Loepzuiver

De wandtekeningen van Carlos Amorales sidderen van spanning in de ruimte, zoals een plotselinge harde gongslag de stilte doorbreekt.

VOORDAT het gewelddadige rumoer van een aardbeving losbarst, stel ik me voor, heerst overal nog een vredige rust. De gebouwen staan stil overeind. De geluiden van de stad zijn die van alledag. Door de bomen fluistert de wind. Dan, tijdens de beving, is er de plotselinge en onbeschrijfelijke chaos van de wereld die letterlijk ontploft. Daarna ligt alles schots en scheef in puin - talloze mensen bedolven en radeloze ontreddering. In september 1985 vond er een zware aardbeving plaats in Mexico. De kunstenaar Carlos Amorales was toen vijftien jaar oud. In de groep werken die hij nu gemaakt heeft, is die ramp teruggekomen: Vertical Earthquake.
We kennen de dramatische beelden van verwoesting van de televisie. Maar hoe breng je een gebeurtenis die zo verward en onoverzichtelijk is als een aardbeving in beeld als je, zoals Amorales, als kunstenaar gevormd bent in de artistieke context van abstracte en conceptuele kunst? Voor zijn expositie nu in Amsterdam heeft hij (met assistenten) tien intrigerend intelligente wandtekeningen gemaakt, in zwart-wit met gewoon potlood. Om een begrip te krijgen van wat daarin grafisch gebeurt, helpt het je eerst een tekening voor te stellen van alleen een aantal concentrische cirkels. Probeer dan je voor de geest te halen hoe de ruimtes tussen de cirkels zijn gearceerd met dunne lijnen die mooi uitstralen vanuit het middelpunt van de cirkel - zoals soms kunstenaars en kinderen rondom een cirkel de stralen van de zon aanduiden.
Naarmate de ronde banden verder van het middelpunt verwijderd liggen, wordt de ruimte tussen de rechte potloodlijnen, in de arcering, geleidelijk iets groter. Zo krijg je een concentrische figuur (ornament bijna) van cirkels waartussen de arcering van middelpunt tot aan rand langzaam ruimer en kalmer wordt. Denk ook aan de ringen die ontstaan als je een steen in het water gooit en die, rustig kabbelend, uiteindelijk weer verdwijnen. Dan is het water weer stil. Ik weet niet precies hoe Amorales gedacht (of gekeken) heeft, maar zoals ik kijk, zie ik dat stille beeld van cirkels als de staat van rust (die van voor de aardbeving) waarin de kunstenaar een grafische interventie liet gebeuren van een explosieve en onvoorstelbare kracht.
Hij deed dat middels een meetinstrument, een metalen liniaal, dat van een rechte lijn is omgevormd tot een soort grillig kantige bliksemschicht. Bij een aardbeving is de ontploffing, in het binnenste van de aardkorst, weliswaar seismografisch meetbaar - maar niet zo zichtbaar als een bliksem die zich, fel en knetterend, in de hemel ontlaadt en die in de luttele seconden van ontlading ook nog heel kort lijkt te verstijven. Nog zichtbaarder is dat in de nachtelijke hemel. Die hoekige bliksem van ijzer heeft Amorales aan een uiteinde aan een spijker aan het middelpunt van de concentrische cirkels opgehangen. Door hem dan rond te draaien zijn op de spitse hoekpunten ervan de cirkels getekend. Daarna zijn in de ruimte tussen de cirkels de arceringen aangebracht. Dat proces begon, per tussenruimte, met een lijn te trekken langs het desbetreffende rechte stuk van de bliksemliniaal. Vervolgens werd de bliksem langzaam en omzichtig, lijn voor lijn, opgeschoven, tegen de klok in - tegen onze natuurlijke leesrichting, een strakke contraire beweging die gevoelsmatig, denk ik, past bij de beweging van een aardbeving. In de concentrische tussenruimtes, ten slotte, lopen de lijnen tussen een grotere en een kleinere cirkel waardoor er vreemde contracties optreden. Op die manier ontstond er een grafisch beeld van grillig draaiende seismische krachtenvelden: vreemde configuraties zoals je die ook krijgt als je onder een metalen plaatje met ijzervijlsel een magneet heen en weer beweegt.
Bij gelegenheid laait soms de discussie weer op of abstracte kunst niet zo abstract is dat ze niet overweg kan met de dingen die zogezegd echt in de wereld gebeuren - waarbij ervan wordt uitgegaan dat het de rol van de kunst is dat te doen. In de tien wandtekeningen Vertical Earthquake (elk met een anders geknakte liniaal) heeft Carlos Amorales, zou ik zeggen, tien beelden ontworpen van de tegenstrijdige krachten die het geweld van een aardbeving compact zichtbaar maken. Ze sidderen van spanning in de ruimte van de galerie zoals een plotselinge harde gongslag de stilte doorbreekt waarna de klank nog na blijft trillen. Dat soort abrupte trilling golft ook door de tekeningen. Ik denk dat hun indringendheid alleen kon ontstaan doordat Amorales door de (semi-)abstracte kunst (Sol LeWitt bijvoorbeeld, of de laconieke Bruce Nauman) op een spoor is gezet zo indringend te denken en te formuleren. Trouwens, hoe abstract zijn die tekeningen eigenlijk? Tenslotte laten ze loepzuiver zien, lijn voor lijn, wat er gebeurt als de vrede van een idyllische cirkel door geweld onherstelbaar verstoord wordt - een realisme dat zich direct voor onze ogen afspeelt.

PS De tentoonstelling van Carlos Amorales is tot 16 oktober te zien in de Annet Gelink Gallery in Amsterdam. Zie ook www.annetgelink.com