Economie

Links kiest fout

Een snelle top-drie urgente economische problemen. Op één: de begroting loopt uit de rails. De crisis en de vergrijzing slaan de bodem uit de schatkist. Snel en doortastend ingrijpen is nodig, anders eindigen we nog als Griekenland en een failliet land kan niets doen aan andere economische problemen.
Zoals aan probleem nummer twee: er zit flink de sleet op ons onderwijs en op de innovatiekracht van het Nederlandse bedrijfsleven. Ook hier geldt: het is nog niet te laat, maar dan moet de overheid de komende jaren wel daadkrachtig optreden. Op drie: het milieu, in de meest ruime zin van het woord. Voor een paar centen extra nu, zadelen we onszelf en onze kinderen op met hoge kosten straks. We hebben de afslag naar een duurzame economie nog niet gemist. Een snelle ruk aan het stuur en dan terugschakelen naar een lagere versnelling. Het kan nog.
Geen van de drie vraagstukken is uitgesproken links of rechts te noemen. Ook links wil koersen op een sluitende begroting, al mag het misschien wat langer duren dan bij rechtse partijen. En ook rechts heeft de milieuproblemen ontdekt. Al begint de rechtse sympathie voor natuur en planeet vaak bij medelijden met zwerfhondjes en verwaarloosde pony’s. Over onderwijs zijn alle partijen het deze verkiezingen eens. In navolging van D66 zeggen ze allemaal: het moet beter en mag meer kosten.
Maar als de economische problemen niet uitgesproken linkse of rechtse antwoorden nodig hebben, waarom zijn de meeste partijen dan met zulke uitgesproken linkse en rechtse programma’s gekomen? Het politieke landschap is in jaren niet zo keurig verdeeld geweest in twee kampen. Vooral de partijen aan de linkerkant van D66 - de partij die keurig als altijd de middenweg kiest - kiezen voor een uitgesproken profiel. De programma’s van PvdA, GroenLinks en SP zitten barstensvol plannen om ouderwets te nivelleren.
PvdA en SP willen een nieuw toptarief in de inkomstenbelasting van respectievelijk 60 en 65 procent. Daarmee zou Nederland het hoogste marginale belastingtarief van het hele eurogebied krijgen. De 65 procent van de SP is zelfs meer dan het Deense toptarief van ongeveer 62 procent, dat op dit moment het hoogste tarief ter wereld is. Nederland schiet omhoog naar de eerste plaats!
Het programma van GroenLinks rept niet over een hoger toptarief. Maar zo ongeveer alle andere sociaal-economische maatregelen van de partij pakken behoorlijk nivellerend uit. GroenLinks wil - net als PvdA en SP - de zorgpremies inkomensafhankelijk maken. Lagere inkomens gaan dan flink minder betalen voor de eigen ziektekostenverzekering. Ook het eigen risico wordt inkomensafhankelijk. Kinderbijslag idem dito. En de oudere rijken gaan meebetalen aan de AOW. De hypotheekrenteaftrek willen GroenLinks, PvdA en SP voor hogere inkomens fors verminderen.
De PvdA wil verder voor ‘de onderkant van de arbeidsmarkt’ lagere belastingtarieven en hogere belastingkorting. Bij de SP gaan ze nog een paar stappen verder: de uitkeringen gaan omhoog, het minimumloon doet dat ook, huren volgen maximaal de inflatie, kinderbijslag vervalt voor de hoogste inkomens, er komt een nieuwe inkomensafhankelijke belastingkorting voor lagere inkomens en de belastingsaftrek voor pensioensparen krijgt een maximum van anderhalf keer modaal.
Het is alsof alle problemen van deze tijd vragen om een enkel antwoord: er moet geld van rijk naar arm. Het jaar is 2010, maar de Nederlandse politiek is in een twintigste-eeuwse klassenstrijd vervallen.
Natuurlijk heeft iedere politicus het recht om het eens of oneens te zijn met de manier waarop de welvaart wordt verdeeld. Maar er zijn veel grotere problemen om je zorgen over te maken en je politieke inventiviteit op bot te vieren. Schaven aan die eeuwige Haagse inkomensplaatjes is nu even niet het belangrijkste.
Bovendien, er is maar een handvol landen waar de inkomensverdeling gelijkmatiger is dan Nederland. In bijvoorbeeld Noorwegen, Frankrijk en Duitsland zijn de verschillen tussen rijk en arm groter, zo blijkt uit cijfers van de OESO. Er is de afgelopen dertig jaar ook nauwelijks sprake geweest van denivellering die nu door een links kabinet in één keer zou moeten worden goedgemaakt.
Sinds het midden van de jaren negentig namen de inkomensverschillen zelfs af. Dat kwam vooral door de toegenomen werkgelegenheid. Niet door inkomensbeleid van de overheid. Links vecht de verkeerde strijd.