Literatuur op de madrileense ringweg

Een groep Spaanse jonge schrijvers zorgt voor opschudding. Wat moet de literatuur aanvangen met hun minutieuze beschrijvingen van jeugdige onrust en verveling? Een interview met de aanvoerder van de Spaanse Generatie Nix, Jose Angel Man~as.
Jose Angel Man~as, Madrileense roulette. Vertaling Doortje ter Horst, uitgeverij Nijgh & Van Ditmar, 192 blz., f36,90.
Ray Loriga, Het ergste van alles, en Helden. Vertaling Arie van der Wal, uitgeverij Nijgh & Van Ditmar, resp. 144 blz., f26,90 en 152 blz., f29,90. Bij dezelfde uitgever verschijnt in augustus Engel des doods. Vertaling Arie van der Wal, f29,90.
MADRID - De meest spraakmakende Spaanse roman van de afgelopen jaren is Madrileense roulette, geschreven door de volstrekt onbekende tweeentwintigjarige student Jose Angel Man~as. Zijn verhaal over een groepje Madrileense jongeren, dat vlak voor de zomervakantie een vrij weekend doorbrengt, sloeg in als een bom. De roman drong door tot de finale van de prestigieuze Premio Nadal, haalde verkoopcijfers waar de meeste gevestigde schrijvers slechts van kunnen dromen en werd succesvol verfilmd door Montxo Armendariz.

Maar bovenal veroorzaakte het een felle discussie onder de critici. De jury van de Premio Nadal sprak van ‘een frisse, goed geconstrueerde roman van een auteur met een uitzonderlijk oor voor dialogen’. Het trendy tijdschrift Ajoblanco noemde het een 'schokkende literaire rontgenfoto van de Spaanse jeugd’. Anderen verwelkomden het debuut als een geslaagde poging het moderne straatrumoer een plaats te geven in de Spaanse literatuur, die sinds jaar en dag geobsedeerd wordt door het ongeciviliseerde plattelandsleven.
Kritiek was er ook. Man~as zou het debuut van de Amerikaanse schrijver Brett Easton Ellis, Less than Zero, geplagieerd en in een nieuw, Spaans jasje gestoken hebben. Dat de jeugd zich met nauwelijks meer dan honderd woorden uitdrukte, was tot daar aan toe, maar als dat moderne analfabetisme opgang ging maken, werd het tijd de noodklok te luiden, vond het dagblad El Pais.
Al snel ging de discussie over het werk van een aantal jonge schrijvers - Ray Loriga, Benjamin Prado, Roger Wolfe - die gezamenlijk de titel 'Generatie K’ opgeplakt kregen, naar de Spaanse titel van Man~as’ boek. Ook zij schrijven over de cynische lusteloosheid en maatschappelijke desinteresse van de huidige twintigers - de eerste generatie die de dictatuur van Franco niet bewust heeft meegemaakt. Een Generatie Nix-discussie in Spanje dus, waarbij ondanks de grote culturele verschillen tussen Nederland en Spanje, de argumenten onderling uitwisselbaar zijn.
ALLE OPSCHUDDING rond zijn debuut is Man~as zichtbaar niet in de koude kleren gaan zitten. De jongen tegenover me lijkt in niets op de foto op het omslag van zijn boek: een uitdagend kijkende jongen met een grote bos krullen. Door zijn gemillimeterde kapsel steken de eerste grijze haren. Hij kijkt behoedzaam om zich heen en formuleert met de grootst mogelijke voorzichtigheid zijn woorden.
Man~as: 'Ik had nooit gedacht dat de roman zo'n vlucht zou nemen. Toen ik Madrileense roulette schreef, was ik twintig en deed ik maar wat. Ik schreef alles op wat in me opkwam en binnen twee weken had ik meer dan honderd pagina’s met dialogen. Daarna ben ik een half jaar bezig geweest om dit materiaal om te werken tot een roman met een duidelijke structuur.
Daarna kreeg ik de hele pers achter me aan. In het begin geef je het ene interview na het andere en zeg je van alles. Zo vertelde ik een journalist dat mijn vader een bibliotheek heeft met twintigduizend boeken en dat zijn voorliefde voor literatuur van doorslaggevende betekenis is geweest bij het schrijven van Madrileense roulette. Vervolgens werd ik afgeschilderd als een opschepper, die beweerde de hele Spaanse literatuur gelezen te hebben. Dat doet pijn. Je vertelt iets uit je persoonlijke leven en dat wordt vervolgens tegen je gebruikt in een literaire discussie. Ik ben nu een stuk voorzichtiger geworden.
Met die titel “Generatie K” is iets soortgelijks aan de hand. Het is waar dat de laatste jaren een groep jonge schrijvers is opgestaan die in hun romans overeenkomsten vertonen. Het gaat vaak over de belevingswereld van de hedendaagse Spaanse jeugd en er is sprake van een duidelijke voorkeur voor de spreektaal. Maar eigenlijk houden alle overeenkomsten daar op. Ray Loriga is bijvoorbeeld heel persoonlijk aanwezig in zijn boeken, terwijl ik juist het tegengestelde beoogde met Madrileense roulette. Ik wilde een roman schrijven over een aantal jongeren in Madrid, zonder tussenkomst van mijn reflecties hierop. Niemand had er tot dan toe aan gedacht dat de spreektaal in het uitgaansleven van Madrid tot literatuur viel om te vormen. Achteraf denk ik dat dit een boek is dat geschreven moest worden in Spanje en dat ik toevallig de schrijver ben. Maar dat wil niet zeggen dat ik de woordvoerder ben van een gene ratie, zoals men iedereen wil doen geloven.’
Er zijn opvallend veel parallellen tussen Madrileense roulette en El Jarama (1956) van Sanchez Ferlosio, de belangrijkste Spaanse roman uit de jaren vijftig. Hierin wordt over Madrileense jongeren geschreven die een vrije zondag doorbrengen aan de oevers van de rivier El Jarama. Door middel van minutieuze beschrijvingen van onbenullige handelingen en van eindeloze gesprekken over dagelijkse trivialiteiten wordt de ledigheid, de stagnatie van de jeugd tijdens het franquisme, op objectivistische, bijna filmische wijze geportretteerd.
Man~as vindt deze vergelijking slechts ten dele opgaan. 'In de beide romans wordt geprobeerd een beeld te geven van de jeugd en ze zijn voornamelijk opgebouwd uit dialogen. Maar de situatie nu en die van veertig jaar geleden zijn onvergelijkbaar. Mijn personages keuvelen niet eindeloos aan de oever van een riviertje, maar zijn constant in beweging. Ze maken korte statements die alleen betrekking hebben op dat moment. Verleden en toekomst zijn loze begrippen. Ze willen het heden zo veel mogelijk intensiveren, door tegen het verkeer in te rijden, drugs te gebruiken of zich over te geven aan extreme seks.
Ik vergelijk mijn roman weleens met punkmuziek. Korte en intense nummers die samen, juist door de herhaling, een bepaald levensgevoel uitdrukken. De metafoor van El Jarama is de immer voortkabbelende rivier. In mijn roman is de ringweg van Madrid de rode draad die door het boek loopt, zoals de korte stiltes tussen de verschillende songs op een punkplaat.’
'NATUURLIJK BEN IK bij het schrijven van dit boek beinvloed door andere boeken, zoals Absolute Beginners over de Engelse jeugd in de jaren vijftig. Maar dat geldt denk ik voor alle literatuur. Een autonoom boek bestaat niet. Om te schrijven moet je lezen. Toen ik mijn roman schreef was ik erg bezig met L'Etranger van Camus. Carlos, de hoofdpersoon, is een hedendaagse vreemdeling. Hij geeft zich nooit over aan enige vorm van introspectie of reflectie op zijn omgeving en weigert elke sentimentele relatie, zelfs waar het zijn familie betreft. Hij is een plat persoon, een literaire constructie die, en dat is denk ik het sterkste punt van de roman, dicht bij een absoluut archetypische persoonlijkheid komt. Carlos vertegenwoordigt niet een generatie, maar een universeel gegeven: de mens die de wereld beziet met de grootst mogelijke objectiviteit en daardoor totaal vervreemdt van zijn omgeving. Zoals Octavio Paz het eens formuleerde: zonder een context is het leven zinloos en volgt onvermijdelijk de zelfdestructie. Carlos slaagt er niet in die context te scheppen.
Ik denk dat het boek zulke sterke reacties opriep omdat het, onder de dialogen, dat drama blootlegt: de onmogelijkheid van een persoon om zich emotioneel tot de wereld om hem heen te verhouden. Dat heeft mensen geraakt. Veel critici brengen een dergelijk gevoel van geestelijke leegte in verband met de huidige tijdgeest. Ze wijzen op het allesoverheersende materialisme in onze welvaartsstaat of op de afbrokkeling van religieuze waarden. Ik geloof daar niet in. Dergelijke gevoelens heeft de mens altijd al gehad. Alleen de betekenis die we eraan geven en de manier waarop we ermee omgaan veranderen. Des Esseintes, de hoofdpersoon van A rebours, een roman uit de negentiende eeuw, trok zich terug uit de wereld en omringde zich met kunstwerken, omdat dat het enige was wat hem nog kon prikkelen. Andy Warhol, wiens Orange Disaster op de omslag van mijn boek staat, schilderde op exact dezelfde wijze een Coca-Colafles, Marilyn Monroe, een zelfmoord of een auto. Carlos refereert regelmatig aan Patrick Bateman, hoofdpersoon van Bret Easton Ellis’ American Psycho, een man die gruwelijke misdaden begaat om nog iets te kunnen voelen. Het gaat allemaal over hetzelfde gevoel van emotionele vervreemding in drie totaal verschillende tijden.’
Als zijn toekomstplannen ter sprake komen, laat Man~as zijn bedachtzame houding even varen. 'Op dit moment schrijf ik over een gefrustreerde schrijver. Het wordt meer een roman in de traditionele zin van het woord. Met veel aandacht voor stilistische aspecten, een complexere structuur en uitgebreide reflecties van de hoofdpersoon. Het zal de critici verbazen - veel van hen geloven nog steeds niet dat ik kan schrijven.’