Het vluchtelingenkamp in Pabradė, 45 kilometer ten noordoosten van de Litouwse hoofdstad Vilnius, oogt geordend en ruim van opzet. In een van de donkergroene tenten aan de kant van de drukke doorgaande weg die door het stadje loopt, liggen vluchtelingen op veldbedden op hun telefoon of naar de nok te staren. Maar zodra de onaangekondigde Nederlandse bezoeker voor de ingang van de tent een gesprek met een van hen begint, komen de verhalen los – over de dingen die zij in hun vaderland hebben meegemaakt, over hun recente belevenissen in Belarus en vooral over de koele ontvangst die hun in Litouwen ten deel is gevallen.

Ammar, leraar Engels, ontpopt zich gaandeweg tot de woordvoerder van de groep. Zoals de meeste andere Irakezen in het kamp is hij van Bagdad naar Minsk gevlogen – verleid door de Belarussische potentaat Loekasjenko die de vluchtelingen als een ideaal, ontwrichtend ‘hybride’ wapen ziet in zijn vendetta met Litouwen. Vervolgens werden zij met busjes naar de grens gebracht en daar geloosd. Na door de vsat, de Litouwse grenswacht, te zijn onderschept, belandden ze in kampen als dat van Pabradė.

‘Natuurlijk begrijpen we hoe de Litouwers hierover denken’, zegt Ammar. Maar voor hem en de anderen telde allereerst dat zij konden wegkomen uit Irak. De jongen die naast hem staat, laat op zijn telefoon bloederige foto’s van wonden zien, een gevolg van martelingen – foto’s van zijn eigen lichaam. Zijn boodschap: dat zou de beambten van het Registratie- en Detentiecentrum voor Vreemdelingen (urc), even verderop, toch te denken moeten geven?

Niets is minder waar, zo lijkt het. Ammar en lotgenoten klagen over de laksheid en desinteresse waar zij telkens op stuiten. Niemand kan of wil zeggen wanneer zij formeel een asielaanvraag kunnen indienen. Rechtsbijstand is non-existent. Ernstiger is dat de medische zorg te wensen over laat. Er is alleen een soort ehbo-post. Een, ongezond magere, Iraakse jongen die ook voor de tent staat, is twee weken geleden ingestort. Hij lijdt aan nierstenen. Een dokter kreeg hij niet te zien. De reden, vertelt een hulpverlener die het kamp zo nu en dan mag aandoen: de autoriteiten vrezen dat echte zorg te veel geld kost.

Wellicht geldt als verzachtende omstandigheid dat dit voor Litouwen een nieuwe en overdonderende ervaring is? ‘Dan hoeven ze ons nog niet als criminelen op te sluiten’, antwoordt Ammar.


Het aantal in 2021 getelde doden en vermisten op de Middellandse Zee volgens het Missing Migrants Project (IOM): 1214