Listige slapstick

Michael Krüger
Het verkeerde huis
Uit het Duits (Das falsche Haus, 2002) vertaald door Marion Offermans
De Bezige Bij, 192 blz., € 17,-

Het begin van deze kleine roman zal iedereen in de wereld van het drukwerk bekend in de oren klinken. Een journalist, die in een vooraanstaande Zuid-Duitse krant een nog net gedoogde rubriek ‘Het politieke boek’ verzorgt, bezoekt in Hamburg een congres van bibliothecarissen waar ritueel over de verdwijning van het boek en de vervanging ervan door andere media gelamenteerd wordt. Verstrooid loopt hij door een buitenwijk op weg naar zijn hotel, als hij een onder de olie zittende voetbal die onder een auto door zijn richting uit komt door eigen onhandigheid op zijn witte overhemd krijgt. Dat is het befaamde ongeluk dat in een klein hoekje zit, waarna de kettingreactie van het toeval begint.

De moeder van de jongen vraagt hem binnen om te douchen en van kleren te wisselen. Een kleine tweehonderd pagina’s – ettelijke weken – later verlaat hij het huis, dat ergens ‘deze bungalow van extreme metamorfosen’ heet. Eerst strikt de uitgemergelde blondine hem die avond als oppas voor haar puberzoon. Die draait de rollen om en meteen raakt de gast verwikkeld in een vervelende en vooral ingewikkelde familiegeschiedenis met als middelpunt een ex-nazi in een rolstoel, de vader van de vrouw des huizes, die vlak voor het eind van de oorlog naar Argentinië wist te ontkomen.

In dat land is nu de jonge vriendin verdwenen. Laat zij nou met eenzelfde onderzoek bezig zijn als de journalist, naar de achttiende-eeuwse jezuïetenstaat in Paraguay. De dwingeland, type opgewekte, agressieve optimist, wil dat de journalist haar gaat zoeken. Prompt denkt de moeder dat hij in een tegen haar gericht moordcomplot zit. De hoofdpersoon wordt een pion in een spel dat hij niet overziet. Hij laat van nature al graag alles zijn beloop, maar hierna zal niets in zijn leven meer hetzelfde zijn, dat weet hij, hoewel hij zich nooit een ander leven heeft voorgesteld.

De uitgever Krüger (1943), dichter en schrijver van doorgaans dunne boeken waarvan er zo’n stuk of zeven zijn vertaald, weet de flipperkast van toevalstreffers listig op tilt te zetten. Op het laatst mag de journalist nog drie weken in het door iedereen verlaten huis wonen om zijn jezuïetenstudie af te maken. Voor de helft is het verhaal natuurlijk slapstick, maar het commentaar dat Krüger terloops op allerlei zaken des levens geeft, zoals in het begin de krantenwereld, is ondanks de lichte toon soms behoorlijk scherp.