zijn collegae ter linkerzijde als bedreiging. Ook Rosenmöller sloeg niet bepaald de toon aan van een potentiële bondgenoot, hij volhardde in zijn rol van blaffende oppositieleider.
Dat 'links’ en 'rechts’ nog springlevend zijn, ondervond woensdag het CDA. Die partij trok zich de afgelopen tijd van die linksrechtsschaal niets aan en profileerde zich, met het straffen van minderjarige boefjes, rechts van de VVD, terwijl ze zich op sociaal-economisch terrein juist weer links van de PvdA posteerde. Heel vernieuwend misschien, maar in zo'n profiel herkent vrijwel geen kiezer zich. De kiezer is nog altijd vrij consequent: of links, of rechts, of in het midden, maar niet een beetje extreem-links en een beetje extreem-rechts. Zolang het CDA zich niet duidelijk profileert, is er weinig hoop voor de christen-democraten. Dat heeft niet te maken met een boodschap die verkeerd overkomt, dat heeft te maken met een verkeerde boodschap. Het CDA heeft bovendien het probleem dat de actieve achterban christelijk-sociaal is, terwijl de electorale winst in de eerste plaats rechts te halen valt. De strijd tussen rechts en links in het CDA is na de uitslag weer volop losgebarsten. Het gewezen kamerlid Mateman opende de frontale aanval op de 'linkse’ voorzitter en vice-voorzitter, Helgers en Lodders. De linkervleugel op haar beurt zou graag zien dat De Hoop Scheffer zich als partijleider liet vervangen door een sociaal-christelijk fractielid.
Het waren leuke verkiezingen, afgelopen woensdag. Niet alleen zijn de Centrumdemocraten weggestemd, er kwam ook een helderder parlement met een duidelijke linkse en rechtse poot. Zonder ouderenpartijen, die vier jaar geleden weliswaar een functie hadden, maar zich ontpopten als ongeleide projectielen. Alleen jammer dat na de formatie die helderheid waarschijnlijk weer volledig verdwijnt in het grote compromis van de dichtgetimmerde samenwerking.