Opheffer

Literatuur is niet leuk

Niks is zo erg als iets beweren waar je zelf erg in gelooft en je wordt niet serieus genomen.

Ik, schrijver, journalist, voormalig kunstredacteur, literatuurrecensent, winnaar van de Icodo-prijs, presentator van zo'n dertig literaire televisieprogramma’s, wil dat het literatuuronderwijs wordt afgeschaft, althans heel anders wordt gegeven dan tegenwoordig.

Onlangs sprak ik met enkele jongeren (en hun docenten) op de Elsschot-dag. Ze hadden allemaal Het dwaallicht van Elsschot gelezen en vonden dat heel mooi, want «het paste precies in hun project over minderheden».

Ik vloekte en ging tekeer.

Geen van de leerlingen, geen van de docenten kende een regel van Elsschot uit zijn hoofd! Zelfs dat bekende «tussen droom en daad zitten altijd lekkere meiden in de weg» kenden ze niet.

Het enige literatuuronderwijs dat gegeven moet worden, heeft te maken met geheugentraining. Er moeten boeken komen met mooie zinnen van schrijvers — en die zinnen moeten de leerlingen gewoon uit hun hoofd leren.

Die zinnen moeten precies worden weergegeven. Er moet niet worden uitgelegd waarom dat mooie zinnen zijn — dat weet je vanzelf wel als je ouder wordt.Verder moeten de leerlingen boeken lezen en bewijzen dat ze goed hebben gelezen door een streng examen. Waarin bijvoorbeeld wordt gevraagd: «Wat was de vader van Elsschot?» Heeft niks met literatuur te maken? Heeft alles met literatuur te maken.

Literatuuronderwijs moet niet leuk zijn! Literatuur is niet leuk. Je hebt leuke schrijvers, maar geen leuke literatuur. Literatuur moet op dezelfde hoogte staan als wiskunde. Het is een misverstand dat leerlingen van literatuur moeten houden. Je houdt ervan of je houdt er niet van. Je houdt van wiskunde of je houdt er niet van. Als je ervan houdt, heb je geluk, anders moet je gewoon je stinkende best doen.

Literatuur in het literatuuronderwijs moet je niet gebruiken voor «projecten». Bij maatschappijvorming mag je literatuur als illustratie gebruiken, of bij aard rijkskunde of geschiedenis, maar niet bij literatuuronderwijs. Literatuuronderwijs is leren, leren, leren. Elke week een gedicht en een paar citaten plus de herkomst.

En literatuur bestaat toch ook uit structuren, verhalen, et cetera et cetera? Jawel, maar daar valt niets aan te leren, dus daar hoeft een leerling zich niet mee te bemoeien. De boeken van Nabokov hebben misschien een bepaalde structuur en een bijzonder verhaal, maar als je die structuur kent en dat verhaal, dan kun je daar verder niets mee. Die structuur is geen garantie voor een goed boek en dat verhaal is al verteld, waarom zou je dat moeten kunnen navertellen, terwijl die navertelling altijd slechter is dan het boek?

Zinnen moet je uit je hoofd leren, zinnen, zinnen, zinnen. Welke zinnen? Kijk, dat is nu het aardige, dat mag de leraar zelf weten. Ik zou Kaas van Elsschot voorlezen, en de leerlingen het eerste hoofd stuk uit hun hoofd laten leren. Desnoods in gedeel ten. Tegen de tijd dat Kaas uit is, kennen die leerlingen dat eerste hoofd stuk uit hun hoofd. Daar hebben ze meer aan dan Het dwaal licht in verband kunnen brengen met de allochtonenproblematiek.

Als dan opeens je moeder sterft, of een vriend, dan denk je: verdomme, dat begin van Kaas. Dat ga je dan lezen, en je wordt weer gegrepen door het verhaal en vooral door die prachtige zinnen, de ene na de andere. En dan zie je opeens ook dat Het dwaallicht eigenlijk niet zo'n goed boek is van Elsschot.