Loerend oog

Het teddybeertje van Raveel is loepzuiver getekend. Maar de ware schoonheid zit in de stoel.

DE LINKERARM van het teddybeertje, kun je zien in de glasheldere tekening van Roger Raveel, is bijna van de romp losgeraakt. De naad van waar de kop aan het lijf vastzit is met losse naaldsteken gerepareerd. Dat zijn het soort details die je als kunstenaar met een realistische instelling opvallen omdat je zulke bijzonderheden kunt gebruiken in die strakke, beschrijvende manier van tekenen, als momenten van verlevendiging. Zelf is het beertje samengevat eigenlijk in een mooi buigzame contour, zo te zien met maar enkele bewegingen van de pen vastgelegd - niet geschetst dus maar beheerst en loepzuiver getekend. Daarna is een zachte plastiek toegevoegd, met dunne horizontale lijnen die meebuigen met het plompe volume van het speelgoedbeest. Alles is geobserveerd en getekend met veel overleg en scherpte.
Raveel is geboren in 1921 en is als kunstenaar, eerst op de academies van Deinze en Gent, groot geworden in de omgeving van het sonore Vlaamse Expressionisme. Het lijkt erop dat in een tekening als deze, gemaakt toen hij net dertig was, elke verwijzing naar expressionistische gebaren in de vormgeving bijna programmatisch wordt vermeden. De plek, bijvoorbeeld, waar het linkerarmpje loszit en die een expressionist met een losse, donkere vlek zou hebben aangeduid, werd onder het loerende oog van Raveel een smalle, voorzichtig kruislings gearceerde scheur.
Dat je als kunstenaar zo kijkt, roerloos en aandachtig en nauwkeurig naar de essentiële vorm van een ding, heeft alles te maken met de uitvinding, omstreeks 1914, van de abstracte kunst. Hier volgt een globale samenvatting van het voorafgaande: in de Renaissance werd, vooral om redenen van verhalen willen vertellen, de kunst realistisch. Het uitbeelden in geur en kleur van leerrijke gebeurtenissen (vooral uit bijbel of klassieke oudheid) betekende dat de acterende figuren ogenschijnlijk moesten bewegen. Contouren moesten dus beweeglijk en vloeibaar gemaakt worden of heel zacht en door schaduwen omfloerst. (Rembrandt, in een brief aan Huygens, noemde die meeste ende die naetuereelste beweechgelickheijt als de grote kwaliteit van een van zijn schilderijen.) In de klassieke schilderkunst is de ontplooiing van al die illusionistische trucage goed te volgen: van de suggestieve levendigheid van de soepele penseelvoering in de Barok tot aan in het impressionisme met losse vlekkerige kleurtoetsen (die contour vermijden) het zonlicht schilderen dat op het kabbelende water blikkert. Maar in abstracte kunst van Malevich of Mondriaan kwam een radicaal andere vormgeving in beeld. Ineens bleek een geometrische vorm, strak en in close-up waargenomen, ook een unieke zeggingskracht te kunnen hebben. Die strakheid ging nog een stap verder dan de strakheid in de schilderijen van Cézanne die de indrukwekkende voorloper was. Ik denk dat door die abstracte strakte het moderne kijken echt anders geworden is.
Zo zag ik onlangs een wandschildering van Robert Therrien, uit Los Angeles, die mij in zijn vreemde eenvoud meteen fascineerde. Het ding heet Red Chapel en laat vorm en omtrek zien van een gewone kerk zoals er op het Amerikaanse platteland veel staan. De strakke vorm, meer dan manshoog, is met glanzende lakverf op de witte muur gezet, enkele lagen over elkaar zodat hij iets dikker werd en, ook loepzuiver, op de muur geplakt lijkt. Het is een doorsnee rood zoals het rood van Amerikaanse auto’s. Het gebouw staat in een perspectief waarvan, in die vlakke vorm, de richting niet valt uit te maken. De kerk, abstracter daardoor, verschijnt dan als een wonderlijk fata morgana met die slanke torenspits die we allemaal als zo typisch kennen, al is het maar uit Amerikaanse films, en die nu opnieuw verrassend wordt. Qua generatie volgt Therrien in de abstracte kunst op Donald Judd (misschien wel de abstractste van allemaal) maar met die zware achtergrond is hij toch ook realist kunnen blijven en heeft hij het kerkje kunnen tekenen als nooit een realist voor hem. Want op vroegere schilderijen stonden zulke kerkjes meestal half verscholen tussen bomen. Bij nader inzien zie ik nu ook dat in de abstract-realistische tekening van Raveel de ware schoonheid in de stille vormgeving zit van de stoel: kijk maar eens goed naar hoe die in elkaar is gezet met dunne lijnen met de pen en ook in breder zwart met een penseel. Achter die vederlichte sokkel voor het beertje, zo helder als een zwartwitte Mondriaan, geeft een schuin verlopende, smalle plint achterwand en vloer aan van de kamer. Zo heeft Raveel het gezien.

PS Van Raveel, dan negentig, is in het najaar een tentoonstelling voorzien in het museum in Arnhem. Tot dan: het Roger Raveel Museum, Machelen aan de Leie. Robert Therrien: nog tot midden mei in Museum De Pont in Tilburg