Listigheid

De artistieke listigheid in Venus en Adonis van Spranger kunnen we op het spoor komen via de verfijnde kleurwisselingen in een geometrisch schilderij van Steven Aalders.

In Venus en Adonis heeft Bartholomeus Spranger, kan ik me zo voorstellen, eerst de bevallige gestalte van de mooie godin ontworpen en neergezet. Ze zit op een stuk rots (of leunt daar tegenaan) op een donkerblauw kleed. Plooien daarvan zien we tussen haar benen naar beneden hangen. Haar schaamte wordt nog net door een stuk van haar hemd bedekt. De nonchalante manier waarop die witte stof ook losjes over haar bovenbeen is gedrapeerd, maakt duidelijk dat zij niet zomaar naakt is maar verleidelijk ontkleed. Verder lijkt haar houding ook daarom zo wankel omdat ze haar ranke lichaam echt moet rekken om de figuur van Adonis vast te houden en zijn blonde hoofd met haar rechterarm naar haar gezicht toe te trekken – als voor een laatste omhelzing en kus. Dat is wat het schilderij voorstelt, met veel omhaal en, zoals dat toen heette, bijwerk. Het verhaal staat bij Ovidius: Venus is hartstochtelijk verliefd op de bloedmooie Adonis. Als hij weer eens op jacht wil gaan (wat zijn mannelijk tijdverdrijf is) voorvoelt de godin dat dat wel eens op ongelukken zal kunnen uitlopen. Ze smeekt hem niet te gaan en maakt daarbij gebruik van al haar verleidingskunsten – en van de schoonheid van haar naakte lichaam dat ze Adonis toont maar natuurlijk ook aan ons toeschouwers (toen en nu). We zien aan de hand op haar dij dat Adonis haar nog net vastheeft. Zijn gezicht, in profiel, raakt nog net het hare. De bewegingen, echter, van andere ledematen laten zien dat hij zich aan het losmaken is. Zijn linkerarm, met de speer, wijst in een richting weg van haar. Die suggestieve beweging wordt gesteund en herhaald door, parallel aan die arm, een strak wapperende flard van zijn mantel. Ook is hij bezig een stap voorwaarts te zetten waardoor je in heel zijn lichaam een actieve energie ziet groeien. Van de twee jachthonden kijkt de hoog staande ongeduldig achter zich terwijl de andere al aan zijn lijn begint te trekken.

Vroeger vond ik dit soort schilderijen in hun gekunsteldheid irritant. Wat mij nu fascineert, is de artistieke listigheid waarmee ze in elkaar zijn gezet: die verstrengeling van twee figuren, waarbij de man die afscheid neemt in het arrangement zo is opgesteld dat de vrouw zich nog net aan hem kan vasthouden. Anders zou ze omvallen. Nu hangt ze aan hem, en zo hangend (als in een pas de deux de danseres de danser vastklampt die haar overeind houdt en laat draaien en bewegen) kan Venus zich in volle glorie tonen in een pose van geilheid, klassiek tot in het repertoire van de moderne pornografie. Benen gespreid en het bovenlichaam zo gebogen dat we een borst van voren zien en de andere in fraai profiel, met in de belichting verfijnde nadruk op de roze tepels. Aan alles is gedacht. Zo kunstig is hun verstrengeling ontworpen dat het lijkt alsof ze staan te poseren voor een decor. (De schilder heeft zeker modellen gebruikt.) Het fraaie landschap met zijn luchtige doorkijkjes, zijn opulente bomen en verder dat bijwerk van nymfen en saters laat ik nu buiten beschouwing. Behalve dit: samen vormen Venus en Adonis, zo vervlochten, een figuur van grillige bewegingen, waarvan de soepele dynamiek zich in de beweeglijke compositie van het landschap voortzet. Er is in heel het schilderij van Spranger een vloeiend ritme gaande dat net zo beheerst is als, bijvoorbeeld, wisselingen van vorm en kleur in een werk als Palette van Steven Aalders, een geometrisch schilderij waarin in een patroon van zes vierkanten zes kleuren met elkaar stuivertje wisselen. Anders kan ik het niet uitdrukken: nu weer vormt een kleur een vlak, dan weer een rand, in een overzichtelijke maar ook onnavolgbare wisseling. Je denkt dat er een systeem aan ten grondslag ligt. Maar dat is niet zo. Aalders heeft een schema ontworpen, maar de precieze kleuren zijn op visueel gevoel gekozen. De schilder wil ons, denk ik, in een enkel beeld van combinaties de kleurenveelvoud laten zien van een kaleidoscoop. Hij arrangeert verbazing met alleen maar zes kleuren in vierkante figuren – dat is zijn métier. Het is die artistieke listigheid, nogmaals, waarvan ik het mechanisme in het schilderij van Spranger, de mise-en-scène van contouren en volumes, gezien heb via de verfijnde kleurwisselingen bij Aalders. Want let wel: omdat elk vierkant omgeven wordt door een rand van een andere kleur ziet elk van die vierkanten, hoewel precies even groot, er toch net iets anders uit. Lijkt mij.


PS Het schilderij van Steven Aalders bevindt zich in de collectie van het Stedelijk Museum, Amsterdam. Dat van de raadselachtige Spranger is in het Rijksmuseum. Wie weet zijn ze ooit in elkaars buurt te zien?