Ger Groot

Literaire lijstjes

Als de literatuur een pikorde heeft, dan moeten gedichten en lijstjes er de twee uitersten van zijn. Hoe krachtig de opmars van de roman ook is geweest, rond het gedicht zweeft nog altijd iets van het hoogste. Lijstjes vormen daarvan het negatief. Hun literaire status is zo ongeveer nul, en toch lijken ze, op meer dan een armlente afstand gehouden, sprekend op gedichten.

Pas binnen het bereik van de dubbelfocusbril begint er een diepe kloof te gapen tussen woordkolommen als «ik/ mij/ ik/ mij// mij/ ik/ mij/ ik» en «vla/ melk/ kaas/ worst// sla/ koek/ brood/ korst». De eerste vind je in de Verzamelde gedichten van Lucebert (De Bezige Bij), de tweede hoogstens in het boodschappenkarretje van de supermarkt — of in een bundeltje van Jules Deelder.

Dertig jaar geleden is er een poging gedaan dit geminachte genre literair respectabel te maken. In Tachtig lijstjes hadden drie auteurs (Andriesse, Brillenslijper en Ter Haar) precies datgene samengebracht wat de titel dekte. Die tachtig lijstjes — eerder in afleveringen verschenen in De nieuwe linie — intrigeerden door hun raadselachtigheid. Je kon er aardig mee puzzelen, iets tussen de taalraadsels van OULIPO en een intelligentietest in («Wat hoort hierin niet thuis?») maar voor blijvende letterkundige roem bleek dat toch te weinig.

Dat is niet altijd zo geweest. De beroemdste lijst uit de Nederlandse literatuur staat in Multatuli’s Max Havelaar. Het Pak van Sjaalmans verhandelingen en essayonderwerpen is literair even hilarisch als politiek-sociaal veelzeggend. Het vat op de kortst mogelijke wijze samen wat er volgens Multatuli in de samenleving allemaal moest veranderen.

De zeventiende en achttiende eeuw waren dol op lijsten. Vooral ontdekkingsliteratuur grossierde in opsommingen van wat je als reiziger allemaal nodig had. Daniel Defoe laat zijn Robinson Crusoe meticuleus opsommen wat hij uit het wrak van zijn schip voor nuttigs mee aan land sleept. Anderhalve eeuw later zou Karl May nog keer op keer even zorgvuldig de uitrusting van de woudloper beschrijven, met bijzondere aandacht voor diens wapenarsenaal.

De indrukwekkendste lijsten uit de wereldliteratuur staan in James Agee’s verslag van zijn ontdekkingstocht door het verarmde Amerikaanse Zuiden in de jaren dertig: Laat ons nu vermaarde mannen prijzen. Mechanisch somt Agee op wat hij tegenkomt in het huis van een berooide pachtboer: «In de la van de tafel: Een duizelingwekkend lange feestelijke babyjurk van het teerste mousseline. Een effen witte babyjurk van witte katoen. Nog een, net zo effen, afgezien van roze taksteken aan de manchet.» En in het prentenboek van één van de kinderen: «Afgescheurd van een blikje, een strook papier, hardrood, met een grote vis erop en de woorden: SALOMAR Extra kwaliteit Makreel.»

Bij Agee is de lijst literair geworden, meedogenloos is zijn droge inventaris van het bijna-niets. Als journalistieke tour de force en — net als bij Multatuli — sociale aanklacht ineen wordt het verslag op zijn sterkste momenten bijna poëtisch. De opsomming ontleent haar kracht aan haar eigen dorheid en blijft zo in het geheugen gegrift. Meer hoeft er niet te worden gezegd.

December is de maand van de lijsten over, niet van de literatuur. Geen krant of weekblad zonder topdrie of toptien, waarin recensenten laten weten welke boeken hen in het afgelopen jaar het meest getroffen hebben. Ze worden vermoedelijk verwoed gelezen, niet alleen als redders in cadeaunood rond sinterklaas en kerstmis, maar ook uit nieuwsgierigheid. Tot 1996 verzamelde Mekka, het «jaarboek voor lezers», jaarlijks de toptien van de honderd bekendste recensenten. Je kon er uren in rondzwerven, als in een portretten galerij van de vaderlandse kritiek.

Wie? en niet alleen wat? — die vraag geeft dat soort lijsten smoel. Wat vindt deze of gene criticus, die wekelijks zijn oordelen velt, nu werkelijk de moeite waard? De lezer leert er niet alleen van wat hij moet lezen, maar ook welk vlees hij met zijn bespreker in de kuip heeft.

Daarom zijn recensentenlijstjes veel interessanter dan de wekelijkse opsommingen van de best verkochte titels. Ze tonen niet alleen het toeval van marketing en sociaal-economische mechanismen, maar ook een literaire overtuiging, een smaak en een persoonlijkheid. Net als bij Agee wordt de lijst de drager van een idee. Als de gemankeerde dichters die zij heten te zijn, schrijven recensenten met dit soort lijstjes eindelijk hun poëzie.