Links heeft ideeën nodig

Het is verleidelijk om nostalgisch te zijn naar de tijd dat een Amerikaanse presidentskandidaat een aanstekelijke boodschap verkondigde over hoop en verandering, of naar de tijd – iets langer geleden – dat een charismatische vernieuwer beloofde de Britse sociaaldemocratie te moderniseren, of naar de tijd – iets dichter bij huis – dat we werden geregeerd door een oud-vakbondsman die zijn ideologische veren had afgeschud. Tijden van mannen met een pragmatische kijk op de politiek en vertrouwen in de toekomst.

Die tijden zijn lang vervlogen. In Amerika is een zwatelende demagoog aan de macht, Groot-Brittannië zwelgt in een conservatief isolationisme, in Nederland zijn we geobsedeerd door een rechts-populistische dandy en ondertussen worstelt politiek links met de vraag: Hoe nu verder? Even leek het of de Derde Weg van Blair, Clinton en Kok definitief had afgedaan. ‘Neoliberalisme’ werd een vies woord en iedere progressieve intellectueel was het erover eens dat links ‘een nieuw verhaal’ nodig had. Opmerkelijk genoeg werd dat nieuwe verhaal vooral verkondigd door oude socialisten: Jeremy Corbyn die als outsider het leiderschap van Labour wist te veroveren en Bernie Sanders die de strijd aanbond met het establishment van de Democratische Partij.

Voorlopig gaat het vooral over de potentiële zetelwinst van een fusie

Aan hun momentum lijkt alweer een einde gekomen. In ieder geval in het Verenigd Koninkrijk, waar Corbyn na een voor Labour desastreus verlopen verkiezing het veld moest ruimen. Meer nog dan zijn ambivalente Brexit-standpunt wantrouwden kiezers zijn overdadige beloften, zo beschrijft Sacha Hilhorst in haar reportage vanuit de Engelse Midlands. De campagne van zijn Amerikaanse geestverwant leek aanvankelijk voorspoediger te verlopen, totdat op Super Tuesday Joe Biden, de belichaming van het Democratische establishment, een spectaculaire comeback maakte. Het is illustratief voor de richtingenstrijd op links: hoogdravende idealen of pragmatistische plannen? Een nieuw of een vertrouwd verhaal?

Het teruggrijpen op de gematigde kandidaten lijkt niet zozeer ingegeven door een enthousiasme voor hun toekomstvisie, als wel door een hunkering naar minder roerige tijden. De vraag is alleen of een terugkeer naar het ‘verstandige midden’ de gemoederen tot bedaren kan brengen. Was het niet juist de centristische consensus waardoor de economische ongelijkheid kon toenemen en de ecologische crisis escaleerde? Biedt ‘redelijk links’ een overtuigend antwoord op ‘radicaal rechts’? Leven we niet in een tijd die schreeuwt om een breuk met de status quo?

Je zou hopen dat dit soort vragen centraal staat in de opnieuw opgeleefde discussie over linkse samenwerking in Nederland. Dat valt tegen. Voorlopig gaat het vooral over de potentiële zetelwinst van een fusie tussen de pvda en GroenLinks en over de strategische voor- en nadelen van een pact met de SP. Veel verder dan een gedeelde afkeer tegen de verlaging van winstbelastingen voor multinationals reikt de inhoudelijk boodschap van het linkse blok nog niet. Misschien kunnen de progressieve fractieleiders voor ideologische inspiratie te rade gaan bij iemand als Thomas Piketty, die in zijn nieuwe boek pleit voor stevige belastingmaatregelen om ongelijkheid te bestrijden en vergroening aan te jagen. Of bij Ann Pettifor, die elders in dit nummer uitlegt hoe we de macht op de financiële sector kunnen heroveren en waarom een Green New Deal de beste manier is om een opstand van de gele hesjes te voorkomen. Want zonder nieuwe ideeën zal de linkse lente niet snel aanbreken.