Kees ‘t Hart

Literatuurgeschiedenis 1

De periode voor de Middeleeuwen is relatief onbekend, in ons land kwamen wolven en beren voor. Het beslissende handboek tast hierover in het duister. Konden we maar terug reizen in de tijd. Het is zeer ingewikkeld ons een samenleving in de allervroegste Middeleeuwen voor te stellen omdat ons begrip van het woord «samenleving» niet voor kwam. Men kende de Romeinen niet meer. Rivieren waren betekenisloos, de maan glinsterde boven de bergen, alles was religieus van origine. We moeten gissen uit de bronnen maar die zijn niet objectief. We moeten aan sporenonderzoek doen. Daar is de zon, zeiden middeleeuwers tegen elkaar en ’s ochtends kraait de haan ons wakker. Het staat vrijwel vast dat deze zinnen ooit gezegd zijn omdat men elkaars leven met taal begeleidde. Je kunt zeggen dat taal de eerste sociale voorziening was. Zijn zinnen die gezegd worden geschikt voor literatuur? Dit debat bestond nog niet. Vroege middeleeuwers leefden binnen een vanzelfsprekende wereld die zij weliswaar probeerden te benoemen, maar helaas zonder dat zij een daartoe geschikt vocabulaire kenden. We noemen dit tegenwoordig het benoemingsprobleem. Wij hebben langzamerhand wel de beschikking gekregen over een passend vocabulaire.

Een van de oudste overgeleverde spelen uit de vroegste Middeleeuwen is het spel dat bekend is gebleven is onder de naam «het spel der dingen», Karel de Grote was er een meester in. Op een doek legde iemand, meestal een slaaf, voorwerpen neer: een kam, een speld, een raar takje, een borstel, een teennagel, een geitenhaar, een gek beeldje, een schoen van de buren, een bes, enzovoort. Daar keek men zwijgend naar, lang of kort, dat staat niet vast. Bedenk dat het christendom al bestond, maar Romeins was. Bedenk ook dat vrijwel niemand kon schrijven, dit is belangrijk voor ons begrip van dit spel. Vervolgens ging iedereen zwijgend naar huis, het is niet bekend of zowel mannen als vrouwen aan dit spel meededen. Wat daarna gebeurde weet men niet. Moest men thuis, waar de kinderen bij waren, de voorwerpen opnoemen? Onbekend. Was het de bedoeling dat je precies dezelfde voorwerpen uitstalde? Het is een raadsel. Moesten die voorwerpen zo precies mogelijk, dus net als het voorbeeld worden neergelegd? We weten het niet zeker, maar we neigen er tegenwoordig toe dit spel op te vatten als het begin van literatuur, omdat men hiermee voor het eerst dingen uit de werkelijkheid begon te imiteren. De uitgestalde voorwerpen waren voor beelden. Het begrip «voorbeeld» stamt uit de Middeleeuwen. We moeten een voorbeeld opvatten als een beeld dat voorafgaat aan andere beelden. Binnen ons huidige taalgebruik is dit omgekeerd, wij verstaan onder een voorbeeld iets dat na de beelden komt. Het is niet langer mogelijk ons voor te stellen waar middeleeuwers het over hadden omdat wij niet over voorbeelden in middeleeuwse zin beschikken. Dit maakt alles raadselachtig en diffuus. Niet de Middeleeuwen zijn duister, maar wij zijn het, omdat wij de dingen niet langer benoemen maar ze uitbeelden. Volgende keer over de eerste geschriften en het probleem van de betekenis. Wat was er eerst, de betekenis of het geschrift?