Loden last

Het nieuwe jaar heeft een wrange nasmaak van het oude. Moeten politici van VVD, PvdA en CDA consequenties trekken uit het rapport over de toeslagenaffaire?

Als vuurwerk bedoeld is om de kwade geesten van het ten einde lopende jaar te verjagen, dan hadden we het op de laatste dag van 2020 goed kunnen gebruiken. Maar vuurwerk afsteken mocht niet, juist vanwege datgene wat ons afgelopen jaar in de greep hield, het coronavirus. Dat het op Oudjaarsavond toch de bocht uit knalde, liet dan weer zien hoe weinig sommigen van ons zich nog aantrekken van de maatregelen om dat virus in te dammen.

Welkom in het nieuwe jaar. Waarin de politiek verder ploetert. En niet alleen met het virus. Want er ligt ook nog het eindrapport van de Kamercommissie over de kinderopvangtoeslagen. Snoeihard was dat. De ouders die de dupe zijn geworden van deze jarenlang slepende affaire is door de overheid ‘ongekend onrecht’ aangedaan, aldus het rapport. Zeg maar gewoon: die ouders zijn gemangeld door de overheid. Met de dertigduizend euro schadevergoeding die het kabinet in ieder geval aan alle gedupeerden heeft toegezegd, is de zaak echter niet afgedaan. Moeten politici ook zelf consequenties trekken?

In zijn jaren als minister-president hield cda’er Ruud Lubbers de Tweede Kamer een keer voor dat een minister na een affaire twee dingen kan doen: optreden of aftreden. Optreden, om zo recht te zetten wat er fout was gegaan op een ministerie of bij de uitvoering van beleid, en daarmee de ambtenaren laten voelen dat ze niet wegkomen met hun misstappen. Dat laatste was volgens Lubbers het geval als een minister te snel aftrad, dan konden de ambtenaren te makkelijk over gaan tot de orde van de dag. Een minister moest van Lubbers aftreden als hij persoonlijk een fout had begaan of te veel betrokken was geweest bij beleid dat tot problemen had geleid. Dan was optreden om de fouten te herstellen niet geloofwaardig.

Ongeacht de uitkomst van de beraadslagingen van het kabinet wil ik een derde optie toevoegen aan die van Lubbers: het aftreden van een geheel kabinet en daarna een vernieuwde ministersploeg hard laten optreden. Dat aftreden moet dan wel nog een paar andere, ingrijpende stappen tot gevolg hebben. Daarvoor eerst terug naar 2002.

Blijven of aftreden én weggaan, het lijkt een keuze tussen twee kwaden

De afgelopen weken is regelmatig de vergelijking getrokken met Paars II, het kabinet onder leiding van pvda-premier Wim Kok. Dat trad in 2002 af als gevolg van het rapport over het optreden van de Nederlandse soldaten in Srebrenica. Ook toen kwamen er, net zoals nu, verkiezingen aan. Er is echter één groot verschil: Kok was destijds niet opnieuw lijsttrekker. Het aftreden van het kabinet was vooral een symbolisch gebaar. Minister-president Mark Rutte voert nu wel opnieuw de vvd-lijst aan, terwijl al een decennium lang onder zijn uiteindelijke leiding vele ouders als gevolg van de toeslagenaffaire zwaar zijn gedupeerd door de overheid. Zoals ook pvda-lijsttrekker Lodewijk Asscher in het vorige kabinet als minister van Sociale Zaken vijf jaar lang mede verantwoordelijk was voor dit ongekende onrecht. En zelfs cda-lijsttrekker Wopke Hoekstra heeft als minister van Financiën in het huidige kabinet, al is het dan op enige afstand, te lang onvoldoende in de gaten gehad dat er ingegrepen had moeten worden bij de Belastingdienst.

Aftreden om daarna doodleuk weer de verkiezingen in te gaan en mogelijk terug te keren in het parlement of op een ministerspost, hoe geloofwaardig is dat? Om het indachtig Lubbers te zeggen: hoeveel krediet en gezag hebben Rutte, Asscher en Hoekstra dan om te kunnen optreden?

Er zitten echter flinke bezwaren aan het demissionair worden van het kabinet en het uiteindelijke vertrek van in het verleden en heden betrokken bewindspersonen. Hoe moet het in de lange demissionaire periode tot er een nieuw kabinet is met de aanpak van het coronavirus en de economische gevolgen daarvan? Hebben de drie partijen, vvd, pvda en cda, snel een nieuwe lijsttrekker voor handen? Is dit een aderlating die de politiek aan kan, juist bij deze partijen die in verschillende samenstellingen al decennia lang deel uitmaken van de regering? Daar beginnen mijn aarzelingen. Blijven of aftreden én weggaan, het lijkt een keuze tussen twee kwaden. Brengt het terugtreden van de drie lijsttrekkers zoveel politieke instabiliteit teweeg dat het middel erger is dan de kwaal? Wie speelt dat in de kaart?

Wat het extra moeilijk maakt, is dat de vvd na tien jaar Rutte een partij is waar niemand staat te springen om de partijleider op te volgen. Rutte heeft achter hem een lange leegte laten ontstaan. Over het cda kun je de grap maken dat ze na het recente opstappen van Hugo de Jonge als lijsttrekker wederom wel snel een nieuwe zullen vinden. Pieter Omtzigt bleek immers als lijsttrekkers-kandidaat geliefd bij velen in zijn partij. Maar Omtzigt heeft door Hoekstra voor te laten gaan getoond dat hij inziet vooral Kamerlid te zijn. Bij de pvda kom je uit bij nummer drie op de lijst, Lilianne Ploumen, een vrouw met bestuurlijke ervaring, als partijvoorzitter én als minister. De huidige Kamervoorzitter, Khadija Arib, staat weliswaar op nummer twee, maar die wil graag voorzitter van het parlement blijven.

Hoe de uitkomsten van het interne kabinetsberaad, de partijdiscussies en het Kamerdebat over de toeslagenaffaire ook zullen zijn, er zal hoe dan ook een wrange nasmaak blijven. Zo begint dit nieuwe jaar met de loden last van het oude, terwijl de coronacrisis en de verkiezingen juist om hernieuwde energie vragen.