Linkse meet

In de dubbeldikke papieren Groene van deze week vraagt Kim Putters, directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau, zich af of ‘we vormen van samenwerking en gemeenschap kunnen bedenken die een verbinding leggen met zingeving, met religie, met een hogere waarde’.

Die behoefte aan een gemeenschap die samenkomt rondom een hogere waarde, zoals Putters het uitdrukt, heeft GroenLinks goed aangevoeld. Op hun laatste meet-up in deze verkiezingscampagne kwamen donderdagavond maar liefst vijfduizend mensen af, allemaal individuen die ergens bij willen horen en zich aangesproken voelen door waarden van GroenLinks, zoals voor elkaar zorgen, duurzaamheid en er-is-meer-dan-economie.

Bij de concurrent op links, de PvdA, kijken ze er met enige jaloezie naar. Tekenend voor het verschil in het benaderen van de kiezer is de twee pagina’s grote advertentie in de krant van vrijdagochtend met een tekst van PvdA-lijsttrekker Lodewijk Asscher. GroenLinks brengt mensen samen, de PvdA spreekt mensen vanaf papier toe.

De stemming bij de twee fracties is deze dagen inmiddels totaal verschillend. Bij GroenLinks is die up, bij de PvdA down. Bij GroenLinks denken ze de hele wereld aan te kunnen, bij de PvdA nog niet eens zichzelf. Om bij de Amerikaanse terminologie te blijven waar GroenLinks graag gebruik van maakt, daar zitten ze in de flow, bij de PvdA kunnen ze die maar niet vinden.

Dat de sociaal-democraten na vier jaar regeren op een nederlaag lijken af te stevenen, wordt bij de PvdA al met enige moedeloosheid geaccepteerd. Maar eerlijk vinden ze het niet. In zijn advertentie legt lijsttrekker Asscher uit hoe slecht Nederland er in 2012 financieel voor stond en wat de PvdA als regeringspartij heeft gedaan om de scherpe kantjes af te halen van een saneringsbeleid dat hardvochtiger zou zijn geweest als het alleen aan coalitiepartner VVD had gelegen. Dankzij de PvdA zijn er volgens Asscher meer vaste contracten gekomen, is er minder armoede, en wel een minimumloon voor jongeren als ook een AOW voor ouderen dat meestijgt met de lonen.

Maar de kiezers lijken het niet te willen horen. Ze vinden dat toenmalig PvdA-lijsttrekker Diederik Samsom van alles heeft beloofd. Ze zijn echter vergeten dat uitgerekend Samsom dat in de verkiezingscampagne van 2012 niet deed en met zijn ‘eerlijke verhaal’ de kiezer juist voorhield dat er zware jaren aan zaten te komen. Toen waren ze daar juist van gecharmeerd.

Samsom? Hoe zou het met hem zijn nadat hij in december de lijsttrekkersstrijd van Asscher heeft verloren? Bij de PvdA groeit inmiddels het besef dat die interne strijd achteraf toch niet zo verstandig is geweest. Er zijn leden die erkennen het dynamische van Samsom, zijn vechtlust tijdens debatten, te missen, en zich realiseren dat hij het tegenover de jonge en energieke Jesse Klaver van GroenLinks waarschijnlijk beter had gedaan dan Asscher.

Die PvdA-leden beginnen in te zien dat de dolk die Asscher, vier jaar lang vice-premier en net zo verantwoordelijk voor het beleid als Samsom, direct aan het begin van de interne lijsttrekkersstrijd zijn partijgenoot in de rug stak ook kiezers wegjaagt. De advertentie waarin Asscher nu ineens krediet voor dat regeringsbeleid vraagt, is dan ook op z'n zachtst gezegd niet netjes tegenover Samsom.

Met enige galgenhumor wordt al gepreludeerd op een volgend intern onderzoek binnen de PvdA naar de oorzaken van een verkiezingsnederlaag. De titels Schuivende panelen, De kaasstolp aan diggelen, De scherven opgeraapt zijn in het verleden al vergeven. Binnen die Haagse kaasstolp zoemt ook al de vraag rond of Asscher zich terug zal trekken als de PvdA onder zijn aanvoering een historisch laag zetelaantal krijgt in de Tweede Kamer. Uiteraard wordt dit desgevraagd ontkend. Er is ook wel iets voor te zeggen dat Asscher dan zo fair moet zijn en gewoon voorzitter moet worden van een kleine fractie en zijn ambities moet bijstellen. Maar als hij opstapt met het argument dat hij de partij niet omhoog heeft kunnen stuwen, zal dat worden uitgelegd als de verantwoordelijkheid nemen voor de nederlaag. Een niet ongebruikelijk gebaar in de politiek.

Maar waarom lukt het GroenLinks dan wél om grote groepen mensen op de been te brengen? Met als disclaimer dat komende woensdag wel nog moet blijken of die meet-ups een voorbode waren van een goede verkiezingsuitslag. Behalve dat GroenLinks niet verantwoordelijk is voor het regeringsbeleid van de afgelopen jaren speelt het kunnen aanboren van de behoefte aan gemeenschapszin een belangrijke rol. Dat doet GroenLinks ook op een moderne manier. Niet met ouderwetse nieuwsbrieven, maar via de sociale media. Ook niet-leden kunnen zich daarop melden, worden erbij betrokken, wordt gevraagd of ze samen met andere belangstellenden naar een meet-up willen reizen, of ze iets willen doen voor de partij. Het blijkt te voldoen aan een behoefte. Zeker bij jonge mensen. En als een beweging eenmaal echt gaat bewegen, dan willen mensen er bij horen.

Maar welke jongere wil er nu bij de PvdA horen, schreef ik onlangs in een essay in het boek Haalt de PvdA 2025? Een partij met saaie partijcongressen, waar vooral oudere mensen met een hang naar vroeger op af komen, die worden voorgezeten door iemand die steevast roept dat je het kort moet houden, waar nooit echt gediscussieerd wordt, en tot overmaat van ramp ook nog eens de Internationale wordt gezongen. Alsof al die goed geklede en gevoede mensen de verworpenen der aarde zijn. Als je nu jong bent, moet je wel heel veel tijd hebben of anderszins ongelukkig zijn om daar zin in te hebben.

Dat lijkt alleen over vorm te gaan, maar vorm en inhoud maken pas een mooie melodie als ze op elkaar zijn afgestemd. GroenLinks lijkt dat beter aan te voelen. Met bewust dat woordje ‘lijkt’, want zelfs als de partij komende woensdag aan de meet de PvdA op links verslaat, zal moeten blijken of het ook daarna de beweging die ze op gang heeft gebracht aan de gang weet te houden. Niks is zo moeilijk als succes niet naar het hoofd laten stijgen. En als het tot regeringsdeelname leidt om je kiezers duidelijk te maken dat niet elk doel gehaald kan worden, omdat er samengewerkt moet worden met andere partijen. Politieke partijen doen geen beloftes, ze streven doelen na.