Tien jaar later

Literatuur

Don DeLillo, Falling Man (Scribner 2007)
‘It was not a street anymore but a world’, observeert Keith als hij met glas en bloed en as en gruis in zijn haar langs Ground Zero loopt. Keith is de personificatie van het onzekere vacuüm dat de vallende torens hebben achtergelaten.

Jonathan Safran Foer, Extremely Loud & Incredibily Close (Houghton Mifflin, 2005)
Er valt veel voor te zeggen dat dit géén 9/11-roman is: de vader van de hoogbegaafde negenjarige Oskar is weliswaar omgekomen in het WTC, verder spelen de aanslagen geen enkele rol. Toch beweegt Oskar zich, op zoek naar sporen van zijn vader, door een stad waarin rouw en verdriet om iedereens lippen liggen.

Dexter Filkins, The Forever War : Dispatches from the War on Terror (Alfred A. Knopf, 2008)
Non-fictie, maar Filkins, correspondent in Irak voor The New York Times, is er niet op uit de lezer te informeren. Op buitengewoon literaire wijze beschrijft hij de angst, opwinding en de verslavende werking van geweld.

Martin Amis, The Second Plane: September 11, 2001-2007 (Jonathan Cape, 2008)
Amis wisselt proza af met essayistiek om de terroristen en politici zo dicht mogelijk te benaderen. Geweldige openingsalinea: 'It was the advent of the second plane, sharking low over the Statue of Liberty: that was the defining moment. Until then, America thought she was just witnessing nothing more than the worst aviation disaster in history; now she had a sense of the fantastic vehemence ranged against her.’

Arnon Grunberg, Tirza (Nijgh & Van Ditmar, 2007)
De mentale ineenstorting van een vader begint als hij zijn lievelingsdochter verliest aan een man die sprekend op Mohammed Atta lijkt. Nauwelijks een 11 september-boek te noemen, maar meer dan dit leken de Nederlandse letteren zich niet voor de aanslagen en hun nasleep te interesseren.