LIV loont niet

De subsidie die werkgevers ontvangen als ze mensen in dienst hebben met een laag salaris, de LIV, is achterhaald. Het effect op de werkgelegenheid is discutabel. Hoe lang leeft de LIV nog?

De naam klonk als van een jonge vrouw, Liv. Het leek me iemand die via zelfgemaakte filmpjes make-up aan de vrouw brengt. Zogenaamd spontaan, maar ondertussen bakken met reclamegeld verdienend. Haar boodschappen zouden volgens mij steevast eindigen met de slogan Liv your Life. Inderdaad, gejat van Rihanna.

U hoeft niet naar mijn Liv op zoek te gaan. Die bestaat niet. De liv echter wel. Het is een Haagse afkorting, voor een subsidie voor werkgevers als ze mensen in dienst hebben met een laag salaris. Voluit heet liv lage-inkomensvoordeel. Er bestaan vast vrouwen met de naam Liv, maar als hun werkgevers een liv-subsidie krijgen, verdienen die vrouwen helemaal geen bakken met geld, maar juist weinig en hun werkgevers krijgen voor hen nog een bonus ook. Maximaal tweeduizend euro per jaar.

liv werd verwekt in de jaren van de economische crisis, om werkgevers te verleiden mensen in dienst te nemen. U denkt misschien aan mensen met een beperking, maar het gaat onder meer om de dames bij de Bijenkorf die u een merkbroek verkopen. Voormalig pvda-minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Lodewijk Asscher was er verantwoordelijk voor. Destijds misschien een begrijpelijk idee, maar inmiddels is de vraag hoe lang liv nog te leven heeft.

Vorig jaar werd de bonus voor de eerste keer uitgekeerd, over 2017. De werkgevers inden een kleine vijfhonderd miljoen euro. Grootste afnemers waren de horecabazen. U leest het goed, horecaondernemers cashen uit gemeenschapsgeld een voordeeltje dat ze niet nodig hebben. Personeel nemen ze toch wel aan, dat wil zeggen: als ze al mensen kunnen vinden, want inmiddels is er krapte op de arbeidsmarkt.

Over het effect op de werkgelegenheid van de liv worden hele stammenstrijden gevoerd. Er zijn economen die met modellen menen te kunnen aantonen dat de subsidie wel degelijk banen schept. Daar tegenover staan economen die dat met ander onderzoek bestrijden. Op de Haagse wandelgang is veel scepsis. Iemand zegt: stel dat de liv zevenduizend extra banen heeft opgeleverd, dan zijn dat heel dure banen.

Toen de opvolger van minister Asscher, d66’er Wouter Koolmees, bekendmaakte hoe het eerste jaar liv was verlopen, stelde het cda kritische vragen. De regeringspartij stak haar twijfel over nut en noodzaak niet onder stoelen of banken. Ze wilde weten of er een andere subsidie is voor het bedrijfsleven waar de minister miljoenen aan uitgeeft, zonder een enkel idee of dit geld effect heeft en ook zonder maar van plan te zijn dit te onderzoeken.

De werkgevers leveren niet, ook niet nu de winsten zijn gestegen

Inmiddels wordt naar liv gelonkt. Vanwege de bruidsschat die ze meebrengt, al betekent dat ook wel meteen haar einde. Zo kan een duur pensioenakkoord dat dit kabinet graag wil sluiten en waarover nog steeds wordt onderhandeld die half miljard euro goed gebruiken.

Maar er speelt meer rondom liv. Het loonvoordeel zorgt er mogelijk voor dat werknemers geen promotie maken. Dat kost de werkgever namelijk twee keer geld, niet alleen omdat hij meer loon moet gaan betalen, maar ook omdat door die promotie de subsidie vervalt. liv als val voor de werknemer dus.

Dat brengt de discussie op het minimumloon waaraan liv verbonden is. Het minimumloon is de laatste decennia flink achtergebleven bij de werkelijke loonstijgingen. De fnv is daarom een mars begonnen voor een verhoging van dat minimumloon. De 14 euro per uur die de fnv eist, vinden werkgevers te hoog. Elke verhoging trouwens. Wie had anders verwacht? In de Kamer hoor je een genuanceerder geluid. Zowel bij de oppositie áls bij een paar regeringspartijen. Al vinden sommige de geëiste 14 euro wel wat veel.

De pvda heeft een list bedacht om een hoger minimumloon te bereiken. Waarom is die niet eerder bedacht? Nu geldt het minimumloon per maand, week of dag, niet per uur. Dat geeft werkgevers de kans het loon te berekenen over een werkweek van 40, 38 of 36 uur. Natuurlijk is een 40-urige werkweek dan het voordeligst. Dan komt het op 9,32 euro per uur. Maak er een 36-urige werkweek van, zoals de pvda wettelijk wil vastleggen, en het minimumloon stijgt al naar 10,36 euro.

Ook bij een paar regeringspartijen hoor je inmiddels geluiden over de behoefte aan een hoger minimumloon. Dat is niet geheel gespeend van eigenbelang. Dat belang ligt bij de belofte van dit kabinet dat alle Nederlanders erop vooruit zouden gaan. Dat is echter vooralsnog niet gelukt. Bij die belofte was namelijk niet alleen gerekend met lastenverlichting maar ook met hogere cao-lonen. Maar de werkgevers leveren niet, ook niet nu de winsten de laatste jaren weer zijn gestegen.

Met een verhoging van het minimumloon hopen de regeringspartijen die daarover nadenken dat de rest van het loongebouw dan mee omhoog gaat. Een hoger minimumloon als krik dus. De bruidsschat van liv zou dan door de staat kunnen worden gebruikt om de aan het minimumloon gekoppelde uitkeringen te betalen, al brengen hogere lonen zelf ook al meer belastinggeld binnen. Geld dat aan die hogere uitkeringen besteed kan worden.

Komende week, op 1 mei, is de Dag van de Arbeid. Een dag die iets uit het verleden leek, maar weer belangrijk is nu keer op keer blijkt dat arbeid steeds minder loont, zeker minder dan vermogen. Op de laagste van die lonen krijgen werkgevers dan ook nog eens subsidie. Weggegooid geld. Liv is dus niet die veel geld verdienende vrouw, maar iemand die hard werkt, voor een laag inkomen. En haar werkgever is de lachende derde.