De Britse stemmers

Local color

Bij de Britse verkiezingen was er veel aandacht voor een evenredig kiesstelsel. Ironisch, aangezien deze verkiezingen een erg plaatselijk karakter hadden.

Kort voor de Britse verkiezingen verscheen in The Sunday Times een reportage over de campagne van de 35-jarige Conservatief Zac Goldsmith in Richmond Park, de lommerrijke wijk waar J.M.W. Turner zijn View from Richmond Hill schilderde. Tot lichte verbijstering van de verslaggever, Rod Liddle, gaf Goldsmith eerlijke antwoorden aan kiezers, de partijlijn waar nodig negerend. Tijdens een van de vele rookpauzes sprak de knappe miljonair en milieuactivist mismoedig de verwachting uit te gaan verliezen. ‘Listen, posh boy, answers don’t win you votes’, waarschuwde Liddle op vaderlijke wijze. Bovendien nam Goldsmith het op tegen een infanterie van fanatieke Liberal-Democrats, die in de nachtelijke uren blauwe verkiezingsborden uit voortuinen verwijderden. Tijdens verkiezingsnacht bleek Goldsmith met gemak te hebben gewonnen van het zittende Kamerlid Susan Kramer. Eerlijkheid duurde het langst.
Het was een van de plaatselijke verrassingen tijdens de Britse parlementsverkiezingen, die eindigden met meer dan 150 nieuwe Kamerleden en een hung parliament. De 'Secret People’ van het Verenigd Koninkrijk hebben gesproken en toonden, in de woorden van G.K. Chesterton, 'God’s scorn for all men governing’. Behalve de Groenen, die debuteren in het Lagerhuis, kon geen partij echt tevreden zijn. De Conservatieven boekten hun grootste winst sinds 1931, maar bleven twintig zetels verwijderd van een absolute meerderheid. Het is wreed dat in precies zoveel kiesdistricten de Eurofoben van de UK Independence Party cruciale stemmen hebben weggekaapt. Labour is na een dramatisch verlies ongeveer even groot als in het socialistische rampjaar 1983. Vergeleken met 1997 hebben vijf miljoen mensen minder op de regeringspartij gestemd.
De opportunistische Liberal-Democrats vormen een verhaal apart. Leider Nick Clegg heeft geleerd dat een overwinning op de televisie geen garantie is voor een stembuszege. Inhoudelijk gezien schrokken zwevende kiezers waarschijnlijk terug voor zijn vooruitstrevende standpunten over Europa en immigratie, indachtig een uitspraak van de Conservatieve premier Harold Macmillan een halve eeuw geleden: 'Zoals gebruikelijk bieden de Liberalen een combinatie van zinnige en originele ideeën. Helaas zijn geen van de zinnige ideeën origineel en is geen van de originele ideeën zinnig.’ Toch speelt de partij een sleutelrol bij de vorming van een coalitie of het steunen van een minderheidsregering, een variant op Jerome K. Jerome’s komische verhaal Three Man in a Boat, waarbij de voornaamste eis het invoeren van een representatiever kiessysteem is. Want nu ook weer hebben de Liberaal-Democraten zeker honderd zetels minder dan waar ze recht op zouden hebben, terwijl de Tories met 36 procent van de stemmen geen regering kunnen vormen waar Labour dat vijf jaar geleden wél kon.
De aandacht voor een evenredig en centralistisch kiesstelsel is ironisch aangezien deze verkiezingen meer dan ooit een plaatselijk karakter hadden. Natuurlijk, de verkiezingskaart kan zo tussen de schilderijen van Theo van Doesburg in Tate Modern hangen, een blauw vierkant, met linksonder en aan de bovenkant gele strepen en rode blokjes voor gebieden waar mensen niet naast maar boven elkaar wonen. Wie de kaart beter bekijkt ziet impressionistische vlekjes, waar de couleur locale heeft gezegevierd.
De televisiedebatten, de campagne van de conservatieve pers, de kruisverhoren van Jeremy Paxman en Browns blunders hebben relatief weinig betekend. Meer dan ooit hebben kiezers kritisch naar de plaatselijke kandidaten gekeken, wakker geschud door het onkostenschandaal. De meeste sjoemelaars hebben de eer aan zichzelf gehouden, maar sommigen gingen toch weer kandidaat staan, soms met vernederend resultaat. Ex-minister van Binnenlandse Zaken Jacqui Smith (badplug), onderminister voor Volksgezondheid Ann Keen (huisje melken) en de Tory-grandée David Heathcoat-Amory (paardenmest) ondergingen een electorale kastijding. De reden waarom Liberaal-Democraat Lembit Opik het veilige Montgomeryshire verloor is onduidelijk: de aanschaf van een plasmascherm van 2449 pond, zijn affaire met Cheeky Girl Gabriela Irimia of zijn column in The Daily Sport, een vleselijk geïllustreerd tabloid waarin vrouwentennis, meisjesvoetbal en dameshockey onevenredig veel aandacht krijgen.
Daarnaast spelen ook plaatselijke onderwerpen een rol, alsmede de houding van de kandidaten. Dat merkte Labours arrogante juriste Vera Baird, die haar veilige kiesdistrict verloor omdat kiezers ervan baalden dat de regering niets heeft gedaan om de sluiting van de plaatselijke staalwerken tegen te houden. De Conservatieven op hun beurt wisten het district Sutton & Cheam, gelegen aan de stockbrokers belt onder Londen, niet te veroveren nadat bekend was geworden dat kandidate Philippa Stroud bij de Pinkstergemeente zit, waar het idee leeft dat homoseksualiteit te 'genezen’ valt. Eerder had de schaduwminister voor Binnenlandse Zaken Chris Grayling gesteld dat Bed & Breakfast-uitbaters het recht hebben om homoseksuele koppels te weigeren. Hij behield zijn zetel, maar met een gereduceerde meerderheid. Tevens maakten burgers van de kans gebruik om impopulaire bewindslieden te waarschuwen. Zowel de zwammerige onderwijsminister Ed Balls als zijn imcompetente collega op Immigratie, Phil Woolas, wist zijn district ternauwernood te behouden, terwijl de staatssecretaris die verantwoordelijk is voor het legermaterieel met pek en veren uit de tuinstad Harlow is verdreven.
Kiezers bleken bovendien weinig op te hebben met de gewoonte van partijen om plaatselijke kandidaten te passeren ten faveure van aankomende politici die goed liggen bij het partijbestuur. Dat merkten de Tatler-Tories, de fotogenieke thirty-somehtings aan wie de Tatler een fotoreportage had gewijd. Zo wist de Brits-Caribische buurtwerker Shaun Bailey het niet te redden in Hammersmith & Fulham en verloor de glamoureuze Annunziata Rees-Mogg in Somerset nipt van een traditionele Liberaal-Democratische parlementariër. Het ex-fotomodel Gloria del Pietro wist namens Labour bijna Ashfield te verspelen, een kiesdistrict waar rood stemmen bijkans genetisch bepaald is. Meer in het algemeen gaven de kiezers de voorkeur aan zittende kandidaten, mits ze geen wettelijke gedrochten hebben gebaard of bonnetjes voor kattenbrokjes ingediend.
Een bijzondere vorm van lokalisme vond plaats in Schotland, waar Labour juist stemmen won. Dat had te maken met een negatieve campagne, inspelend op de Schotse haat jegens Thatcher, én het feit dat de Schotten al jaren financieel wijzer worden van een Labour-regering. Minister van Financiën Alistair Darling breidde zijn meerderheid in een buitenwijk van Edinburgh uit. De grote roerganger Brown zelf won duizenden stemmen in Kirkcaldy & Cowdenbeath, de geboorteplaats van Adam Smith, waar de meeste kiezers de impopulariteit van hun 'Gordon’ wijten aan de hetze van de Londense media. De zege aan de noordoever van de Fife zal de enige overwinning op de politieke palmares van de domineeszoon blijven.