Literatuur is ziek

Een tijdje terug sliep ik in het tuinhuisje van vrienden die daar, als er geen logees zijn, een praktijk hebben voor een Japanse geneeskunst met een ingewikkelde naam. Alleen al door omringd te zijn door wandkaarten met lichaamsenergieknooppunten, boeddhabeelden en de ingelijste diploma’s die vereist zijn voor die Japanse geneeskunst met die ingewikkelde naam, sliep ik als een monnik, diep en sereen.

Totdat het tussen drie en vier begon te regenen. Het dak bleek vervaardigd van een speciaal type kunststof dat als voornaamste eigenschap had dat het waterdruppels kon laten klinken als glazen knikkers die in een metalen pan vielen.

‘En? Goed geslapen?’

‘Uitstekend, prima… alleen…’

‘Rugpijn onderin?’

Dat wilde ik niet zeggen, maar de diagnose was een verrassingsdoelpunt. Lage rugpijn had ik al weken, en die kwam beslist niet door het luchtbedje in het Japanse tuinhuisje. Iedereen die lang is en zittend werk doet heeft er last van. Ik las dat Patrick Modiano ook bijna twee meter is, dus je kunt er zelfs de Nobelprijs mee winnen.

‘Kun jij die rugpijn niet wegtoveren? Met die Japanse geneeskunst van je?’

‘Toveren doe ik sowieso nooit. Maar ik kan eens kijken.’

Ik kreeg een stapel kopieën mee met Japanse oefeningen. De eerste is dat je in kleermakerszit je grote teen beetpakt en die ronddraait. ‘Turn your big toe every day!’

Literatuur begint dezelfde status te krijgen als ­meditatie, slow food en boomknuffelen

Nu zou je zeggen, wat heeft het voor zin om een beetje aan je grote teen te draaien als je pijn in je rug hebt, maar ik moet toegeven dat het resultaat verbluffend is. Nou ja, dat kan ook komen door de oefeningen op de pagina’s erna, of doordat ik een andere bureaustoel heb aangeschaft, of door de Dagotto-voetensteun van Ikea. Want zoals dat gaat in zulke gevallen: je probeert meteen dertien remedies tegelijk, zodat je nooit zult weten wat nu werkelijk werkte.

Misschien toch die teen. Of alleen het feit dat ik er een kwartiertje per dag aandacht aan besteed. Een fysiotherapeut vertelde me eens dat zijn patiënten niet zozeer baat hebben bij wat hij aan oefeningen en massage doet, maar vooral bij het feit dat ze op de massagetafel hun verhaal kwijt kunnen.

Een van die vrienden zit bij een meditatieclubje, en dat werkt volgens haar ook vooral omdat je een uur lang met z’n allen stil bent. Dat vermindert stress.

Rond diezelfde tijd had The Wall Street Journal een stuk over slow reading. Zes minuten lezen per dag zou al enorm stressverlagend werken. In Nieuw-Zeeland was een Slow Reading Club opgericht van mensen die wekelijks bij elkaar komen, de smartphone uit zetten en gezamenlijk een uur lezen, om het even welk boek.

De eerste neiging van iedere boekenliefhebber is om dit toe te juichen, het berichtje te liken op je smartphone en het te retweeten dat het een lieve lust is, maar is het inderdaad zo feestelijk? Literatuur begint zo langzamerhand dezelfde status te krijgen als meditatie, slow food, boomknuffelen en andere hobby’s van de quinoa etende medemens.

Literatuur is goed voor je, als een techniek, een voedingslijn. Vorige week had De Morgen weer een stukje waarin Alain de Botton in vier kernpunten de zegeningen van het lezen mocht uitleggen: je bespaart tijd, wordt er aardiger van, minder eenzaam en je kunt beter omgaan met falen.

Ja ja, dat zal wel. Turn your big toe every day. Laten we niet vergeten dat literatuur ook heel kwalijke dingen heeft teweeggebracht. Neem de zelfmoordgolf na Goethe’s Werther. Of denk alleen maar aan wat er gebeurt als we ons massaal zouden laten aansteken door de levensstijl van onze idoolschrijvers, met drank en roken en drugs en dan ook nog al die vieze woorden roepen om nog maar te zwijgen van de smeerpijperij tussen de lakens. Ik geloof dat ik zelf destijds wel eens een stuk space cake probeerde met als legitimering dat Arthur Rimbaud ook paddenstoelen slikte voor zijn dérèglement de tous les sens.

En hakken we niet al eeuwenlang elkaars hoofden af met een of ander heilig boek in onze andere hand? De felste oorlogen draaien altijd om de invulling van onze imaginaire ruimtes, van God tot zwarte piet. Literatuur is gif. Literatuur is ziek.

De meeste boeken leren je helemaal niet met falen omgaan of aardiger voor je medemens te zijn. Ze leren je dat het leven een zinloze smeerboel is. Ze leren je dat al die regeltjes en wetten die we bedacht hebben boterzacht zijn, dus waarom zou je je conformeren aan die stompzinnigheid? Ze vechten tegen de valse schijn van de georganiseerde buitenwereld, met hun meditatieve leesclubjes en hun theeglazen vol takjes verse munt. Ze leren je je middelvinger op te steken en te zeggen: turn your big toe every day.