Popmuziek - Otis Gibbs & Joe Pug

Literatuur in schuurpapier

Het was een paar jaar geleden een trend, en gelukkig een kortstondige: zangers van punkrockbands die akoestische soloconcerten gingen geven.

Medium muziek

Wat ze Laura Jane Grace van Against Me!, Chuck Ragan van Hot Water Music, Brian Fallon van The Gaslight Anthem en Dave Hause van The Loved Ones met succes hadden zien doen, ging het lagere echelon van het genre ook live proberen. Dus stond er op Groezrock, het grootste punk- en hardcorefestival van Europa, opeens een akoestisch podium, waar artiest na artiest pijnlijk demonstreerde dat daar nog heel wat bij komt kijken, een uur lang een publiek vasthouden met alleen je stem en gitaar.

Die stem moet raken, die gitaar meer dan alleen maar dezelfde afgeragde akkoorden kunnen spelen. En opeens staan, bij gebrek aan compenserende energie, de teksten centraal. Ook dat was geen feest: de clichés der gebalde vuisten bleken in alle naaktheid vooral hol, de one for all, all for one-heroïek klonk vooral machteloos. Afgelopen jaar stond het podium er al niet meer.

Hoe het wél kan in je eentje als vocale rauwdouwer met een gitaar, soms summier begeleid door een compacte band, bewijzen twee van de meest getalenteerde singer-songwriters in de geest van Woodie Guthrie: Otis Gibbs en Joe Pug, die allebei binnenkort Nederland aandoen. Gibbs, die eruitziet als het verbogen vierde bandlid van ZZ Top, komt uit Indiana, Pug komt uit Maryland. Gibbs grijpt net iets nadrukkelijker uit de folk, en in nummers als Made to Break ook uit de country. Pug klinkt uitgebeender, zijn nummers drijven ook nog minder op pakkende melodietjes. Op momenten dat hij doet denken aan de akoestische Bruce Springsteen is dat de Springsteen van The Ghost of Tom Joad: de man die het liedje volledig in dienst stelt van het verhaal, die meer denkt in plots dan in refreinen. En als hij dan een refrein zingt dat wel weerhaken heeft, zoals in Veteran Fighter, is het ook meteen onverbiddelijk.

Wat ze gemeen hebben, behalve een stem die klinkt alsof er de nodige nachten vol whisky overheen zijn gegaan, is het vermogen om teksten te schrijven die ronduit literaire kwaliteiten hebben. Pug refereert zelf geregeld aan schrijvers die hem hebben beïnvloed. In het prachtig avonddonkere Not So Sure: ‘I bummed expensive cigarettes/ I wrote John Steinbeck’s books/ I undressed someone’s daughter/ And then complained about her looks.’ Knap ook, hoe hij toenemende zelftwijfel in een paar woorden neerzet: ‘“Definitely” was the word I used/ Far too much.’

Gibbs kan dat ook, teksten schrijven die niet eens muziek nodig zouden hebben. Tegelijk: ‘The only time that I felt at home was in my mother’s arms when I was three years old’ – het had zomaar een sentimentele zin kunnen worden, maar niet wanneer hij wordt gezongen in schuurpapier.


Otis Gibbs speelt 10 september in de Tolhuistuin in Amsterdam, 11 september in TivoliVredenburg in Utrecht, 12 september op het Take Root Festival in de Oosterpoort Groningen, 13 september in Iduna in Drachten en 14 september in Meneer Frits in Eindhoven. Joe Pug speelt 13 november in V11 in Rotterdam, 14 november in De Kapel in Eindhoven en 15 november in Molenerf De Ster in Utrecht (’s middags).


Beeld: Joe Pug. Foto Joe Pug