ESSAYWEDSTRIJD LOF DER LETTEREN

Literair panacee in plaats van Prozac

Ik mag dit stuk eigenlijk niet schrijven. Ik ben namelijk student geneeskunde en juist van mij wordt verwacht dat ik mezelf beweeg binnen een beperkt speelveld van wetenschappelijk bewezen feiten. Mijn waarde ligt in het feit dat ik straks mensen kan genezen, niet dat ik buiten de lijnen van conventionele kennis kan denken. In het begin van mijn studietijd bezorgde dit me veel onrust.

Medium ldl575

Tijdschrift Vooys bestaat dertig jaar en schreef daarom een essaywedstrijd uit onder studenten. Hoe belangrijk is literatuur, op persoonlijk en/of maatschappelijk vlak? In De Groene Amsterdammer van week 28 publiceerden we Tabitha Speelmans winnende essay. Op het Groene LAB publiceren we alle inzendingen die de shortlist hebben gehaald. Over de inzending van Luuk Giesen oordeelde de jury: ‘Met een onbevangen, frisse blik wordt naar literatuur gekeken als redder in een steeds somberder maatschappij.’

Het starre en vernauwende patroon waarin ik me meende te bevinden gaf aanleiding tot veel discussie - zonder resultaat overigens. Ik vond op intellectueel gebied geen aansluiting bij medestudenten, die vooral bezig waren met het halen van hun tentamens en geen vraagtekens zetten bij de studie zelf.

Ik begon te lezen en vond mijn geluk in fictie en uiteindelijk ook non-fictie. Door de vele boeken kon mijn vrijdenkende geest eindelijk ademhalen en ik kon mijn eigen zorgen in perspectief plaatsen. De waarde van literatuur heeft me gegrepen en mijn jeugdige leeftijd staat me toe mijn ideeën hierover ongedwongen te uiten. Ik blijf me ervan bewust dat ik nog een lange weg heb te gaan, maar durf het aan om steun te bieden uit een onverwachte hoek. Mijn medische achtergrond ben ik wat dat betreft gaan koesteren, nu ik iets ruimer denk dankzij boeken.

Vanuit het oogpunt van public health worden we misschien ouder dan ooit - maar we klagen ook meer dan ooit en doen er alles aan om ons 'goed te voelen’. Afwezigheid van ziekte staat voor veel mensen niet meer gelijk aan gezondheid en elk minuscuul persoonlijk probleem wordt duizend keer uitvergroot. De mentale volksstatus staat op knappen en de vraag naar geestelijke gezondheidszorg is stijgt exponentieel. Maar er gloort hoop. Mijn eigen ervaring leerde me hoe literatuur je denken positief kan vormen en een basis kan leggen voor een stabiele mentale constitutie. Op een manier die veel duurzamer is dan een antidepressivum of een paar gesprekken met de psycholoog.

Ik gebruikte mijn onvrede als brandstof voor een door boeken gedreven zelfontwikkeling. Mijn literaire Odyssee begon met het lezen van fictie. In een tijd waarin meer romans dan ooit worden gepubliceerd, was de eerste wijze les die ik leerde, dat elk boek zijn eigen waarde had. Sommige romans hielpen me op het taalkundige vlak vooruit en andere waren gevuld met waardeloze inhoud, maar gaven me een belangrijk moment van meditatieve rust. En sommige waren van groot belang vanwege een inspirerende protagonist.

Literatuur kan je denken positief vormen en een basis leggen voor een stabiele mentale constitutie

Ik twijfelde enorm aan mijn studie en was, als aankomend arts, bang mijn vrijheid te verliezen. Het karakter dat hielp om me niet te laten verlammen door deze angst, was dat van Howard Roark. In het boek 'The Fountainhead’ van Ayn Rand is Roark de man die ten allen tijden zijn eigen vrijheid als hoogste waarde heeft. Zijn filosofie (en die van de auteur) is dat je in het leven alles voor jezelf doet. Op het moment dat je motieven gedreven zijn door de waarden van anderen, verloochen je jezelf en je eigen vrijheid.

Roark, een architect, doet geen concessies en zijn gebouwen zijn een uiting van pure authenticiteit. Dit blijft niet zonder persoonlijke gevolgen, want het grote publiek begrijpt niets van zijn eigenzinnige ontwerpen. Ondanks dat Roark hierdoor soms maanden zonder werk zit, houdt hij vast aan zijn filosofie. In de loop van de roman raak je als lezer steeds meer overtuigd van de juistheid van deze filosofie, maar dat was niet het belangrijkste dat ik leerde. Ik vond het vooral waardevol om te zien hoe Roark omgaat met zijn problemen - hoe hij blijft geloven in zichzelf en hoe hij zijn eigen vrijheid altijd vooropstelt. Howard Roark maakte mij duidelijk dat, in welke situatie ik me ook bevind, individuele vrijheid een keuze is. Ook als arts kan ik buiten de lijnen van mijn vakgebied denken en persoonlijke vrijheid bewaren - zolang ik maar niet meega in de algemeen geldende moraal, waarin eigenzinnigheid vaker terecht wordt gewezen dan gestimuleerd.

Boeken katalyseren ook je persoonlijke ontwikkeling wanneer je vastloopt op een diepgaander vlak. Je zelfbeeld en eigenwaarde vormen zich door wat je leest. Belangrijke vragen zoals 'waar sta ik voor’ en 'wie ben ik’ kunnen aanleiding geven tot zelfonderzoek, vooral bij twintigers. Sommige jongeren zoeken hun heil in psychedelische drugs om de waarheid te vinden. Anderen komen in een latere levensfase in aanraking met essentiële vragen en keren zich tot spiritualiteit of reizen. Allen proberen tot inzicht te komen door wat ze meemaken.

Het besef dat literatuur een even sterke en veelzijdige rol kan spelen in het verhelderen van je persoonlijke motieven, is vaak afwezig.

Ik kwam mezelf voor de tweede keer in korte tijd tegen toen ik vastliep op dit diepgaandere vlak. Ik voelde me verloren door de wending die mijn bestaan had genomen. Hoewel mijn studie me benauwde, maakte de immense vrijheid die ik als student voor handen had ook niet gelukkig. Integendeel zelfs. Het gevoel ging gepaard met een besef van de relatieve waarde van alles dat ik eerder belangrijk vond. Mijn leven leek leeg en erg triviaal. Ik kon me niet voorstellen dat ik na mijn studietijd een baan en een gezin zou willen. Waarom zou ik eigenlijk nog iets ondernemen? Wat hield ik er aan over?

In deze melancholische stemming kwam ik in aanraking met bijzondere non-fictie - terwijl ik eerder vooral mijn kracht haalde uit fictie - toen ik besloot om 'Man’s search for meaning’ te kopen. Dit boek, dat een ooggetuigenverslag is van de Holocaust, gaat over zingeving. De auteur, Viktor Frankl, is een psychiater die belandt in een concentratiekamp. Vanuit de ervaringen die hij daar opdoet, ontwikkelt hij zijn “Logotherapie”. Deze therapie en filosofie gaat er vanuit dat het leven altijd zin houdt en dat de grootste drijfveer in het menselijk leven het zoeken (en vinden) van zingeving is.

De mentale ontwikkeling die gepaard gaat met een groeiende literatuurlijst is belangrijk en onderschat

Zijn ervaringen in het concentratiekamp geven Frankl gelijk. De terugkerende parallel die hij daar ziet, is dat degenen die geen zin meer weten te geven aan hun uitzichtloos lijden, binnen een paar dagen doodgaan. Slachtoffers die de moed niet opgeven en hun pijn opdragen aan een hoger doel, houden langer vol. Zelfs in een geval van extreem lijden is het dus belangrijk te beseffen dat elk moment zijn waarde heeft en dat je zelf bepaalt welke zin je geeft aan je ervaringen.

Ik haalde veel kracht uit deze nieuwe, positieve visie op mijn leven en leerde een belangrijke les die ik nooit meer zal vergeten - mijn onrust werd veroorzaakt door een verkeerde omgang met een vaststaande ervaring. Ik vond een nieuwe manier om naar mijn vrijheid te kijken. De leegte veranderde in een groeiend besef van de ongekende mogelijkheden die ik had. Het vertrouwen in de toekomst keerde terug en er ontstond een drang om nog veel meer non-fictie te lezen.

Ik ontwikkelde gaandeweg mijn eigen filosofie, doordat ik werd blootgesteld aan een enorme hoeveelheid ideeën. Lezen schepte een intellectuele tolerantie en ik kon steeds genuanceerder omgaan met andermans gedachtegoed. Het regelmatig overschrijden van de grenzen van mijn geest hield me bescheiden en ik werd niet meer snel gegrepen door de ideeën van één auteur - en ik waakte ervoor dat ik niet teveel in mijn eigen ideeën ging geloven. Ik besefte dat alles in het leven verandert en dus ook mijn eigen overtuigingen.

De waarde van lezen is voor veel praktische mensen ongrijpbaar, omdat het niet te objectiveren is. Het paradoxale is dat juist de subjectiviteit van de ervaring zo belangrijk is. Ieder boek heeft individueel een andere betekenis. Dankzij fictie en non-fictie heb ik persoonlijk een enorm praktische instelling gekregen. Het lezen doe ik dan ook niet puur ter vermaak (hoewel dat ook een goede reden blijft om te lezen), maar om wat ik er mee kan. En ik kan er veel mee. Ik heb beter leren schrijven door veel te lezen en ik heb kennis opgedaan over onderwerpen waar ik gezien mijn studie nooit mee in aanraking zou komen. Non-fictie helpt mij vooruit omdat ik onderscheid heb leren maken tussen bij- en hoofdzaken en beter weet waar mijn prioriteiten liggen.

Vanuit maatschappelijk gezondheidsoogpunt gezien, is de mentale ontwikkeling die gepaard gaat met een groeiende literatuurlijst belangrijk en onderschat. Het overwinnen van de intellectuele uitdaging geeft je zelfvertrouwen in de vorm van welbespraaktheid. Je kunt steeds beter uitdragen wat er in je hoofd omgaat en waar je voor staat. Daarnaast creëer je een mentale diepte.

Hoe meer je leest, hoe meer ruimte er vrijkomt in je hoofd. Je denkproces verscherpt en je krijgt meer grip op je leven. Je eigen problemen kun je in perspectief plaatsen - een boek houdt je een spiegel voor, die de realiteit soms niet kan bieden.

Het is dan ook niet voor niets, dat bibliotherapie (boeken lezen als behandeling) bekender wordt als oplossing voor psychische klachten. Ik ben als geneeskundestudent aangeleerd sceptisch tegenover niet bewezen kennis, maar wat zou ik blij zijn als zorgverzekeraars een dynamische lijst van boeken gaan vergoeden. Zodat de unieke medicinale werking van literatuur eindelijk maatschappelijk onderkend kan worden en de dokter een literair panacee mag voorschrijven.