Literaire verkiezingsavond in Londen

Londen - Een verkiezingsmanifest met beloften over belastingverlagingen, nieuwbouw en parkeerbeleid? Nee, dat leek de Londense burgemeester Boris Johnson veel te saai. In plaats daarvan publiceerde hij een half jaar voor de verkiezingen het boek Johnson’s Life of London. Op 322 bladzijden portretteert Johnson Londenaren die de stad groot hebben gemaakt, van Boadicea via Samuel Johnson tot Keith Richards. Maar stiekem gaat het vooral om Johnson zelf, politicus, rokkenjager en schrijver.

Vierhonderd mensen (opvallend veel knappe, jonge vrouwen op de eerste rij) hadden zich in het auditorium van het Institute of Education verzameld om een presentatie van het ‘manifest’ bij te wonen en te laten signeren. Johnson zelf, de hoogblonde anarcho-conservatief, vertelde op geanimeerde wijze over de functie van zijn stad als katalysator van talent. De meeste van zijn essays gaan over buitenstaanders die naar Londen kwamen, waar ze door de concurrentie het beste uit zichzelf haalden en de wereld verrijkten.
Zijn grote voorbeeld is Richard Whittington, de jongeman die halverwege de veertiende eeuw vanuit Gloucestershire naar Londen liep om daar op te klimmen van leerling-handelaar tot bankier. En burgemeester. ‘Hij verdiende veel geld en daar bouwde hij scholen en ziekenhuizen van. Er bestaan nog steeds door hem gefinancierde armenhuizen. Daar kunnen bankiers iets van leren.’ Johnsons bewondering gaat evenzeer uit naar de rebel John Wilkes, die net als hijzelf begon als journalist van The Daily Telegraph. Ten tijde van de Franse Revolutie streed hij voor de burgerlijke vrijheden. ‘Dankzij hem kunnen die crusties nu rustig slapen in hun tenten voor St Paul’s’, stelde Johnson. Een andere inspiratiebron in het boek is Winston Churchill, die vaak overhoop lag met de partijleiding en lange tijd werd gezien als ‘upper-class clown’, totdat het erop aankwam.
Amusant was Johnsons relaas over zijn vluchtige ontmoeting met zijn held Keith Richards, de gitarist van de band die volgens hem de blues aan Amerika heeft teruggegeven. Hij stelde voor om een blauw gedenkplakkaat op te hangen op het station van Sidcup, een Londense buitenwijk. Op deze plek waren de pubers Jagger en Richards elkaar weer tegengekomen nadat een met wisselend succes afgelegde Cito-toets hen op elfjarige leeftijd tijdelijk had gescheiden. Het was het enige beleidsvoorstel, of iets wat daar een beetje op leek, tijdens een inspirerende verkiezingsavond.