Literatuur maakt ons betere mensen

Ter gelegenheid van zijn 30-jarig bestaan organiseerde Tijdschrift Vooys dit voorjaar de essaywedstrijd Lof der Letteren. We vroegen studenten uit Nederland en België om een essay te schrijven waarin het belang van literatuur uiteengezet werd, hetzij op persoonlijk vlak, hetzij op maatschappelijke schaal. Want als er iets is waar Vooys al 30 jaar van overtuigd is, is het dat literatuur leeft.

Dat hebben we gelukkig teruggehoord: we hebben een flink aantal essays mogen ontvangen en waren aangenaam verrast door het algemene niveau van de inzendingen. Hoewel het leeuwendeel vlak voor de deadline nog net inleverde, waren de essays globaal gesproken goed verzorgd en interessant.

Sommige zaken waren in veel van de stukken terug te vinden. Zo was Kafka, of college over Kafka, bij veel studenten aanleiding tot een ‘kantelmoment’ in het denken over literatuur. De argumentatie blijkt vaak ontleend te zijn aan colleges, of op de universiteit geïntroduceerde concepten. De balans tussen theorie en een wat persoonlijker noot werd vaak op creatieve wijze gevonden.

De kindertijd was in de inzendingen een terugkerend thema: veel studenten schreven hoe ze al jong fervente lezers waren. Enkelen gaven echter aan dat de leeshonger met het studeren op de achtergrond is geraakt, wat ze zonder uitzondering erg jammer noemen. Een aantal essays was bijzonder persoonlijk van aard; één inzending was zelfs eerder een figuratief gedicht te noemen dan een essay. De jury is veel verhalen over vakanties, jeugdliefdes, huidige liefdes en problemen met de studiekeuze rijker.

Over wat literatuur op maatschappelijk vlak vermag werd minder geschreven. Wel werd de democratische functie van literatuur geroemd: we worden empathisch door te lezen, aldus de inzenders, en dus meer betrokken. Literatuur maakt ons betere mensen- een conclusie die door veel studenten op verschillende manieren bereikt werd.

De jury, bestaande uit Bas Heijne, Marja Pruis en Wilbert Smulders, heeft uiteindelijk gekozen voor inzendingen die niet alleen inhoudelijk interessant waren, maar zich tevens kenmerkten zich door een eigen stijl, een originele invalshoek of een bijzondere onderwerpkeuze.

De vijf genomineerden waren, in alfabetische volgorde:

Lieke von Berg - Eén blauwen bliksemstraal

‘Eén blauwen bliksemstraal’ is een opvallend en persoonlijk betoog over de roman Metamorphosen van Louis Couperus. Aan de hand van een bespreking van dit boek, dat niet bepaald een standaardkeuze is, verkent Von Berg een empatische leeswijze, waarin het metamorfoseren een centrale plek inneemt. De jury vond dit een bijzonder geslaagd essay omdat het Couperus in verband weet te brengen met de theorie, onder andere Roland Barthes’ lezing van Proust, terwijl het ook een mooie persoonlijke noot houdt.

Luuk Giesen - Literair panacee in plaats van Prozac

In dit vlammende betoog wordt met een onbevangen, frisse blik naar literatuur gekeken. Eigenlijk is ‘Literair panacee in plaats van Prozac’ van geneeskundestudent Luuk Giesen een pleidooi om literatuur op te nemen in het zorgpakket; iedereen zal er een beter mens van worden. De kracht van literatuur wordt in dit essay dus niet gering geschat, literatuur zou een reddende functie kunnen hebben in een steeds somberder maatschappij.

Tabitha Speelman - Voorbij nostalgie: bekentenissen van een verdwaald lezer

‘Voorbij nostalgie’ is een vlot geschreven en persoonlijk essay dat tegelijkertijd tot nadenken stemt. Het gecondenseerde stuk biedt veel food for thought over de plaats van literatuur in een snel veranderende omgeving. De zoektocht naar een eerlijke leeservaring, van een sprinter die verlangt naar de marathon, zal voor veel generatiegenoten herkenbaar zijn. In plaats van terug te vallen op restoratieve nostalgie, probeert Speelman nieuwe wegen te ontdekken.

Leonie Veerman - Het boek en de kracht van de verbeelding

‘Het boek en de kracht van de verbeelding’ is een mooi een gewaagd stuk waarin op een begrijpelijke manier antwoord wordt gegeven op de vraag hoe het lezen van literatuur zich onderscheidt van het kijken naar een film. Veerman vindt een bevlogen antwoord in de actieve verbeelding die literatuur volgens haar eist en biedt in de ogen van de jury een frisse blik op de aaneenschakeling van narratieven in literatuur en film.

Loes van der Voort - Voortdurend kantelen

‘Voortdurend kantelen’ is een mooi opgebouwd stuk dat op speelse en uitdagende wijze en vanuit een hoge innerlijke noodzaak onderzoekt wat het lezen van literatuur teweegbrengt. Literatuur zorgt niet voor een enkel kantelmoment, maar zet een voortdurend kantelen in gang. De jury vond het ontwapenend hoe Van der Voort zichzelf als lezeres portretteert en genoot van de hele eigen conclusie, waarin boeken worden gewaardeerd alsof het vrienden zijn.

De jury heeft besloten de prijs toe te kennen aan het essay waarin een lezer-anno-nu zich drie belangrijke vragen heeft gesteld: waarom lees ik geen romans meer? Waarom vind ik dit erg? Is het ook erg? Met haar essay ‘Voorbij nostalgie: bekentenissen van een verdwaald lezer’ heeft Tabitha Speelman op slimme en speelse wijze onderzocht wat literatuur voor haar generatie nog vermag. Een Lof der Letteren met een twist, die op 1 juni j.l. beloond werd met €500,- plus de publicatie van het essay in De Groene Amsterdammer en in Vooys.

De jury en de redactie van Vooys bedanken alle genomineerden en andere inzenders voor hun deelname aan Lof der Letteren en feliciteren Tabitha Speelman van harte met haar prijs.

Lof der Letteren werd mede mogelijk gemaakt door deBuren, De Groene Amsterdammer, het K.F. Hein Fonds en het Ufonds.

Jury

Bas Heijne, Marja Pruis, Wilbert Smulders

Het winnende essay van Tabitha Speelman verschijnt binnenkort in De Groene Amsterdammer.