Menno Hurenkamp

Links exorcisme

Tot hun verwarring zien libe ra le politici dagelijks vreemde types rondscharrelen op hun erf. Veel progressieve politici hebben de vraag «Wat zou moeten zijn?» vervangen door «Wat werkt?» Zo is het druk geworden in de traditioneel aan liberalen voorbehouden politiek van een niet al te pretentieuze overheid. Het eerste rechtse antwoord op het afschudden van de ideologische linkse veren was een blij «Zie je wel?» en de nieuwkomers werd een welkom onthaal geboden. Dit pact lijkt ondertussen enige lieden uit het liberale kamp te drijven.

Zou onder de verdrevenen sprake zijn van een heroriëntatie op de laatste dilemma’s van deze maatschappij of zijn we getuige van vaan delvlucht in het aangezicht van de naar rechts oprukkende roden? In The Edge of Now: New Questions for Democracy in the Network Age probeert David Howell, conservatief lid van het Britse Lagerhuis, een nieuwe richting te vinden nu Tony Blair hem te na is gekomen. Howell was een van de mannen in de regeringen van Margaret Thatcher en dominant wegbereider van de privatiseringsgolf die vanaf eind jaren zeventig door Groot-Brittannië trok.

Het echte privatiseren moet nog beginnen, zegt Howell. Het is de oplossing voor de moeizaam functionerende politieke democratie. Privatisering zette eerst de globalisering in gang. De overdracht van staatsbedrijven in particuliere handen heeft het leeuwendeel van het mondiale kapitaal in aandeelhoudershanden gerealiseerd. Nu gaan pensioenen en sociale zekerheid ook privaat, en landen als India en China staan te trappelen om hun staatsbedrijven in de markt te zetten. Goed, zegt Howell, maar niet om voor de hand liggende reden van efficiency. Nee — privatisering drukt de «world mood» uit. Door internet is het onderscheid tussen een publiek en een privé-domein obsoleet geworden — alleen de markt is moreel relevant voor burgers. Naarmate je de Weltgeist meer haar gang laat gaan, wordt dat domein groter en kunnen mensen zich beter ontplooien. In Nederland ontpopt Annemarie Jorritsma — «Binnenkort beleven we de geprivatiseerde mens» — zich als een goede representant van deze stroming. Met Rusland, rammelende treinen en tekortschietende elektriciteitsvoorzieningen in het achterhoofd lijkt de optimalisering van de privatisering eerder een vlucht route dan een serieuze politieke analyse.

De andere club die zich in het liberale kamp niet meer thuis voelt, kiest voor een lang niet gehoord conservatisme. Waar het de nieuwe conservatieven — een amalgaam van rechtsgeleerden en christenen — om gaat is orde en fatsoen, gerealiseerd via familie en staat, en het liefst ook via de kerk. Eigen verantwoordelijkheid van mensen betekent charitas ter vervanging van de sociale zekerheid; scholen dienen kinderen weer te leren wat goed en fout is.

De door Wim Kok c.s. uit hun liberale thuisbasis gedreven marktvrouwen en vroegoude mannen introduceren opgewekt ouderwetse ideeën. Dat is een voorrecht van rechts. Maar teruggebracht tot de kern hoor je alleen pleidooien voor het herleven van hiërarchieën met verlopen houdbaarheidsdatum, waar gezinshoofden of aandeelhouders het voor het zeggen hebben. Als één cliché in dat rijtje past, is het dat Nederlanders daar de pest aan hebben.