MENNO HURENKAMP

Linkse media

De Nederlandse pers is niet links, was de conclusie van een recent onderzoek door André Krouwel, politicoloog aan de Vrije Universiteit. Kranten laten op hun voorpagina meer rechtse dan linkse politici aan het woord. Uiterst rechtse politici als Wilders en Verdonk zeggen graag en vaak dat ze zwartgemaakt worden door bevooroordeelde journalisten. Want hoe meer je mensen in Den Haag, in Hilversum of in Brussel aanwijst die jou proberen buiten te sluiten, hoe groter de kans dat de vele kiezers die zich ook buitengesloten voelen zich met jou als politicus identificeren. Alleen, het is dus kul.
Om het gelijk van Krouwel nog eens te onderstrepen rukte direct na het verschijnen van het onderzoek PVV-Kamerlid Hero Brinkman uit, met de mededeling dat de onderzoeker Krouwel zelf ook niet te vertrouwen is, want PVDA-lid. Met excuus aan de voetbalhaters, maar het is de Jan Wouters van de Wilders-fractie, die Brinkman – weinig doelpunten, maar zijn tegenstander loopt zeker blessures op. Wat nou bal, ik kom hier voor de enkels!
Al eeuwen stemmen journalisten linkser dan gemiddeld. De hoofdredactionelen van De Telegraaf zijn voor rechtse commentaren tamelijk vooruitstrevend. Maar juist hun linksigheid maakt journalisten bevreesd de jongste revolutie te missen. Krouwel vergeet dat de media uiteindelijk niet zozeer links of rechts zijn, maar vooral dociel. Journalisten pennen op wat nieuw klinkt, wat lekker klinkt, wat goed verkoopt, wat hen in de gratie houdt bij de macht of bij degenen die binnenkort aan de macht zijn.
Schrijvers en politici zetten de toon – Paul Scheffer, Frits Bolkestein en de integratie, Wilders en Fitna, Ad Verbrugge en het onderwijs, Jeroen Dijsselbloem en de seks op tv. De pers volgt. Journalisten spelen een rol in de omvang die discussies krijgen – is er één talkshow in Nederland die niet die éne niet-handenschuddende imam al vier keer in de uitzending heeft gehad? – maar het aanreiken van de thema’s ligt buiten het bereik van de redacties. Daarvoor hebben ze het te druk met dagelijkse dingen, zoals koeien in de sloot of het opbellen van die éne imam die geen handen wil schudden (telkens in gesprek).
Dat is niet per se verkeerd. Er moet brood op de plank. Maar het kan goed fout gaan. Neem de Amerikaanse journalistiek aan de vooravond van de Irak-oorlog. Er viel anderhalf jaar lang geen onvertogen woord over het pakket leugens dat de regering-Bush over de wereld uitkieperde. Iedereen was bang voor onpatriottisch te worden uitgemaakt.
Op Calimero-schaal zie je hier hetzelfde fenomeen. Linkse journalisten laten graag rechtse mensen aan het woord. Uit angst voor politiek correct weggezet te worden overstelpt iedereen Wilders met aandacht voor zijn anti-islam-zotheden. Hij blijkt de voorpagina van de linkse Volkskrant niet af te timmeren. Plannen waar zelfs de Vlaamse extreem-rechtse nationalist Filip Dewinter niets in ziet – zoals het verbieden van de Koran – worden in Nederland serieus knikkend aangehoord. Volkskrant-hoofdredacteur Pieter Broertjes zegt de uitspraken van Wilders ‘interessant’ te vinden. Dat deze krant de afgelopen week een magazine wijdde aan ‘uitsluitend positieve geluiden’ over de multiculturele samenleving onderstreept nog eens dat het hoogst eigenaardig is om op een normale manier over moslims of mensen die daarop lijken te praten. Omdat niemand het doet, is het nieuws.
De Amerikaanse president Richard Nixon, die vond de pers ook veel te links. En van de manier waarop deze aartsleugenaar in 1972 gefileerd werd (‘Watergate’) is de journalistiek nu nog aan het bijkomen.