Sylvain Ephimenco

Linkse paniek

Waar zou die linkse paniek vandaan komen? Die hatelijke tirades in de kranten en bladen, die columns vol venijn tegen de vermeende nieuwe orde die al over het lijk van de democratie marcheert. De noodklok wordt geluid. Weg zorgzaamheid en gelijkheidsbeginselen, pragmatisme en zachte maakbaarheid. Nederland nu als politiestaat met een monddood gemaakte pers. Met om de hoek een vernederlandste Berlusconi op de loer. De erfenis van dertig jaar opvoedkundige en socialiserende preken naar de vuilnisbelt van de geschiedenis verwezen. Een omgekeerde mei ’68 staat ons te wachten vol bruinhemden en besnorde appeltjes die nog geschild moeten worden. Is het gevaar echt zo groot en gaat de democratie werkelijk op de helling? Gek, volgens mij ben ik nog steeds links en nog steeds niet bevreesd voor het opgeblazen spookbeeld dat mijn broeders en zusters in de gebakken Nederlandse lucht hebben opgelaten.

Er komt een rechtse regering. Nou en? Is dit niet het primaat van de democratie dat machtswisseling in alle vreedzaamheid wordt gegarandeerd? En zijn die acht Kok-jaren werkelijk zo progressief geweest? Tussen 1982 en 1989 kende Nederland lubberiaanse jaren met echte rechtse regeringen. Dat wil zeggen, met daartegenover ook mooie linkse mobilisatie: monsterdemonstraties en ongekende stakingen in de publieke sector. En aan het einde van de rit? Aan het einde van de rit kronkelde links aan de voeten van Ruud. En toen, na tien jaar, de Macher jubileerde, mocht er bijna geen verkeerd woord over hem worden geschreven. Degenen die, zoals ik, op zijn corrupte rechtse aard durfden te wijzen, werden in een solidair links elan van nationaal zelfbehoud terechtgewezen. Die brieven op minister-presidentieel papier naar Koeweit, die vliegtuighangar en die bevroren tegoeden tijdens de Golfoorlog, allemaal peulenschillen.

Waarom dan zou ik na dertien jaar pseudo-links bewind bevreesd moeten zijn voor een nieuwe rechtse regering? De VVD heeft zo juist acht jaar vrijage met de PvdA achter de rug. En met het CDA wilde GroenLinks enkele maanden geleden nog dolgraag wat ministersposten verdelen. Rest nog de LPF die een rechts gevaar zou vormen voor de zinsbegoochelende éénpartijstaat. Moet ik bang worden voor het zooitje ongeregeld dat worstelt met het gedachtegoed van de vermoorde vader? Het zijn amper verweesde kinderen want ze werden van de straat geplukt en in een versnelde procedure geadopteerd. Maar vooral: wat heb ik te duchten van een fractie die net zeventien procent van de Kamer uitmaakt?

Ik geloof geen moment dat de democratie gevaar loopt. Ik ben een democraat en verheug me op deze machtswisseling. Nieuwe ballen, nieuwe kansen. Wel geloof ik in iets anders. Dat links in paniek is geraakt omdat het met de neus op de feiten wordt gedrukt. De feiten: hemeltje, het volk van beneden-Nederland is rechts, wat niemand bij links had kunnen voorzien. En wat moet links met getatoeëerde proleten die op SBS6 hebben afgestemd en die overtuigd zijn dat die grachtengordeliaanse aristocraten hun Pim hebben vermoord? Minachten natuurlijk. Met een mond vol kaviaar afgeven op het morrende plebs, zijn neus ophalen voor het gepeupel daaronder dat maar niet wil begrijpen dat er geen alternatief is voor linkse, elitaire denkbeelden behalve een enkeltje jaren vijftig aanschaffen.

Maar het volk van beneden-Nederland, hoe rechts ook, is niet helemaal gek. Die heeft geen zin meer om de linkse lofzang op de zegeningen van de multiculturele samenleving en andere papieren denkbeelden aan te horen. Zeker als dit gejodel uit de mond komt van politici als Rosenmöller, die hun woonplekje in het multi-etnische Rijnmond hebben verruild voor het rustiger blanke Driebergen. Of van Van Boxtel, die ouders oproept zwarte scholen vooral niet te mijden terwijl hij zelf zijn kroost op een blanke school heeft zitten. Dit is dus de enige reden tot paniek voor links: op een blauwe maandag erachter komen dat je je historische achterban bent kwijtgeraakt en dat je je eenzaamheid aan je eigen arrogante autisme hebt te danken.