Literair ondernemerschap

Vanmiddag belt mijn agent, zegt: ‘Darling’, en begint me vervolgens ouderwets uit te foeteren. Waar blijven die laatste tien hoofdstukken, nog drie maanden en het is 1999, en heb je nou eindelijk die gedichten naar Proctor & Gamble gestuurd, ze zitten erop te wachten daar.

Ik zeg ‘sorry, sorry’, prop twintig sonnetten in een directory, attach het aan een e-mail en zwiep de hele boel naar het P&G-hoofdkantoor, waar een of andere zenuwzieke Ally Macbeal kennelijk op hete kolen zit. Toen ik gevraagd werd om hun jaarverslag op te leuken had ik er misschien iets langer over na moeten denken, maar de recruitment-manager had me verzekerd dat ik volledige artistieke vrijheid zou houden. En: fair is fair, ze hebben geen letter gewijzigd, de targetting hebben ze volledig aan mij overgelaten en daar ben ik best dankbaar voor, al vond ik het verdomd jammer dat er na de laatste re-shuffling van het ontwerp nog maar een kwart van de poëzie te lezen was. Maar bygones, bygones… Ik heb een uurtje over, denk erover om even een rukje aan mijn roman te geven, maar dat zul je altijd zien, dan beginnen drie telefoons tegelijk te rinkelen, de faxen verdringen zich op mijn bureau (Mooi! Apart noteren dit!!) en de e-mails stromen binnen. Fuck ISDN.
Literaire Activiteiten Ammerzoden belt. Lezing afgelast omdat mijn interviewer ziek is geworden. Slaak (onhoorbare) zucht van verlichting. Hoofdredacteur van de Allerhande belt, lieverd is zowat onverstaanbaar van emotie, nog nooit zoiets gelezen, ze wist niet dat er zo diep geschreven kon worden over rood fruit. Spreek een serie ultra-korte verhalen met haar af, voorlopig thema: inmaken. Kan op veel manieren ingevuld.
Leon de Winter belt. Alles is weer goed met J. gelukkig, en hij heeft weer een schnabbel voor me. Of ik ook een verhaal voor de Achmea-groep wil schrijven, zelfde onderwerp als hij, 'het naakte verhaal’, met als enige voorwaarde dat ik er één keer de slagzin 'De kracht van het onverwachte’ in verwerk. Tienduizend gulden. Ik vraag Leon wat hij gekregen heeft. Wil hij niet vertellen, maar ik krijg de indruk dat hij zich niet met een fooi van tienduizend pietermannen naar huis heeft laten sturen. Maakt ook niet uit, hij is beroemder dan ik. We wisselen moppen uit, ik spreek een etentje af met hem en J., en zeg dat hij mijn agent maar moet bellen voor zijn percentage.
Post wordt binnengedragen door Amalia, ze neemt de aanbiedingen voor nieuwe software met me door, we besluiten tot aanschaf van alle nieuwe correctie- en eindredactieprogramma’s, zodat we dat voortaan in eigen huis kunnen houden. Amalia maakt grapje dat er eigenlijk een programma 'literair redacteur’ zou moeten zijn, we lachen, maar als ze weg is zet ik het toch even op de lijn naar mijn agent, wie weet is het een briljant idee.
Verder niks van belang, rekeningen, briefing voor de nieuwe campagne van Bekkers snacks en afwijzing van het Fonds voor de Letteren. Aanvraag voor literaire beurs afgewezen, laatste werk niet onaardige dosering van epische en dramatische elementen maar twijfel over continuïteit, yada-yada-yada.
Bel dichteres A. voor de lunch. Zij zegt Amstel, ik haal haar over tot L'Europe. Schat zegt guitig: 'Op mijn zaak of de jouwe?’