Lisa in Afrika

Het volgende verhaal is misschien niet zo geschikt voor oud-linkse lezers.
Het betreft hier namelijk het verhaal van Lisa. Lisa was en is een prachtig meisje. Vriendinnetje van mijn dochter. Oud-Zuid, gymnasium, vader specialist, moeder huisarts, hockey, viool, razend intelligent, GroenLinks. Wilde oude talen studeren, koos tien jaar geleden voor Chinees.
We zagen haar af en toe. Ze was enthousiast over China. Peking: booming place, inspirerend, schitterende kunst, leuk uitgaansleven, al ging je als student nooit uit.
‘Waarop ga je afstuderen?’ vroeg ik.
'Iets met ontwikkelingshulp.’
Toen zag ik Lisa jaren niet meer.
Ondertussen is ze afgestudeerd, woont in China en komt af en toe naar Oud-Zuid om haar kind aan haar ouders en vriendinnen te tonen.
'China en ontwikkelingshulp nog iets geworden?’
En toen ging het mondje heen en weer en sloot pas diep in de nacht.
Voor haar studie was Lisa meegegaan met een Chinese fabriek in Afrika. De fabriek zou in Afrika een infrastructuur aanleggen. Reden: China moet iets met zijn financiële overschot, in Afrika is de productie goedkoop, er moeten dus wegen worden gebouwd. China vliegt alles in: elke arbeider, elk kropje sla, tot een kok om te koken.
Je ziet de afstudeerscriptie al voor je, zeker als je kijkt door de ogen van een geëngageerd meisje uit Oud-Zuid.
Maar wat kreeg ze een hekel aan de plaatselijke bevolking!
Hier en daar moesten wat mensen worden omgekocht door de Chinezen - en je zou kunnen zeggen: dat was de enige ontwikkelingshulp die de Chinezen brachten. Maar de lokale bevolking wilde ook verder niets.
Lisa: 'Sommigen begonnen in de buurt een kleine onderneming. Een restaurantje of zo. Maar de Chinezen gingen daar niet naartoe, en dus werd het door niemand bezocht, behalve dan door een paar Europeanen die het zielig vonden. Maar als we er dan waren, dan was er nog niets voorbereid, dan moest je uren wachten, of de helft was er niet. Ze waren wel vriendelijk, en dan mochten we voor nog minder eten dan de prijs was, dus verdienden die mensen ook niets. De lokale bevolking zat daar maar te kijken en te klagen. We zeiden wel eens: meld je aan, er is schoonmaakwerk te doen. Maar ze gingen niet.’
En toen zei Lisa: 'Ik mag van papa en mama niet zeggen dat ze lui zijn, en dat is misschien ook niet zo, maar ze weigeren domweg om zelf geld te verdienen.’
De zin werd half gefluisterd, wat natuurlijk mijn interpretatie is - misschien was het wel vermoeidheid.
Lisa volgde wat er in Nederland gebeurde via internet. Terug in Nederland schrok ze wel van Wilders, maar de Oeigoeren vindt men in China ook lui.
'Nederlanders en Chinezen lijken op elkaar, valt me steeds meer op. Nederlanders willen ook dat je je snel aanpast, dat willen Chinezen ook. Als je dat hebt gedaan en je bent alleen maar beleefd en aardig en je kunt voor jezelf zorgen, woon je in China in het beste land ter wereld.’
Ik vroeg wat ze in China het ergste vond.
'De bedelaars, of de mensen die zomaar op straat wonen. De armoede. Dat blijft toch gek omdat je in een communistisch systeem woont. Niemand helpt die mensen. Uiteindelijk zie je het ook niet meer. Je begrijpt dan ook dat ze in China naar Afrika gaan, alles zelf doen, en dan weer vertrekken. De vraag: “Wil je me helpen” zal de Chinees nooit stellen. Je ziet dat iemand hulp nodig heeft, die help je dan, en dan krijg je daarvoor op een of andere manier voor betaald.’
Ik vroeg Lisa naar de politici in China.
'Ik begrijp ze elke dag beter en beter.’